ASK gaf fraaie brochure uit bij Spinozadag

Eliane Beyer van Joseph Plateau Grafisch Ontwerpers, die het cahiertje dat bij de Spinozadag in Paradiso is verschenen, heeft vormgegeven, was zo vriendelijk het mij toe te sturen. Vandaag ontving ik het, waarvoor ik hierbij mijn dank uitspreek.

De heel aardig en fris vormgegeven brochure bevat de vertaling van de lezing van Jonathan Israel en de enigszins ingekorte versie van de lezing die Arnon Grunberg op 7 november 2012 tijdens het lustrum van de Tilburg School of Humanities in Tilburg had gehouden (zie dit blog; hij had zijn lezing voor de Spinozadag niet op tijd voor de productie van het boekje gereed).
Zie
hier een afbeelding van het omslag (voor en achterzijde).

Aan de tekst van Israel ga ik hier voorbij daar ik in de loop der tijd veel aandacht heb gegeven aan zijn betoog in zijn boek "De revolutie van het denken," [Franeker, 2011] dat in zijn lezing centraal stond.

Ik heb geprobeerd Grunbergs tekst zo onbevangen mogelijk tot mij te nemen (ik had al eerder laten weten dat hij mijn schrijver niet is). Ik wilde zo objectief mogelijk nagaan of er iets van kennis over en zelfs wellicht enige affiniteit met Spinoza te bespeuren zou zijn. Misschien gaat dat nog blijken in de toespraak zelf die hij die dag gehouden heeft en die, naar we mogen verwachten, t.z.t. op de site van de ASK zal verschijnen.

Maar in de tekst in dit boekje kan ik niet meer zien dan een beetje in-en-uit-praten met af en toe een citaat uit Spinoza: over vrijheid, het niet bestaan van vrije wil, over noodzakelijkheid, over slavernij, over dat de mens begeerte/verlangen is, over iets als (in mijn woorden) “waar begeerte was, moet rede worden”, over medelijden als droeve gemoedsaandoening en onjuiste raadgever voor handelen, hetzelfde wat betreft rechtvaardigheidsgevoel en i.h.a. elk gevoel dat geen goede raadgever is, dat – economisch, sociaal-psychologisch etc. - bedrog de gedaante van wetenschap kan aannemen en ook van kunst trouwens.

Je vraagt je af, wat dan toch de boodschap is, de hoofdsom van zijn betoog? Misschien is dat meer aan het einde te ontwaren? Om hem recht te doen (om er niet met een samenvatting tussen te komen) neem ik hier een gescand deel uit het laatste stuk van de toespraak; daarna zal ik aangeven dat hij er in mijn ogen in laat zien weinig van Spinoza begrepen hebben. [Door erop te klikken wordt het vergroot]

Dat voor Spinoza ‘volmaaktheid’ niets anders is dan ‘werkelijkheid’ is bij hem niet goed overgekomen. Inderdaad neemt Spinoza theologische termen over (God, perfectie e.d.), maar die betekenen bij hem niets anders dan: de werkelijkheid. De werkelijkheid bestaat; en de werkelijkheid bestaat precies zoals hij bestaat (een andere werkelijkheid dan de bestaande was niet mogelijk – anders zou díe wel gerealiseerd zijn; wat bestaat was wat mogelijk was.

Onduidelijk is wat hij (overgenomen van Camus en in voetnoot serieus genomen) onder “de vernietigde wereld” verstaat, en “dat alles ondermijnd is”.

De zin “De werkelijkheid kunnen wij niet meer gelijkstellen aan het volmaakte,” is eigenlijk schrijven: “de werkelijkheid kunnen wij niet meer gelijkstellen aan de werkelijkheid.” Dat hij Spinoza’s God (uiteraard niet als surrogaatvader, maar) als “het besef dat het volmaakte bestaat,” typeert en het daarna “een gevoel van geborgenheid” laat geven, doet toch erg aanvoelen dat Grunberg Spinoza’s God niet opgepakt heeft.
Ik ga voorbij aan zijn “Wij weten uiteraard dat in het ding dat de mens is ook een streven woont dat een einde wil maken aan het zelfbehoud,” (de meeste psychoanalytici namen Freuds doodsdrift niet serieus, Grunberg wel), ook aan de mededeling dat Spinoza de superioriteit van de wijze t.o.v. de onwetende zou aantonen.
Ik wil alleen nog iets zeggen over die merkwaardige zin na “Hier scheiden onze wegen." "Of de wereld is vernietigd en dan kan kennis van de waarheid over die wereld niet tot ware tevredenheid leiden, of wij erkennen dat er ergens ware tevredenheid op ons ligt te wachten die bereikt kan worden met behulp van kennis, maar dan is die vernietigde wereld een waanvoorstelling.”
Uiteraard is die “vernietigde wereld” een “waanvoorstelling”, want een volstrekte fantasievoorstelling (over een dichterlijke gouden eeuw?), maar niet omdat als een nieuw soort hemel “ergens ware tevredenheid op ons ligt te wachten.”