Boekadvies over Spinoza: "met voorzichtigheid te hanteeren, wegens de doctrien die het bevat."

Umbram fugat veritas

In de hoogtijdagen van de verzuiling was een belangrijk hulpmiddel voor katholieken om te weten of een boek voor hen ‘moreel goed’ was de adviezen af te wachten en te raadplegen. Bij Uitgeverij “Foreholte” te Voorhout verscheen jaarlijks de JAARLIJKSCHE BOEKENSCHOUW waarin katholieke uitgevers als J.B. Wolters, het St. Gregoriushuis, G. B. Van Goor Zonen’s U.M. N.V., J. J. Romen & Zonen, P. Noordhoff, Desclée De Brouwer e.a. hun boeken konden adverteren, maar waar het vooral ging om het verschaffen van korte signalementen en beoordelingen (m.m.v. enige jezuïeten).

In verband met de herdenking in 1932 van het 300e geboortejaar van Spinoza verschenen er dat jaar meerdere boeken over Spinoza. In de DERTIENDE JAARGANG 1932 die liep van najaar 1931 tot najaar 1932, had men dus wel wat te doen. Bij de DBNL staat die Boekenschouw gedigitaliseerd. Ik kwam het tegen daar  ik met Vloemans bezig ben. Ik heb er de tekstjes over de boeken van dat jaar uitgeplukt. Men had het er maar druk mee. Zie hoe Van Suchtelen kwalijk genomen werd dat hij een goedkope bloemlezing met teksten van Spinoza op de markt bracht.

 

H. AALBERS: De wijsbegeerte van Dr. J. D. Bierens de Haan. A. W.Sijthoff, Leiden, 1932. (23 X 15.5). 223 blz.

Terecht legt schr. verband tusschen de pantheïstische wereldbeschouwing van Dr. Bierens de Haan en de opvattingen van Spinoza eenerzijds en van Hegel anderzijds. Dr. B. de H. heeft verwantschap met beiden, doch wijkt in bepaalde punten tevens van hen af. De wijsbegeerte van B. d. H., voorzoover ontwikkeld in zijn Levensleer naar de beginselen van Spinoza, is spinozistisch in wezen; zij rust op de grondgedachten van Spinoza's levensleer niet op diens wereldleer (methaphysica); zij vult verschillende leemten aan; zij legt meer den nadruk op de persoonlijkheid; zij aanvaardt niet twee wereldbeheerschende principe's (goed en kwaad), doch leert, dat het kwaad de negatie van het goede is, dat het kwade dus naar diepere werkelijkheid niet bestaat. Deze studie gunt ons een goeden kijk zoowel op B. d. H. als op Spinoza en Hegel. Alleen voor wijsgeerig onderlegden.

Dr. J. H. CARP: Het Spinozisme als wereldbeschouwing. Van Loghum Slaterus, Arnhem, 1931. (20 X 14). 227 biz. ing. f 2.90.

Het Spinozisme wordt in dit boek volgens de methode der typologie voorgesteld als een systeem van immanentie, intuïtie en mystiek. Het heeft tot grondslag het schouwende inzicht in de eenheid van het Al, waaraan de Godsidee een religieuze tint geeft. Deze interpretatie van het stelsel van Spinoza is in strijd met de traditioneele, die 't juist als een zuiver en consequent rationalisme heeft opgevat. Carp weet haar echter in groote lijnen aannemelijk te maken, al is zijn typologie door te ver doorgevoerde schematiseering op menig punt onjuist. Het boek is alleen voor ingewijden in ‘t Spinozisme te verstaan.

N. VAN SUCHTELEN: Benedictus de Spinoza. Goede en Goedkoope Lectuur, Amsterdam, 1932. (18 X 12). 304 blz.

De directeur van de Wereld-Bibliotheek heeft met de uitgave van deze bloemlezing geen goed gedaan. De gedachten van Spinoza worden daardoor onder een publiek gebracht, waar ze niet voor bestemd zijn en dat er al te gemakkelijk een middel in zal vinden. om zijn ongeloof met een schijn van wijsbegeerte te bedekken. De werken van Spinoza zijn nu eenmaal geen lectuur voor niet-wijsgeerig geschoolden, nog veel minder voor de huiskamer, waar ze door deze “keuruitgave" met allerlei lichte leesstof worden binnengesmokkeld.

Dr. ANTOON VLOEMANS: Spinoza, de mensch, het leven en het werk. H. P. Leopold, Den Haag, 1931. 607 blz. geb. f 15.—.

