Breviarium Spinozanum: nos aeternos esse (verwijst naar uniciteit)

In reactie op de lezing van Dick Desaw “Eternity is just a euphemism for now” [cf. vorige blog] die ik als vaker gebruikt herken, maar te makkelijk vind, ga ik nog eens in op de volgende passage van Spinoza:

“At nihilominus sentimus, experimurque, nos aeternos esse.” (Ethica 5/23s)

“Niettemin nemen we waar en ervaren we dat we eeuwig zijn” (vert. Vermeulen). Dat waarnemen of opmerken (sentire) doen we intelligendo concipit, met ‘begrijpend denken’ (Vermeulen), met ‘kennend inzien’ (Krop).

Over deze zin heb ik op dit blog meerdere malen mijn moeite ermee besproken – b.v. heel uitgebreid in een reactie-wisseling op een mijmering aan het eind van 2013 (of deze een half jaar eerder). Onlangs heb ik mij er weer mee beziggehouden daar we gisterenavond met onze Spinoza Kring Limburg het laatste deel van de Ethica vanaf 5/20 bespraken. Ik overweeg deze passage, waarmee ook anderen in de SKL moeite bleken te hebben, nu in een periode waarin ik langere tijd met Spinoza’s essentie-begrip bezig ben (waarover ik nog eens apart hoop te bloggen). Ik realiseer me heel sterk a) dat Spinoza als nominalist alleen bestaan toekent aan (naast, beter gezegd, binnen de substantie) singuliere, particuliere dingen: modi. Universalia bestaan voor hem niet, dat zijn denkdingen van ons, hulpmiddelen om ons te oriënteren in de wereld en met elkaar te communiceren. Ook het essentie-begrip betrekt Spinoza (i.t.t. al zijn voorgangers-filosofen, op Duns Scotus na) op de enkeldingen. Daarover later meer.

Vanuit dit besef, en steeds weer pogingen doende de boven aangehaalde zin te begrijpen (er chocola of kaas van te maken), krijg ik de indruk dat ik het zo moeten lezen: ik, dit particuliere ding, besef aan de hand genomen door Spinoza, dat het voortkomt uit het universum en volstrekt uniek is. We voelen en ervaren dat we uniek zijn: dat er nooit eerder en ook nooit later na mij iemand in de wereld zal komen die (als) mij is. In die zin kan ik mij als eeuwig zien. Dat ik er ben, ooit was als eenmalig en uniek ding is een “eeuwige waarheid”. Het moet die “eeuwige uniciteit” zijn die Spinoza hier bedoelt [cf. ook dit blog over “De eeuwige essentie van elk enkelding” en dit blog over Het wezen der dingen is eeuwig – "een eeuwige waarheid" en ook dit blog over het "eeuwige deel van de geest" als "Mentis duratio" wat volgens mij een oxymoron van Spinoza was].

Met het benadrukken van die uniciteit bedoel ik niet dat ik me iets bijzonders voel in de zin van ‘iets vehevens’ of ‘iets uitverkorens’. Nee, het betekent gewoon dat ik dit res particularis ben, net zoals elk enkelding uniek, bijzonder, iets aparts is. Voor eeuwig. Zo gelezen zeg ik: ja “At nihilominus sentimus, experimurque, nos aeternos [unicosque] esse.”

Reacties

Stan,
Alle respect voor je eigen sentimenten in deze, maar kan je uniciteit staande houden in het Spinozistisch wereldbeeld? De Natuur is absoluut oneindig, ook in ruimte en tijd. Hier of elders, vroeger of later ontstaat er opnieuw een eindige modus die volkomen identiek is aan mezelf. Nee, zelf voel ik de eeuwigheid eerder aan als het in gedachten kunnen uitstijgen boven ruimte en tijd, het kunnen aanschouwen van de natuur als een buitenstaander terwijl ik er toch zelf deel van uitmaak.

Dat kan dus niet, Mark, als buitenstaander van buiten de natuur of de substantie naar wat dan ook kijken - dat standpunt bestaat niet, want er ís niets buiten de substantie/de natuur.
Ben je intussen Nietzscheaan geworden? Geloof je echt in dit soort "eeuwige wederkeer"? Kun jij echt denken dat er ooit nog eens zo'n 'exemplaar' als jij bent zal zijn (of eerder al geweest is)?
Ik denk dat ik toch dichter bij Spinoza sta. Tussen aanhalingstekens zette ik 'exemplaar' want we zijn méér dan louter 'exemplaar van een soort' - alsof we inwisselbaar zouden zijn.

