Balthasar Bekker (1634 - 1698)

Dagblad Trouw heeft vandaag een groot artikel over de XVIIe eeuwse dominee Balthasar Bekker. Spinozisten zijn met hem bekend in verband met zijn bijdrage aan de onttovering van de wereld door zijn boek waarin hij het geloof in duivels bestreed: De Betoverde Weereld. Hij ging echter mee in de cartesiaanse scheiding van lichaam en ziel en geloofde in het bestaan van wonderen. Hij was dus zeker geen Spinozist en bestreed zelfs het Spinozisme, deze dappere dominee, maar hij werd er toch van verdacht Spinozist te zijn. Door zijn grote invloed én door al de hem toegedichte referenties, behoort hij voor Jonathan Israel tot de Radicale Verlichting.

Aanleiding voor het artikel is de promotie op 17 november van Annemarie Hinten-Nooijen die werkzaam is  bij het Centrum voor Wetenschap en Levensbeschouwing van de Universiteit van Tilburg. 

 

Zie hier of hier het artikel.

Bekijk de afbeelding op ware grootteAnnemarie Nooijen: ’Unserm grossen Bekker ein Denkmal’? Balthasar Bekkers Betoverde Weereld in den deutschen Landen zwischen Orthodoxie und Aufklärung.Waxmann, Münster. ISBN 9783830922254; 514 blz., ± €39. - books.google

Aardig om in het artikel te lezen over een beeld van Balthasar Bekker dat in zijn geboortedorp Metslawier is opgericht. En er is de B. Bekkerstrjitte. Op de website van het dorp is er slechts met enige moeite iets over hem te vinden (op de kerkpagina staat heel zunig: "De buste van Balthasar Bekker is een herinnering aan een zeer bekend geworden predikant"); geen foto.

Wel heeft Metslawier Aktief van 3 juli 2009 deze tekst over "de tweede editie van de Ie en Waadrintocht": Direct na de start wandelde men langs het standbeeld van Balthasar Bekker. Balthasar Bekker geboren te Metslawier op 20 maart 1634 en overleden op 11 juni 1698 te Amsterdam. In 1691 schreef Bekker een bestseller. “De betoverde wereld”. Hierin verzette hij zich krachtig tegen het bestaan van heksen, spoken en duivels. Tovenarij was voor Bekker een onuitputtelijk bron van humor en spot. Na verschijning van dit boek stond de republiek te trillen op haar grondvesten.

Klik voor een andere grote opname

 

 

[fotootje Annemarie Nooijen bij beeld van Reformatorisch Dagblad; de andere fotootjes van het Denkmal van hier en hier] Informatie bij DBNL

 

Reacties

Hieronder een samenvatting van wat Jonathan Israel in zijn baanbrekende boek ‘Radical Enlightenment’, over de enorme invloed van Spinoza’s radicale verlichting, schrijft over Bekker.
De grote bijdrage van Israel is ook dat hij keer op keer laat zien dat je naar buiten toe Spinoza wel moest bestrijden omdat je er anders volledig uit lag. Spinoza werd gelijkgesteld aan het duivelse atheïsme dat met alle middelen bestreden moest worden. Zie ook bij Israel het dramatische verhaal van een andere uitgekotste gereformeerde dominee, Frederik van Leenhof (1647-1713).

Israel;
“Bekker was een zoekende geest, had grote interesse in natuurwetenschappen en aspiratie om intellectueel uit te blinken en daarvoor erkenning te krijgen. Vurig cartesiaan. Grote tegenstand van Friese collega's en verhuist in 1674 naar Holland.

Hij bezoekt vlak daarop Spinoza op en voert lange discussie met hem, maar distantieert zich later naar buiten toe van S.

Zijn kruistocht tegen het 'rijk van de satan' zal rest van zijn leven overschaduwen. De duivel in de bijbel is voor B niet meer dan dichterlijke, verwijzingen naar duivelse neigingen van de mens. Het idee dat god een deel van zijn macht heeft overgedragen aan de duivel is absurd.
Spinoza erkent tegen B de TTP geschreven te hebben.