Een samenvattend werk over Spinoza, den pantheïstischen philosoof der 17de eeuw. Een merkwaardig mensch en een merkwaardig denker. Dr. Vloemans heeft een goed informeerend en vlot leesbaar boek, dat de uitgever kostbaar inkleedde, over hem geschreven. Spinoza was een ingekeerd, zacht en bescheiden mensch, die in stilte en afzondering een pantheïstisch systeem construeerde, wel in afhankelijkheid van voorgangers, maar toch oorspronkelijk van opzet en uitwerking. Spinoza's Pantheïsme, dat uitgaat van het ééne substantie-begrip en het „zijn" niet analoog, maar „univoque" neemt (de fout van alle pantheïsten, van Parmenides af) is natuurlijk lijnrecht in strijd met alle Christendom, dat een onverbiddelijk dualisme (onderscheid van God en wereld, van geest en stof) leert. Dr. Vloemans' boek heeft uit den aard der zaak voor weinig ontwikkelde lezers geen beteekenis: het blijft een werk voor vakmenschen en die ontwikkelden, die zulk een werk verstaan kunnen. Het blijft voor Katholieken een boek, dat met voorzichtigheid te hanteeren is, wegens de doctrien die het bevat.

                                                 * * *

Met het motto van de uitgever dat aan het begin van dit blog staat, Umbram fugat veritas [de waarheid verdrijft de schaduw] zou Spinoza het wel eens kunnen zijn; hij schreef immers: Sane sicut lux seipsam et tenebras manifestat, sic veritas norma sui et falsi est, 2/43s  [evenals het licht zichzelf en de duisternis openbaart, zoo ook is de waarheid de toets van zichzelf en van het valsche - in de vertaling van dezelfde Van Suchtelen].

De woorden Umbram fugat veritas stammen uit de hymne Lauda Sion, één van de vijf hymnes die Thomas Aquinas (1225-1274) op verzoek van Paus Urbanus IV componeerde [cf.]  

Reacties

Ondanks de zompige verzuiling, die van de godsdienst een ideologie maakte - Wilders heeft niet geheel ongelijk m.b.t. de islam - valt op hoe fraai en modernistisch de omslag is van de 'Jaarlijksche Boeken schouw''. Art deco wordt niet geschuwd. De moderniteit sluipt via de kunst het verzuilde brein binnen. Prachtig toch? Het heeft me altijd verbaasd hoe tolerant de Kerk stond tegenover de kunsten, en ze zelfs stimuleerde. De pracht van de schilderkunst van de Gouden Eeuw werd door de calvinisten geen strobreed in de weg gelegd. En de celibataire prelaten konden, als zij in de Sixtijnse kapel het hoofd hieven voor gebed, zich verlustigen aan Micheangelo's vlezige naakte mannen en vrouwen. Ruim baan voor de gesublimeerde hetero- en homo-erotiek! De Kerk was een zegen voor de kunsten, en de kunsten waren een zegen voor de lusten. Ze had oog voor het zinnelijke in de mens. En zo kan je tot de conclusie komen dat Spinoza wellicht mede door haar verworpen werd omdat hij de lusten niet voldoende aansprak. Een kwestie van te weinig gesublimeerde erotiek dus.

Je geeft nu wel een heel fraai plaatje van 'de Kerk', Adrie: "Ze had oog voor het zinnelijke in de mens..." ja, ja, maar wel om die bij in ieder geval de eenvoudige volgelingen te onderdrukken. Je kent toch de geschiedenis van deonderdrukking der seksualiteit en vooral van de vrouw? Je weet toch hoe de Nadere Reformatie het toneel en het dansen trachtte tegen te gaan en ook tegen sommigen specimen van de schilderkunst in 't geweer kwam, meen ik (maar ik weet hier niet genoeg van).

Eigenaardig wel dat jullie hier geen onderscheid maken tussen de katholieke kerk en de protestantse kerken. Ik weet er ook niet zo veel van, maar het algemeen beeld dat ik er van heb is toch dat de protestanten niet alleen veel rationeler maar ook veel rechtlijniger en strenger waren tegenover de zinnelijkheid. De sublimatie er van (of toegegeven ook vaak de schijnheiligheid er tegenover) lijkt me vooral een katholiek gebeuren.

Weer eens blijkt dat ik in mijn verzamelblog met beelden van Spinoza nog niet alle munten, penningen en medailles met Spinoza heb