Nee, inderdaad Stan, je kan niet buiten de natuur staan, maar toch voelt het zo als je bvb. de Ethica leest: de Natuur begrijpen is er op afstand naar kijken, ook al is die afstand fictief. In Borges Spinoza sonnet komt dit goed tot uiting, waarin hij Spinoza beschrijft als Iemand die vanuit zijn nietigheid de God-Natuur zelf opnieuw opbouwt:
....
Wat maakt het uit. De tovenaar volhardt
En houwt God met meetkundige precisie.
Vanuit zijn ziekte, vanuit zijn niets,
Gaat hij door God te bouwen met het woord.

En om in eeuwige wederkeer te geloven moet je geen Nietzscheaan zijn: het is niet meer dan een logische afleiding uit de absolute oneindigheid van de tijd. Een alternatieve eeuwigheid dan deze van Spinoza, maar de conclusie is dezelfde: sub specie aeternitatis ziet onze eindigheid er heel anders uit.

Mark, ik denk dat Spinoza het niet met jou eens is dat "Natuur begrijpen is er op afstand naar kijken"; volgens mij ziet hij dat begrijpen van de natuur als ook iets van/behorend tot de natuur: denken is een attribuut van God of de natuur. Niets overstijgt (transcendeert) de natuur (ook God niet). Ook de fictie (het geloof, de verbeelding) dat wel te doen, is iets van de natuur (een inadequaat aspect ervan). Daar alles tot de natuur behoort, is de distinctie tussen inadequaat en adequaat, tussen echt begrijpen en verbeelden, zo moeilijk.

Verder, Mark, door te spreken over "een logische afleiding uit de absolute oneindigheid van de tijd" lijkt het alsof 'tijd' voor jou 'iets' is, een soort 'object', dat iets veroorzaakt - waaruit werkelijkheid voortkomt. De werkelijkheid is voor Spinoza heel iets anders: die bestaat uit reëel bestaande dingen die op elkaar inwerken (gebeurtenissen/effecten veroorzaken). Voor hem is 'tijd' iets van onze verbeelding en als je daaruit 'logische afleidingen' wilt maken loop je risico van illusies te creëren. Bijvoorbeeld de illusie dat een gebeurtenis niet gedetermineerd en uniek is, maar volledig in al z'n aspecten herhaalbaar, zodat de wederkomst ooit van Mark Behets of Stan Verdult in de rede ligt (en dat in een oneindige reeks). Ik zou niet weten hoe je die gedachte in Spinoza kunt inpassen, die het niet over 'denkdingen' heeft maar over de productie van reële dingen: Res nullo alio modo neque alio ordine a Deo produci potuerunt quam productae sunt. [1/33]

Beste Stan,

Zoals je weet ben ik nog niet zo heel lang 'gebeten' door Spinoza.
Ik lees echter dagelijks je blogs, en meer. (Heb nog veel in te halen...)

De discussies tussen jou, Mark en Henk vind ik persoonlijk zo leerrijk dat het me soms een hele avond kan bezighouden. Jammer genoeg heb ik nog lang niet de kennis om me erin te mengen, laat staan alles te begrijpen! Maar het raakt me wel. (Jammer dat Adrie er zich zo weinig in mengt.)

Ook nu kan ik even niet volgen: Je schrijft: ..."Voor hem is 'tijd' iets van onze verbeelding en als je daaruit logische afleidingen wilt maken loop je risico illusies te creëren. Bijvoorbeeld de illusie dat een gebeurtenis niet gedetermineerd én uniek is, maar volledig in al zijn aspecten herhaalbaar...." Hier kan ik jou (en dus Spinoza) weer niet volgen.

Is er een verband dan tussen het 'uniek zijn' van een gebeurtenis en het 'gedetermineerd zijn' ??
Gegeven die omstandigheden op dat moment met die input MOEST dus alles gebeuren zoals het gebeurt. Maakt dit deze gebeurtenis uniek? Ja, als je er ook de tijd bij betrekt toch? Het kan maar één keer voorvallen op DAT moment.
Vandaar dat Nietzsche zei dat gezien materie beperkt is en ruimte en tijd oneindig alles ooit eens opnieuw zal moeten gebeuren. (Tenzij ik ook dat niet begrepen heb.)

'Voor hem is tijd iets van onze verbeelding'.

