Amsterdam - de meest vrijzinnige stad ter wereld

Shorto Russell schreef met Amsterdam. Geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld [Ambo, 2013] een fraai boek: een laudatio op Amsterdam zoals de afdeling stadsmarketing zich niet beter zal hebben kunnen wensen.

Het boek lijkt mij vooral voor de Amerikaanse markt geschreven (ik zag, hoewel het nog pas kort uit is, al veel buitenlandse besprekingen voorbij komen). Wij hebben de tegelijk uitgegeven vertaling van Amsterdam. A History of the World’s Most Liberal City, geschreven door deze Amerikaan die bijna tien jaar een mooie baan had aan het John Adams Instituut, dat culturele uitwisseling tussen Nederland en de Verenigde Staten bevordert. Hij had er een werkkamer in het West Indisch Huis met fraai uitzicht op de stad, waarvan hij is gaan houden. En waarover hij nu dit boek als een soort afscheidscadeau achterlaat.

Het was uiteraard niet zijn opzet om zomaar een algemene geschiedenis van Amsterdam te schrijven. Als dat wel zo was geweest, dan zou zijn project als mislukt moeten worden gezien, want er staan heel veel feiten, gebeurtenissen, lotgevallen die over Amsterdam te vertellen zouden zijn, niet in zijn boek. Wat dat aangaat is het een beetje flauw van Bernard Hulsman in zijn bespreking in NRC-Handelsblad op te merken, dat hij de nieuwmarktrellen van 1975 mist. Ja, zo mist er wel meer. Maar Shorto had een doel: te laten zien dat en hoe de stad zo'n vrijzinnige, liberale, tolerante en gedogende levens- en bestuursstijl kon ontwikkelen. Dus schreef hij een uiterst selectieve geschiedenis, waarin hij levens van Amsterdammers van vroeger en nu in elkaar vlocht. Voorbij komen, om slechts enkelen te noemen: Rembrandt, Spinoza, Anne Frank en Theo van Gogh. Hij laat zien hoe in Amsterdam de eerste multinationale onderneming ontstond (VOC) en de eerste aandelenhandelsbeurs, maar ook allerlei vormen van godsdienstige en andere tegenculturen (Provo).

De wortels van die eigenzinnige liberaliteit ziet hij in de 16e en vooral de 17e eeuw. De periode beslaat ook het grootste deel van het boek. Daarbij gaat het echt niet alleen over Amsterdam, wat ook niet mogelijk zou zijn daar elk leven en zeker zo'n stad verweven is met mensen en ontwikkelingen elders.

Vanuit zijn eigen ervaringen, maar vooral op basis van veel en gericht lezen van veel geschiedenissen (van Jonathan Israel vooral) en het houden van interviews met deskundigen, ging hij op zoek naar verklaringen voor die opmerkenswaardige mengeling van streven naar en afdwingen van ruimte, vrijheid voor het individu ('t liberale), maar dat wel in samenwerking met en oog voor de belangen van anderen ('t sociale). Hij hangt de verklaring aan die wel vaker geopperd is: dat het vanuit de late middeleeuwen de strijd tegen het water was die gezamenlijk werd gestreden, maar waar ieder ook individueel voordeel van trok: het unieke poldermodel. Dit verschijnsel noemt hij meermalen door het hele boek heen, maar krijgt eenmaal deze fraaie schets: "Het opvallende van dit groepsdenken is dat het van oudsher is verankerd in een vorm van individualisme. Als Nederlanders in de middeleeuwen samenwerkten om land aan de zee te onttrekken, viel dat nieuwe land niet toe aan een kerk of vorst: dat hielden ze zelf. Daarbij werd het niet in collectief beheer gehouden maar onderling verdeeld. Dus terwijl de rest van Europa nog onder feodaal bestuur leefde, waren de mensen in deze laaglanden een soort protokapitalisten: grondbezitters die land aankochten, verkochten, verpachten en winst maakten. Tegelijkertijd beseften ze dat samenwerking en een sterk groepsverband ook in hun economische belang waren." [p. 318] Kortom een (misschien iets te romantische?) visie op een historische traditie van individuele én maatschappelijke vrijheid.

Op veel plaatsen in het boek legt hij accent op het individuele (vaak eigenzinnige) vrijheidskarakter van het liberalisme. Verderop in het boek laat hij duidelijker zien hoe het liberalisme zich in twee smaken ontwikkelde: het economische liberalisme (een soort 'samen voor ons eigen' met meer accent op dat 'eigen' voordeel) en een meer sociaal liberalisme (met meer accent op solidariteit, waaraan je ook zelf voordeel kunt beleven).

Veel Spinoza
Spinoza komt uitvoerig aan bod. Het is opvallend hoe vaak hij de naam van Spinoza noemt. Dat is plezierig mee te maken voor Spinoza-liefhebbers. En in één hoofdstuk gaat het overwegend over Spinoza's filosofie: het zesde, getiteld "Het zeldzame geluk te leven in een republiek." Hij zet hem neer als handelaar te midden van over de hele wereld handelenden. Zijn Spinoza is van nogal Jonathan Israeliaanse snit: zo legt hij hem een pleidooi voor de scheiding van kerk en staat in de mond (p. 210). Hij weet dat Spinoza "besloot zijn werk te wijden aan het bevorderen van de Nederlandse vrijzinnigheid." (p. 204) En eindigt zijn beschrijving met hem te noemen: "De grote Amsterdamse filosoof van het liberalisme." Dat Spinoza al op 't eind van z'n twintigste jaren de stad verliet, horen we niet. Maar goed, Spinoza bleef zichzelf 'Amstelodamensem' noemen.

