Antony Flew (1923 – 2010) atheïst die naliet Spinoza te bestuderen

Momenteel is t/m zondag in het MECC een grote markt met ramsjboeken. ‘Boekenfestijn’ is de naam van de als een circus rondtrekkende ‘opvang van gedumpte boeken’ die elk jaar ook in Maastricht neerstrijkt. Hij trekt vele belangstellenden, waaronder blogger die een enkel graantje meepikt, terwijl hij zich verbaast over de velen die voortgetrokken mandwagentjes volladen met stapels boeken – omdat die zo goedkoop zijn. Wanneer gaan ze dat allemaal lezen? Ik kocht slechts twee boekjes, waarvan ik er één inmiddels heb gelezen: dat van Antony Flew, de schrijver die een invloedrijk atheïst en theoreticus van het atheïsme was, maar zich aan het eind van zijn leven tot het theïsme bekeerde en zelfs (weer) interesse kreeg in het christendom.

Over Antony Flew

Christelijk opgevoed als zoon van een methodistisch priester raakte hij vroeg in z’n puberteit z’n vage geloof kwijt - vanwege het overvloedige kwaad in de wereld: “Het leek simpelweg inconsistent om te zeggen dat een almachtig en volkomen goed wezen het universum had geschapen.” Hij raakte bekend door zijn essay ‘Theology and Falsification’ (1950). Later werkte hij zijn atheïstische positie verder uit in God and Philosophy (1966) en The Presumption of Atheism (1976): zolang empirisch bewijs voor het bestaan van God ontbrak was atheïsme de beste optie. De empirische bewijslast voor dat bestaan van God lag bij de theïsten, vond hij.

En toen maakte hij op een conferentie ineens zijn verandering van inzicht bekend, en verscheen daarna There is a God: How the World’s Most Notorious Atheist Changed His Mind (2007). Het gaf een schok voor atheïsten die hem als een voorman hadden gezien. Maar de complexiteit van DNA en de 'fine-tuning van het universum' hadden hem doen inzien dat er een intelligente schepper moest bestaan. Z’n adagium had hij van Plato: je moet gaan tot waar je bewijs je brengt. Er werd vermoed dat angst hem op het eind van z’n leven naar het geloof van zijn jeugd had teruggebracht, maar hij liet weten dat hij nog steeds niet in een bestaan na de dood geloofde: “I don’t want anything without end.” Opvallend is het hoe het de nog onopgehelderde vragen, mysteries en raadsels zijn, de dingen waarop de wetenschap (nog) geen antwoorden heeft (en misschien nooit vindt) die dan in de richting van een eeuwige, oneindige intelligentie zouden wijzen. Dé term die door het boek heen geacht wordt voor het antwoord te zorgen is ‘goddelijk Verstand’. Het fungeert - hoe je het ook wendt of keert - toch als een soort ‘God van de gaten’, een asylum ignorantiae, zoals Spinoza het zou aanduiden. Het komt al met al vooral neer op het design-argument dat het bij de 18e eeuwse fysicotheologie al goed deed.

En over Spinoza?

Spinoza’s God komt in een paragraaf van 5 bladzijden indirect aan de orde, via het omlaaghalen van Einsteins verwijzen naar die soort God. Flew baseert zich op Max Jammer’s Einstein and Religion (1999) die hij uitvoerig citeert en volgens wie Einstein nooit een echte studie van de Ethica zou hebben gemaakt. De onuitgesproken implicatie is duidelijk: niet serieus nemen.

In een interview met compaan Roy Abraham Varghese, die de inleiding en een appendix van het boekje verzorgde, zei Flew:
"
for me the most important thing about Spinoza is not what he says but what he does not say. He does not say that God has any preferences either about or any intentions concerning human behaviour or about the eternal destinies of human beings."

En hetzelfde nóg eens in een interview met dr. Gary Habermas:
"I'm sympathetic to Spinoza because he makes some statements which seem to me to describe the human situation. But for me the most important thing about Spinoza is not what he says but what he does not say. He does not say that God has any preferences either about or any intentions concerning human behaviour or about the eternal destinies of human beings."

Wie dát kan zeggen, laat zien dat hij ook zelf Spinoza niet bestudeerd heeft. Wie ook maar iets van Spinoza leest, krijgt direct door dat hij niets van teleologie moet hebben: het universum hééft geen bijzondere voorkeuren voor de mens en er is geen bestemming voor de mens, anders dan hij zichzelf geeft.

Antony Flew A Dictionary of PhilosophyAntony Flew droeg de redactionele eindverantwoordelijkheid voor de tweede geheel herziene editie van A Dictionary of Philosophy. Daarin komt een aantal malen Spinoza voor en is er over hem een lemma, maar dat zal hij niet geschreven hebben.

En passant: zou Herman Philipse het in zijn boek God in the Age of Science? A Critique of Religious Reason ook over Antony Flew hebben?

En passant 2: hoe fraaier is (weer) de buitenlandse cover, vergeleken met het Nederlandse ontwerp.

Wie dat wil, kan hem ook nog eens beluisteren in de volgende video...

   

_______________

Flew-citaat over Spinoza met Roy Abraham Varghese van hier: Peter S. Williams, A Change of Mind for Antony Flew

Flew-citaat over Spinoza met Gary Habermas van hier

Uitvoerig review van There is a God door Lita Cosner

Flew komt met Spinoza en Hume e.a. voor op een webpagina van Professor Norman Geisler: Miracles and Modern Scientific Thought

 

Reacties

Buitengewoon geslaagd vind ik de cover van Flews laatste boek: 'no' gecorrigeerd in 'a'. Zo kunnen we ons, inclusief Spinoza aeternus, toch allemaal in vinden, niet waar? Deze titel doet mij denken aan Locke's ESSAY 4.10 : OF OUR KNOWLEDGE OF THE EXISTENCE OF A GOD. Welke god het betreft? Niet perse die van de traditionele gelovige. Her lijkt mij niet uitgesloten dat Flew dezelfde Engelse distantie inbowt.

Mee eens, Wim, maar ik vond vooral dat omgedraaide portret - Flew op z'n kop gezet - een zeer geslaagde verbeelding van zijn conversie...

Sorry, voor de type-fouten in bovenstaande reactie. - Ook wil ik hier nog toevoegen - na het beluisteren van de video - dat Flew geenszins op de lijn van Locke, Hume of Spinoza zit met zijn versie van het intelligent design argument.

Dat omgekeerde portret was mij nog niet opgevallen: meesterlijk bedacht. Ik geloof dat hij kinds is geworden.

Ik besprak hier http://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=526456
het boek van Flew van voor zijn bekering en voegde er een epiloog aan toe, waaruit ik jullie dit spontaan opgewelde gedichtje niet wil onthouden:

Antony Flew, he rightly soared

too high it seems, he met the Lord

who deftly clipped his wings

now Tony neither flies nor sings

he sadly crashed

deist unabashed.