'Absolute Democracy' – knutselen met Spinoza

Je komt regelmatig beschouwingen tegen over ‘absolute democratie’. Meestal wordt daarbij verwezen naar Antonio Negri en Michael Hardt die voor hun onderbouwing van de notie ‘Absolute Democracy’ zouden hebben teruggegrepen op Spinoza en met name het 11e hoofdstuk van de Tractatus Politicus. Ik heb Negri wel meer betrapt op manipuleren met woorden uit Spinoza’s werk, zoals wat hij presteerde met ‘multitudo’.

Dat 11e TP-hoofdstuk begint met een sterke openingszin: „Transeo tandem ad tertium et omnino absolutum imperium, quod democraticum appellamus.” Willem Meijer vertaalt dat met: “En zoo kom ik ten slotte tot den derden en meest volmaakten regeeringsvorm, dien wij Volksregeering noemen.”
Wolfgang Bartuschat vertaalt: “Ich gehe nun endlich zur dritten Form des Staates über, zu derjenigen, deren Regierungsform ganz und gar uneingeschränkt ist, die wir Demokratie nennen wollen.”

Je kunt omnino absolutum imperium ook lezen als: ‘geheel ofwel volledig absolute heersvorm’. Hoe dan ook: De democratie is voor Spinoza dus - helemaal opzichzelf beschouwd (absoluut gezien), en niet in vergelijking met andere heersvormen - “absoluut de beste” wijze van inrichten van een staat. Dat gaat zover dat eigenlijk de andere staatsvormen die hij onderscheidt die democratische vorm in zich hebben. Elke heerschappij stoelt uiteindelijk op wat het volk wil. Volgens mij wil dat allemaal uitgedrukt worden in die term ‘absoluut’ die Spinoza hier inzet.

Maar wat vervolgens gebeurt is dat dat absolutum en democraticum met elkaar verbonden worden, waardoor je een term munt als ‘absolute democratie’, hetgeen de indruk wekt dat je verschillende vormen van democratie onderscheidt en dat één daarvan de ‘absolute democratie’ is. Of je komt tegen: “Absolute Democracy” takes a critical look at the concept of democracy, spotlighting the problem of its social, political and economic consequences and offering alternative interpretations of historiography.” [Hier]

Ik heb de indruk dat er de behoefte is om tegenover de notie 'absolute monarchie' ook de notie 'absolute democratie' te kunnen inzetten. Maar waarom moet dat op het conto van Spinoza geschreven worden? Omgaan met Spinoza is voor sommigen een vorm van jongleren en manipuleren met woorden. Ik noem dat: knutselen met Spinoza.

En zo kom je de laatste jaren (en steeds vaker) deze, kennelijk geliefde, woordcombinatie ‘Absolute Democracy’ tegen, waarmee een eigen zgn. Spinozistisch bouwwerk wordt opgetrokken. En dat begon bij Negri.

Een maand geleden werd in Graz onder de titel ‘Absolute Democracy’ een conferentie annex kunstexpositie gehouden. [Hier] In maart 2012 werd aan de University of Washington, Seattle, een Spinoza Symposium gehouden waarop Ericka Tucker (Cal Poly Pomona) een lezing gaf onder de titel "Spinoza's Absolute Democracy". Op haar website schrijft ze dat het om een ‘odd notion’ gaat en dat haar artikel erover ‘under review’ is. Zij leest ‘absolute’ als ‘more powerful’. In haar abstract geeft ze deze typering: “Spinoza argued that democracy was the most ‘absolute’ form of polity. In this paper, I explore this odd notion, and propose that to understand Spinoza’s theory of the state and theory of justice, we need to understand his conception of individual and collective power, and his view of the best way to yield ‘agreement’. Once we do so, we can understand, on Spinoza;s view, why democracy is more ‘absolute’ or powerful than ‘aristocracy’ or ‘monarchy’.

Daaruit kan ik nog niet opmaken wat de verschuiving van absoluut naar democratie voor haar betekent.

Reacties

Je hebt volkomen gelijk, Stan, dat 'absolute' een kwalificatie van 'imperium' is en daarvan de hoogste graad aangeeft. De beste heerschappij is die van een volwaardige democratie, d.i. de directe (dus niet de onze). Elk bewind van een monarch of kleine regentenkliek daarentegen is 'precario', precair en onstabiel. Zie TP 6/5 voor een eerste voorkomen van dit woord, maar het keert verderop in de TP een paar keer terug.

Wim, ik ben met veel plezier je boek over "de politieke verhandeling" aan het lezen. Ik ben echter wat verbaasd dat je vertaling stopt met hoofdstuk VII, over de monarchie. Waarom heb je de volgende hoofdstukken ook niet vertaald? Bestaat er een Nederlandse vertaling van de ontbrekende hoofdstukken?

Mark,
Wat je laatste vraag betreft. Het is schandalig, maar er bestaat alleen de vertaling door dr. Willem Meijer van 110 jaar geleden die in scans gedigitaliseerd staat bij de DBNL:

Baruch de Spinoza, Staatkundig vertoog of Verhandeling. Vert. Dr. W. Meijer. S. L. VAN LOOY, AMSTERDAM, 1901

http://www.dbnl.org/tekst/spin003staa01_01/

Mijn partiele TP-vertaling was slechts bedoeld als intermediaire voorziening (t.b.v onderwijs) totdat de Wereldbibliotheek de volledige vertaling zou uitbrengen, wat vlg het toenmalige bestuur van de VHS niet lang meer zou duren. In retrospect, Mark, heb je gelijk; het torso is flutwerk. Maar ik kwam er niet meer toe om een volledige vertaling te maken. Zelf lees ik de TP altijd in het Latijn en raadpleeg ik ook wel eens de prachtig uitgegeven Italiaanse of Spaanse vertalingen (Cristofolini, Dominguez) vanwege hun keuzes of inleidingen.