Achter de geometrische methode

Pas nu heb ik het boekje van Edwin Curley ter hand genomen en gelezen: Behind the Geometrical Method. A Reading of Spinoza’s Ethics [Princeton University Press, 1988). Jaren geleden heb ik boekje aangeschaft, maar liet het sindsdien ongelezen in de boekenkast verkommeren – andere dingen gingen steeds voor. Gek toch wel, terwijl ik i.h.a. zeer gretig ben om zoveel mogelijk Spinozana tot mij te nemen en ik nieuwe aanwinsten tamelijk snel tot mij neem, liet ik dit almaar staan, ook al viel mijn oog er vaker op. Het zal het ‘Geometrical Method’ in de titel geweest zijn die bij mij tot een ‘nog even niet’ leidde, waarbij ik het veel belovende ‘behind’ over het hoofd zag. Zoiets moet het geweest zijn.

Enfin, ik heb nu dan eindelijk kennis genomen vaneen heel fraai boekje. Het is ontstaan uit lezingen die Curley in mei 1984 op uitnodiging van Yirmiahu Yovel aan de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem gaf. Hij had zich goed gerealiseerd dat hij voor een publiek van overwegend niet-specialisten zou spreken, maar ook de deskundigen wilde hij wel bedienen; en dat laatste deed hij vooral via de uitvoerige eindnoten. De noten tellen 33 bladzijden in kleinere letter, tegen de tekst zelf (afgezien van het later toegevoegde voorwoord) 132 bladzijden, zodat die noten bijna de helft van de omvang van de hoofdtekst uitmaken.
De drie lezingen, nu hoofdstukken, kregen de opbouw van de KV die ook in de Ethica nog wel terug te vinden is: over God, over de mens en over ’s mensen welzijn.

Nog iets zeer opmerkelijks is: hij behandelt/benadert Spinoza vanuit Descartes en in het laatste hoofdstuk ook nog vanuit Hobbes. Hij laat eerst zien hoe voor Descartes de wereld in elkaar steekt, in het tweede hoofdstuk bijvoorbeeld wat betreft lichaam en ziel van de mens, welke problemen daarbij rijzen en hoe Spinoza daarmee omgaat. Ook daarbij, bij hoe Spinoza zaken ziet en bewijst, laat hij Descartes a.h.w. over zijn schouder meekijken. Hij wil nagaan of en in hoeverre Descartes het met Spinoza zienswijzen en vindingen het eens zou kunnen zijn. Zo lijkt Descartes wel het criterium te zijn. Toch is Descartes niet de norm, maar ziet Curley, die ook een groot Descarteskennenaar voren komt. r was en is, Descartes en in het derde hoofdstuk ook Hobbes als de context van Spinoza, die tenslotte wel als de consequentere doordenker naar voren komt.

In het laatste hoofdstuk leidt die aanpak ertoe dat we eerst een uitgebreide behandeling van de passies krijgen (Les passions de l'âme) en die van Hobbes en tenslotte Spinoza. Op sommige plaatsen geeft Curley een zekere update aan wat hij in zijn hoofdwerk over Spinoza uit 1969 had gebracht: Spinoza’s Metaphysics. An essay in interpretation [Harvard UP, 1969].

Een ander heel opmerkelijk aspect van het boekje, ik wees er al op, is dat Curley in de eindnoten uitgebreid ingaat op vooral het boek van Jonathan Bennett, A Study of Spinoza’s Ethics [Hackett Publishing Company, 1984], dat net in de maand voorafgaande aan die waarin Curley zijn lezingen gaf, was verschenen. Bij het voorbereiden van de uitgave van die lezingen, heeft Curley alle tijd genomen om zijn positie t.o.v. die van Bennett nog eens goed te overwegen en wellicht hier en daar aan te scherpen. Die aantekeningen vormen op zich een voorwerp van uitgebreide studie. Pas vier jaar na het houden van die lezingen, verschenen ze (waarschijnlijk nog eens flink bijgewerkt) in druk.

Nog voor Behind the Geometrical Method was verschenen, tijdens de Chicago Spinoza Conference die in 1986 werd gehouden, kruisten beiden de degens, sprak Curley "On Bennett's Spinoza; the Issue of Teleology" en Jonathan Bennett, "Spinoza and Teleology: a Reply to Curley." [cf. Edwin M. Curley, & Pierre-François Moreau (Eds.), Spinoza: Issues and Directions : the Proceedings of the Chicago Spinoza Conference, [1986], BRILL, 1990 – books.google]

Dit boekje van Curley, hoezeer door hem als inleiding bedoeld, is in mijn ogen toch meer een grondige interpretatie van de Ethica mét een nog grondiger discussie met secundair Spinozisme, dan dat ik het als eerste inleiding voor beginnelingen zou aanbevelen. Daarvoor komen inleidingen van Steven Nadler, Beth Lord, Genevieve Lloyd e.a. volgens mij meer in aanmerking.
Wel aardig vond ik te merken dat Curley in die noten ook ingaat op twee auteurs die meeschreven aan het boek waarover ik onlangs een
blog had, Richard H. Kennington, The Philosophy of Baruch Spinoza [Washington, DC: The Catholic University of America Press, 1980]; en wel Alan Donogan (“Spinoza’s Dualism”) en Margaret Wilson (“Objects, Ideas, and Minds”).

Enfin, typisch een boekje, waarmee je ook na tweemaal lezen niet klaar bent, maar bij bepaalde kwesties nog eens met vrucht kunt inkijken. Daarvoor is de index van behandelde passages uit de Ethica een nuttig hulpmiddel.

Reacties

Grappig, Stan, dat je zo uitweidt over wat voor mij pre-historie is. Ik heb Chicago 1986 volop meegemaakt en meegedaan. En daar veel emoties ondergaan en inzichten opgestoken. Andere hoogtepunten dan die jij signaleert, staan zelfs nu nog op mijn netvlies. Belangrijker dan het fenomeen Bennett was voor mij zonder twijfel het optreden van Wallace Matson uit Berkeley Ca. Maar daar liepen heel wat meer goeroe's rond op die ongelofelijk boeiende confrontatie tussen Europa en Amerika van een dertigtal vermaarde scholars, waar ik met Hubbeling deel van mocht uitmaken.

Af en toe (regelmatig zelfs) poog ik iets "uit het verleden" te ontdekken en naar voren te halen. Naar die Wallace Matson, die ook in Curleys Behind-boek voorkomt en die zich ook met "The Existence of God" heeft bezig gehouden, ga ik op onderzoek uit om te zien of hij ons nog iets over Spinoza te zeggen heeft.

Reageren

Naam   E-mail Mijn url
Voer onderstaande code hiernaast in:
1e64ed
Onthoud mijn gegevens!