'Aesthetica sive Ethica' - toch een spinozistische reflectie op kunst

Al vaker heb ik op dit weblog gemeend te moeten constateren dat Spinoza geen esthetica biedt [b.v. hier op 22 juli 2008 over Spinoza en Vermeer en hier op 22 maart 2009 over De Stijl en Spinoza]. Dit is, zeker op het eerste gezicht, nog altijd vol te houden. Maar tot mijn grote vreugde heeft onlangs Hans Müller uit Wenen op zijn Spinoza-website een artikel uit het Frans vertaald van Lorenzo Vinciguerra getiteld: 'Aesthetica sive Ethica'. Spinozistische Notizen über das Wesen der Kunst. En deze tekst brengt ons een ferme stap verder. [cf. hier. Oospronkelijk: Aesthetica sive Ethica. Note spinoziste sur l’essence de l’art, cf. hier]

Toevoeging 21 december 2015. Daar de website van Hans Müller al geruime tijd terug verdwenen is en daarmee ook deze vertaling, heb ik heden het stuk dat ik indertijd gedownload had opnieuw geredigeerd, waarna ik het nu als PDF online breng.

Het betreft een lezing die Lorenzo Vinciguerra, van de Universiteit van Reims, Frankrijk, hield tijdens het International Symposium of Philosophy: The Modernity of Spinoza, dat 15 & 16 november 2007 in Moskou werd gehouden. [Hier]

 

De proceedings van dit symposium zijn hier op internet te vinden, deels in het Russisch, deels in het Frans.

 

Ik vind dat de presentatie van deze in het Duits vertaalde tekst wel heel gelukkig samenvalt met de Amsterdamse kunstmanifestatie My Name is Spinoza.

 

Uit het atikel van Vinciguerra blijkt hoe weinig er tot heden over Spinoza’s kunstopvatting geschreven is. Hetgeen begrijpelijk is. Hij geeft toe dat Spinoza geen esthetiek over kunst en kunstwerken ontwikkelde. Ook hij vindt dat uit wat Spinoza over schoonheid schrijft geen spinozistische esthetiek over de smaak te ontlenen valt. ["Wanneer de beweging, die de zenuwen van voor het oog aanwezige objekten ontvangen, bijdragen tot onze gezondheid worden die objecten schoon (PULCHRA) genoemd; in het tegenovergeselde geval heten zij lelijk" (E1/app.) Ik nam hier de vertaling van Wim Klever met wie ik hier op 7 mei een korte discussie had]. Dit overstijgt niet, zo betoogt Vinciguerra, het fysiologische relativisme, uitgedrukt in het maxime: ‘quot capita, tot sensus’ (zoveel hoofden, zoveel zinnen. E1/app.)

 

Maar dan wordt het interessant. Want op - naar mijn gevoel - overtuigende wijze laat Vinciguerra zien dat Spinoza’s interesse in kunst vooral praktisch is en dat zijn zienswijze in dezen met zijn ethische project verbonden is om tot een gelukkig leven te komen.

Kunst is vooral kunst van het lichaam (ars corporis). Kunst is met name een vermogen van het lichaam (waarvan we immers niet eens weten hoeveel het vermag). Het vermogen van het lichaam (potentia corporis) is de adequate oorzaak van de kunst. Dat lichaamsvermogen is onafscheidelijk verbonden met de verbeelding. Voor Vinciguerra is de spinozistische verbeelding niet louter passief, maar kan gedeeltelijk ook actief zijn. Het gaat dan om een praktijk die het lichaam naar een groter vermogen brengt, naarmate het zijn aangeboren passiviteit in een minstens gedeeltelijke activiteit omvormt. Daarmee is kunst vergelijkbaar met de wetenschap. En die beide, kunsten en wetenschappen, zijn voor de menselijke natuur – individueel zowel als gemeenschappelijk – noodzakelijk om tot verbetering van het leven en tot grotere bevrijding te komen.

Bij kunst, die tot het domein van de lichamelijkheid hoort, heeft het geen zin om naar de ´waarheid´ ervan te vragen. Waarheid behoort tot het domein van de geest. Er kan echter wel van adequaatheid van kunst sprake zijn, naar de mate namelijk waarin conform de wetten van de materiële noodzakelijkheid en d.m.v. ‘actieve verbeelding’ een zekere mate van grotere vrijheid te bereiken is. Als praktische vaardigheid van het lichaam, als vreugde en plezier, als met verbeelding inzetten van fysische wetten en technieken krijgt het begrip kunst (ars) zijn volle betekenis in zijn verbinding met het spinozistische ethisch-politieke project. Kunst zowel in de vorm van individuele levenskunst als in die van collectieve politieke actie is een noodzakelijk deel van ons leven en stelt ons in staat samen met elkaar te existeren. En wellicht dat de kunsten het ons mogelijk maken om zowel zelf als groepsgewijs een maatschappelijke samenhang te bereiken die het geleidelijk aan en uiteindelijk ook de geest mogelijk maken zijn specifieke vaardigheid te verbreden. Het vertrekpunt is echter het lichaam.

Vele kunstenaars en kunstfilosofen willen dit sterke focussen op de vermogens van het lichaam wellicht niet graag horen en beweren dat ze ‘conceptuele kunst’ maken. Tegen hen zet Vinciguerra deze uitspraak van Spinoza in:  Qui (…) credunt, se ex libero Mentis decreto loqui, vel tacere, vel quicquam agere, oculis apertis somniant. [Wie gelooft dat hij spreekt of zwijgt of wat dan ook doet vanuit vrije beslissing van de geest, droomt met open ogen]

[30-9-2013 voeg ik hier toe:
Daniel Nogueira, "Spinoza e a arte". In: REVISTA Conatus - FILOSOFIA DE SPINOZA - VOLUME 4 - NÚMERO 8 - DEZEMBRO 2010. [PDF]

                                                   * * *

Een sterke illustratie van voorgaande is wellicht de Live dance and sound performance van Raquel Gualtero, die vandaag door My Name is Spinoza op YouTube werd geplaatst:

Spinoza manifestatie Persona

My name is Spinoza:
Violet Bureau
Density +-0
Live dance and sound performance
16 mei 2009, SMART Project Space

Persona
Choreography and performance Raquel Gualtero
Sound artist Marc Teitler
Light design Katinka Marac
Production Violet bureau stichting, Co-producers SMART Project

Spinoza Manifestatie Cartesian ghost

My name is Spinoza:
Violet Bureau
Density +-0
Live dance and sound performance
16 mei 2009, SMART Project Space

Cartesian ghost
Choreography and performance Erikk McKenzie
Sound artist Stian Skagen
Production Violet bureau stichting
Co-producers SMART Project Space

 

Of het op 17 mei 2009  op YouTube geplaatste
My name is Spinoza: Mediamatic - Parallax - Zhana Ivanova, uitgevoerd op 14 mei 2009