Het jammere van deze nogal Israeliaanse Spinoza is dat we niet vernemen dat juist Spinoza het niet eenzijdig egoïstische van het streven naar eigenbelang inzag en benadrukte hoe het rationeel nagestreefde eigenbelang inziet dat we niet zonder anderen kunnen; hoe je dat wat je voor jezelf wilt ook voor anderen wilt. Die Spinoza komt hier niet uit de verf, wat extra jammer is daar het juist erg zou passen in het centrale thema van het boek. Mooi wel dat meer mensen, via een boek dat het zeker goed zal doen, een beeld van Spinoza meekrijgen, zij het dan een enigszins eenzijdig beeld.

Sterk selectief
Shorto kon dit thematische boek alleen maar schrijven door extreem sterk selectief te shoppen in het verleden. Over de schaduwkanten van de VOC horen we hem niet, over slavenhandel niet, over Koerbagh niet. Dat kon hij uiteraard allemaal niet gebruiken in zijn loflied op de tolerantie en het gedogen. De resultaten van die selectie zijn niet onwaar, maar zeer onvolledig en hij draagt zo bij tot inadequate kennis over de grootheid en mooiheid van een traditie van vrijzinnigheid: een eenzijdig en nogal romantisch beeld. Hier geld voor de auteur zelf wat hij schrijft over de receptie van de Max Havelaar en ander werk van Eduard Douwes Dekker: "men plukte alleen die elementen uit zijn boeken die in de smaak vielen." (p. 271). Precies zo deed Shorto: alleen vermelden wat hij gebruiken kon. Als het als een wetenschappelijk boek gebracht zou worden, zou Karl Popper zich grommend omdraaien in z'n graf. Maar die opzet lijkt het niet te hebben: het is een uit de kluiten gewassen literair essay als één lange laudatio. Een mooi geschreven boek om ons van zijn positieve zienswijze op Amsterdam te overtuigen; aantrekkelijk om te lezen. Het zal vast veel extra toeristen naar Amsterdam brengen.

                                                * * *

Op 16 oktober reikte burgemeester Van der Laan de Frans Banninck Cocqpenning uit aan Russel Shorto bij zijn afscheid van het John Adams Institute. Dezelfde penning die Jonathan Israel op de Spinozadag vorig jaar 25 november ontving.

Ik kan mij heel goed voorstellen dat het Amsterdamse bestuur een uitzondering maakte op de eigen regel dat de penning wordt toegekend "aan diegenen die zich bijzonderlijk verdienstelijk hebben gemaakt voor Amsterdam gedurende een periode van ten minste twaalf jaar." Een fraai voorbeeld van het libertaire dat Russell zo uitgebreid in zijn boek beschreef. Afwijken van de regel is 'normaal-doen' in Amsterdam.

Stan Verdult


                West-Indisch Huis, met John Adams Institute

Reacties

Na Shorto's goed gedocumenteerde MANHATTEN. THE ISLAND AT THE CENTER OF THE WORLD te hebben gelezen, zag ik ook uit naar dit Amsterdam-boek. Gelukkig heb ik het niet blind bij Bol.com besteld, maar eerst in een welbekende maar thans verlopen Rotterdamse boekhandel (Donner) ingezien. Ik had meteen mijn buik vol van de 'inhoud'. De stof is niet alleen selectief, ja, maar ook nog oppervlakkig behandeld. De echte betekenis van Amsterdam in cultuur-historische zin komt bij deze Amerikaanse dagvlinder of dit modernistisch 'leeghoofd' niet uit de verf. Dus liet ik het boek achter bij DE SLEGTE (want dat is Donner thans ook letterlijk).

Wel ontzettend knap, Wim, dat je in korte tijd zo'n scherp afwijzend oordeel kunt vellen na een bescheiden en beperkte kennisneming van zo'n boek in een boekhandel. Dit is bepaald niet 'çaute'.

Op historiek,net vandaag een bespreking door Kevin Prenger

http://historiek.net/geschiedenis-van-de-meest-vrijzinnige-stad-ter-wereld/39230/

Review van PHILIPP BLOM in The Times Literary Supplement van 30 april 2014
"With great narrative flair, if not always entirely convincingly, Shorto ties this particular social climate from which modernity would grow to the history of Amsterdam. Here I must declare an interest as the translator of Geert Mak’s "Amsterdam: A brief life of the city" (1999). Perhaps inevitably, Shorto uses much of the same source material, as well as a similar approach to storytelling."
http://www.the-tls.co.uk/tls/public/article1405351.ece

Vandaag, ruim dan twee jaar later, had historiek.net nog maar eens een bespreking, nu van Koen Goeminne & Pieterjan Vinck – Vigor Clius. Zonder nieuwe invalshoeken.

http://historiek.net/amsterdam-de-meest-vrijzinnig-stad-ter-wereld-2/58226/#.Vwoj1Mtf2M9