Baltasar Gracián (1601-1658) diens El Criticon stond bij Spinoza in de boekenkast

Vanmiddag heb ik Baltasar Gracián, De criticon of de kunst van het leven [vert. Thedo Kars. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008] uit de bibliotheek geleend. Wikipedia vertelt over hem dat hij een Spaanse jezuïet was “die bekend is als schrijver van amorele, illusieloze, 'machiavellistische', vaak cynisch genoemde boeken, waaronder Handorakel en kunst van de voorzichtigheid. Zijn werk werd geprezen door Nietzsche, Voltaire, Stendhal en La Rochefoucauld. Schopenhauer heeft het Handorakel in het Duits vertaald.”

Wat er niet bij staat is dat Spinoza in het bezit was van een Spaanse uitgave El Criticon Vol. 3. Jacob van Sluis & Tonnis Musschenga die in 2009 De boeken van Spinoza samenstelden, schrijven erbij: Mogelijk: El criticon ; Tercera parte: En el invierno de la vejez / Baltasar Gracián. – Madrid : Pablo de Val, 1657.

Hier de titelpagina van het boek dat Spinoza dan in huis zou hebben gehad (van es.wikipedia]. Zoals wel vaker liet Baltasar het verschijnen onder de naam van zijn broer Lorenzo. Dit boek heeft de Vereniging Het Spinozahuis nog niet aan de Spinoza-boekerij kunnen toevoegen.

Ik herinner me goed dat ik de fraai verzorgde Nederlandse editie ooit in een grote stapel bij de Slegte in de ramsj heb gezien, maar toen wist ik nog niet wat ik nu weet, anders had ik het toen wel aangeschaft. Spinoza heeft dus zeker één boek over “levenskunst” in bezit gehad. Vanmiddag las ik uit dat derde deel de “Zesde crisi” getiteld: “De macht van kennis,” een fraaie tekst waaraan Spinoza zelfs wel iets gehad zou kunnen hebben bij zijn beschrijving van de passies in deel III van de Ethica en de beoordeling ervan in deel IV. Spreekwoorden worden erin ”kleine evangelies” genoemd - geestig.  

Dat ik het boek nu eens wilde inzien, kwam door een mooie voorpublicatie vandaag in Trouw van het boek van Christian van der Heijden dat morgen bij uitgeverij Adveniat verschijnt: Paus Franciscus, het tweede jaar: Geest en tegenwind. Hij bespreekt de open manier van spreken van deze paus, door de oude Grieken parrèsia genoemd en waaraan Foucoult in een cursus een hele beschouwing heeft gewijd. Dit wordt afgezet tegen het meer voorzichtige spreken.

Tegenover de adviezen van de Florentijnse humanist Niccolò Machiavelli (1469-1527) volgens wie een vorst zoals hij in zijn boek ‘Il Principe' beschreef, waar nodig juist amoreel moest zijn – want politiek moet uitgaan van hoe de wereld is, en niet van hoe die zou moeten zijn – schreef de jezuïet Baltasar Gracián voor de onderdanen van vorsten het boekje Oráculo manual y arte de prudencia. Deze beroemde handleiding leert mensen hoe zij zich zonder kleerscheuren op te lopen kunnen voortbewegen aan hoven en dergelijke omgevingen. Graciáns uitgangspunt is zijn overtuiging dat de mens een boosaardige natuur heeft, waartegen strijd moet worden gevoerd (una milicia contra la malicia de hombre). Wie zijn medemensen in deze geest beschouwt en tegemoet treedt, loopt minder kans te gronde te worden gericht. Eén van Graciáns aanbevelingen is: om nooit te zeggen wat je echt denkt: “Een wijs man leert men niet kennen door wat hij in het openbaar verkondigt, want daar spreekt hij niet met zijn eigen stem, maar met die van de gangbare dwaasheid, hoezeer hij die in zijn binnenste ook verloochent.”  

Je herkent hierin Spinoza’s voornemen in de TIE om te spreken naar het begrip der mensen. Ik heb al gezien dat deze gedachte ook in De criticon terugkomt.

Ik ben benieuwd of ik het lezen van deze pil volhoudt. Ik lees almaar minder fictie, maar als er maar genoeg interessante ideeën in voorkomen leest het wellicht ook als non-fictie en als een filosofie van de levenskunst.

Reacties

Ooit heb ik op een Spinoza-colloquium in Parijs van PF Moreau een voordracht gehoord over Gracian, waarin hij - als mijn geheugen mij niet bedriegt - betoogde dat bij Gracian het begrip 'ingenio' tamelijk centraal staat in zijn beschrijving van het menselijk gedrag en dat dit zou kunnen verklaren waarom ook Spinoza herhaaldelijk de menselijke imborst of aanleg 'ingenium' heet. Dat deze term vaak bij Spinoza voorkomt, kan ik uit eigen leeservaring bevestigen. Ik heb ook een Spaanse Gracián aangeschaft, maar ben daarin blijven steken.