Achnaton Nassar creatief met het 1000-gulden of Spinoza-biljet

Vandaag kwam ik het volgende tegen op de website van Floris Schreve (1973). Hij studeerde kunstgeschiedenis te Leiden, zijn specialisme is de hedendaagse kunst van de Arabische wereld. Hij schreef een scriptie over hedendaagse kunstenaars uit Arabische landen in Nederland (uit Irak en andere landen gevluchte kunstenaars). Dit resulteerde in een tentoonstelling en een catalogus ‘Saskia en Hassan gaan trouwen; Achnaton Nassar, een kunstenaar uit twee culturen (over de Egyptsche kunstenaar Achnaton Nassar). Op zijn interessante website plaatste hij delen van zijn scriptie. En daarop zag ik dit werk van … 


     … Achnaton Nassar, Zonder titel, acryl op paneel, 1995-2000

Het stukje tekst dat hierover gaat, neem ik uit de website van Floris Schreve over:

“Als geen ander is Nassar een meester in het maken van beeldgrappen. Dit geldt vooral voor zijn figuratieve werk. Tekenend is bijvoorbeeld Zonder Titel, 1995 (boven). Het beeld verwijst naar het bankbiljet voor duizend gulden, waarop de kop van Spinoza staat uitgebeeld. Door kleine ingrepen is het beeld van betekenis veranderd. Het gebruikelijke 1000 gulden is vervangen met 1001 Nacht en De Nederlandsche Bank is veranderd in De Wereldliteratuurbank. Het biljet is getekend door president N. Mahfouz op 22 juli 1952, de dag van de Egyptische revolutie en bovendien Nassars geboortedag. Een opmerkelijk detail zijn de met goudverf aangebrachte lijnen in het gezicht van Spinoza. Deze lijnen, die lopen vanaf het profiel van de neus via de rechter wenkbrauw naar het rechteroog, vormen het woord Baruch in het Arabisch, Spinoza’s voornaam (achtereenvolgens de letters Ba, Alif, Ra en Kha). Op deze wijze plaatst Nassar een Nederlands symbool als het duizend gulden biljet in een nieuwe context. Spinoza was immers in zijn tijd ook een vreemdeling, namelijk een nazaat van Portugese Joden. Met een werk als dit stelt Nassar belangrijke vragen over nationale versus hybride identiteit en maakt hij een statement over de betrekkelijkheid van symboliek als een statisch referentiepunt van nationale identificatie. “

‘Achnaton’ Wahib Mahmoud Abou Nassar werd in 1952 geboren in Qena, Egypte. Hij volgde in eerste instantie zijn kunstenaars-opleiding aan de universiteiten van Alexandrië en Cairo. Hier werd hij opgeleid in de islamitische traditie, waarbij het Arabische alfabet als uitgangspunt diende. Nassar vond dit te beperkt. De drang om zich verder te ontwikkelen dreef hem naar Europa. Na een studie architectuur in het Griekse Saloniki deed Nassar zijn toelatingsexamen voor de Rijksacademie, te Amsterdam.
De tekeningen die hij inleverde voor zijn toelating werden door de docenten wat vreemd gevonden. Het werk was geïnspireerd op de Islamitische kalligrafie, een manier van werken die hier volledig onbekend was. De docenten van de Rijksacademie besloten Nassar een tweede kans te geven. Hij kreeg een schetsboek en een potlood met de opdracht tekeningen te maken op de Albert Cuypmarkt. De resultaten werden als zeer goed beoordeeld en Nassar werd ruimschoots toegelaten tot de Rijksacademie." [Van hier]

Reacties

Beste Stan Verdult,

Leuk dat je aandacht aan dit werk van Nassar hebt besteed. Voor mij is het alweer een tijd geleden (al heb ik het niet eens zo heel lang geleden op mijn blog gezet). Overigens heeft het wel weer een extra lading gekregen, gezien al het gescherm met 'de Verlichting' in het nationale 'islamdebat'. Dat was stond de jaren negentig, toen Achnaton Nassar dit werk maakte, nog niet zo op scherp als nu. Dus hoewel we inmiddels geen gulden meer hebben, is dit werk weer buitengewoon relevant geworden,

vriendelijke groet,
Floris Schreve