Het magnum opus van B, is 'Betoverde Weereld' (vier delen, Amsterdam, 1691-93). Bekker toont zich hierin een typisch vertegenwoordiger van de protestantse vroege verlichting. Monumentaal onderzoek over Satan, geesten, demonen, magie, hekserij. Hij wilde de wereld bevrijden van het geloof in betovering. De joden, eerste christenen en kerkvaders hadden voortgeborduurd op 'heidense gedachten', in de middeleeuwen werd het bijgeloof aangemoedigd, Thomas van Aquino sprak aristotelische kolder, absurde speculaties.
Hij gelooft wel wat in de bijbel staat, hel, satan en engelen.
Niet dat ze de normale werking van de natuurwetten kunnen veranderen. Hij houdt rigoureus vast aan de tweedeling van Descartes, geen interactie tussen 'denken' en 'uitgebreidheid'. Hij legt het primaat bij de rede en past liever de bijbel aan, aan de filosofie van Descartes. Alleen god kan de loop van natuurlijke dingen veranderen. ('S raast onzin')
De duivel in de bijbel is niet meer dan dichterlijke, allegorische, symbolische verwijzingen naar duivelse neigingen van de mens. Ieder mens heeft de plicht om tegen te spreken dat de duivel een rijk op aarde heeft. Het idee dat god een deel van zijn macht heeft overgedragen aan de duivel is absurd. God zorgt er juist voor dat de duivel opgesloten blijft in de hel. Tovenarij in bijbelboek Exodus is pure symboliek. Waarzeggerij is zondermeer bedrog.

In Duitsland heerst volgens B een ongelooflijke bijgelovigheid.
Jarenlang verzamelt hij rapporten van heksenprocessen uit Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden. Hij verwijt lutherse, anglicaanse en katholieke geestelijke dat ze bij het gewone volk ziekelijke goedgelovigheid aanmoedigen, en magistraten onder druk zetten om arme stakkers te beschuldigen van hekserij en hen te martelen en te verbranden. Degenen die aanklachten indienen moeten juist vervolgd worden.

B veroorzaakte groot tumult en verdeeldheid in Nederland en Duitsland en ook daarbuiten.
Opwinding rond B was de grootste intellectuele controverse van de Vroege Verlichting in Europa. 300 publicaties pro en contra.
Conservatieve theologen triomfantelijk; dit is het bewijs dat cartesianisme leidt tot afwijzing van hemel en hel en uiteindelijk tot 'spinozisme'. Voetianen zagen B als integraal onderdeel van het radicale filosofische offensief.
Ook cartesianen en coccejanen wijzen B af, hij was veel verder gegaan dan wat Descartes en Cocceius stelden.
Verbitterde strijd, over en weer verwijten dat men het spinozisme stimuleerde, beide partijen vallen B scherp aan.
De controverse drong door tot het algemene bewustzijn en heel het publieke leven. De commotie veroorzaakte een fundamentele verschuiving in de opvattingen van geleerden en het gewone volk.

Volgens een predikant Carolus Tuinman is het Nederlandse volk vanaf de jaren 90 geleidelijk aan het geloof in duivelse machten kwijtgeraakt, door Bekker en de commotie rond zijn boek.
De Hollandse synodes dringen bij de Provinciale Staten aan op een verbod van het boek van B.
1ste 2 delen, 400 pagina's, oplage 5750, in twee maanden uitverkocht; voor die tijd verbazingwekkende prestatie. Volgens B in 1693 al 8000 exemplaren verkocht. Zondermeer een bestseller. Veel publicaties pro en contra in het Nederlands, vanwege grote betrokkenheid van het publiek.

Ook al was B het instrument, de ware schuldige was de filosofie of 'de nieuwe duivel'.
B op vriendelijke voet met Van Dale.
B werd er voortdurend van beschuldigd navolger te zijn van Spinoza (ook, onterecht, van Hobbes) en een atheïst te zijn.
B noemt hem diverse keren (uiteraard) in afwijzende zin.

Spinoza was duidelijk van grote betekenis voor het denken van B; de filosofische rede is het enige duidelijke criterium voor het analyseren van 'natuurlijke dingen', de bijbel geeft verklaringen voor natuurlijke dingen, die aangepast zijn aan het begrip van gewone mensen en is bedoeld om gehoorzaamheid aan Gods geboden bij te brengen.
Maar de filosofie heeft voor B niet de suprematie over de theologie. De bijbel heeft enige gezag voor menselijke verlossing.
B negeert inderdaad de duidelijke bedoelingen van de bijbel en van de kerkvaders.
Hij kwam met zijn bijbeluitleg dicht bij Spinoza.
Verkeerd begrepen Hebreeuws, duivel = 'boze mensen.'

Dat een spinozist zoiets deed was daar aan toe, maar het was niet te geloven dat een gereformeerde dominee zoiets deed.
Jacobus Koelman, fundamentalistisch, calvinistisch theoloog, zag verwantschap tussen B en Koerbagh en het bestrijden van Spinoza door B was een verraderlijke list.
Zelfs critici die sympathie hadden voor zijn aanval op bijgeloof en heksenvervolging, verwierpen zijn conceptuele raamwerk, omdat het te radicaal was (Bayle en Le Clerc).

De tragische ironie is dat B zelf dacht dat hij niemand een meer vernietigende klap had uitgedeeld aan Spinoza, dan hij zelf.
Ook Van Mastricht bracht B in verband met Spinoza en Meyer.
De strijd tegen B was onderdeel van een bredere krachtmeting tussen filosofie en theologie om de suprematie in de samenleving. Zal de bijbel het veld ruimen voor de filosofie? Of de bijbel wint of de filosofie, scepticisme en atheïsme.
Meeste van de stortvloed van anti-Bekkerpamfletten kwamen van gereformeerde predikanten.
De medestanders waren meestal uit de regentenklasse, sympathisanten van de filosofie en liefhebbers van de rede.
B, aanhangers in Amsterdam meer ontwikkelde leken, tegenstanders vonden steun onder de minder ontwikkelde lagere klassen.
Een pamfletschrijver; niemand heeft in jaren zoveel voor de zaak van de atheisten gedaan als B.

Het was te voorspellen dat Nederlandse vrijdenkers en spinozisten van de opschudding gebruik zouden maken om hun boodschap naar voren brengen. Een meesterzet van de radicale ondergrondse beweging was de uitgave van 5 gedenkpenningen die de lof van B verkondigden. Op een van de penningen staat B als 'Friese Hercules' die zwaait met de knots van de filosofie, waarmee hij satan, als een veelkoppige draak, de genadeslag geeft.

Omdat B vaak met Spinoza in verband werd gebracht, moesten woordvoerders van de Gematigde Verlichting in zekere mate afstand nemen van B.
In Nederland worden B aanhangers voortdurend onderworpen aan kerkelijke censuur en maar weinigen konden de rug recht houden.
Toch regelmatig geluiden van radicale denkers dat B het karwei radicaal had moeten afmaken.”

J. Israel, 2005

Balthasar Bekker geloofde in een andere God dan Spinoza, hij ging mee in de cartesiaanse scheiding van lichaam en ziel en geloofde in de mogelijkheid van wonderen (dat hoorde bij zijn godsbeeld). Hij was dus zeker geen Spinozist en bestreed zelfs het Spinozisme, deze dappere dominee, maar hij werd er toch van verdacht Spinozist te zijn. Door zijn grote invloed én door al de hem toegedichte referenties, behoort hij voor Jonathan Israel tot de Radicale Verlichting. Het is door de toeschrijvingen van anderen dat hij tot het Spinozistische kamp gerekend werd, iets dat Jonathan Israel achteraf ook lijkt te doen. Lijkt - ik haal dat niet rechtstreeks uit zijn tekst.
Jonathan Israel is hier een beetje dubbel. Bekker past niet precies in de door hem opgestelde criteria van de Radicale Verlichting en toch deelt hij - wegens diens invloed - Bekker daarbij in. Balthasar Bekker zou zich omdraaien in zijn graf.

Desondanks heeft Bekker wel degelijk een belangrijk deel van Spinoza’s radicale verlichtingsagenda ter hand genomen, het tegengaan van bijgeloof (met dodelijke gevolgen). En hij is daarin zeer effectief geweest. Dank zij hem zijn duizenden levens gered, vooral van vrouwen die ‘een beetje vreemd deden’.
En hoewel hij zich naar buiten toe distantieerde van zijn inspirator, (ik herhaal met Israel, hij moest wel, omdat vergeleken worden met Spinoza het ergste was wat je kon overkomen), is deze man wellicht de eerste die zo’n enorm resultaat heeft geboekt en zo’n omvangrijke invloed heeft gehad met één van Spinoza’s doelstellingen. Mede door de boeken van Bekker is de heksenverbranding uit Europa verdwenen.

Het is dus een man die door vrouwen, gereformeerden en spinozisten gezamenlijk tot held verklaard moet worden en in elke stad van Europa moet er een ‘Balthazar Bekkerplein’ komen met een standbeeld!
Hetzelfde geldt natuurlijk voor Spinoza, de stichter van de Radicale Verlichting.