Kan ik hierop die mooie spreuk van Wittgenstein toepassen? "Indien onder eeuwigheid niet oneindige tijdelijke duur wordt verstaan maar tijdloosheid, dan leeft diegene eeuwig die in het heden leeft.."

Of deze van Schopenhauer: "Maar het is niet de tijd die verantwoordelijk is voor het voorbijgaan van de dingen, het is veeleer omgekeerd: Het voorbijgaan van de dingen is verantwoordelijk voor de tijd."

Ik haspel waarschijnlijk vele dingen door elkaar, waarvoor mijn excuses. Maar dat van die uniciteit en gedetermineerdheid (verband) snap ik niet. Net zoals dat tijd iets is 'van onze verbeelding'. (Moet ik dit laatste ook Kantiaans zien? We kunnen niet anders dan het zo bekijken.)

Met beste groet.

Een mooi tuiltje citaten draag je hier aan, Sven. Die van Wittgenstein vormt misschien de achtergrond van de uitspraak van Dick Desaw “Eternity is just a euphemism for now”, die ik in het begin van m'n blog aanhaalde.
De uitspraak van Schopenhauer stemt geheel overeen met de benadering van Spinoza over de tijd als een product van onze verbeelding in 2/44s: waar ook voor hem basaal is de beweging van lichamen, waarvan wij ons verbeelden dat sommige zich sneller, langzamer resp. even snel als andere bewegen (daar is hij de uitvinder van de relativiteitstheorie...).
Dit was het punt van mijn reactie op Mark: pas op met redeneren vanuit tijd; maak van tijd geen ontologische categorie, maar zie hoe Spinoza voortdurend redeneert vanuit reële bestaande dingen.

Spinoza redeneert niet als Nietzsche vanuit een eindige/beperkte materie, maar ziet binnen het universum (dat als geheel altijd hetzelfde blijft) een oneindige wisseling van vele modi (brief 64 aan Schuller). Dit zijn de oneindige uitingen binnen de onmiddellijke oneindige modus van beweging en rust van het attribuut uitgebreidheid.

Voor elk gebeuren bestaat een oorzaak resp. verklaring (dat is: alles is gedetermineerd). En uit elke gebeurtenis volgt een nieuwe (er bestaat cf. 1/36 niets uit de natuur waarvan niet een gevolg voortvloeit). En zo ontstaat een oneindig netwerk van knooppunten van elk eenmalige/unieke singuliere dingen of feiten (met elk hun eigen oorzaak; of complex van oorzaken).
[Of Spinoza het net zo bedoelde als Kant met tijd als een van de categorieën waarmee wij noodzakelijk denken, weet ik niet. Volgens mij bedoelde Spinoza oorzaak niet als zo'n denkcategorie, maar zag hij het als iets van de werkelijkheid zelf.]

Eveneens beste groet

Causaliteit ofwel oorzakelijkheid werkt bij Spinoza wezenlijk (constant natuurlijk). Zo werkt de natuur en dus ook onze natuur, ons zijn en denken, naar oorzaak en gevolg. De kennis over die natuurlijke wetmatige werking en over hoe in de natuur dingen altijd tijd-ruimtelijk geordend werken (macro en micro) is kennisleer van het bestaan en de werking van de natuur opdoen. Kennis die we opdoen door de natuur als de enige werkelijk begrijpelijke informatiebron te beschouwen voor de gevormde werkelijkheid, dus alle dingen naar dynamische eigenschappen van de natuur ervaren, leren kennen en begrijpen, ook de complexe dingen die we zelf zijn.
Positieve verstandsverhoudingen kunnen we zo - i.p.v. op negatieve onverstandige - op die wijze leren opbouwen en herkennen; bijvoorbeeld direct in natuurkundig samenwerkende eigenschappen.
Spinoza streeft als het ware naar democratische voortplantingsmodellen die het voortbestaan van alle mensen naar welzijn en welstand verzekeren. Hij streeft daarom naar de ontwikkeling van de verstandelijke Rede, ons verstand. Een oorzakelijk eigenschap die een vanzelfsprekende voorwaarde is voor de kwaliteit van bestaan en het voortbestaan. Een communicatieve of mededeelbare eigenschap met een (re)productie of vermenigvuldigingswaarde die zelfbewust denkt en werkt en niet slechts naar horen zeggen.
Het doorgeven van feitelijke kennis (methodisch), in de natuurlijke betekenis naar oorzaak en gevolg, is bij Spinoza en voor ons naar deugdelijke werking ofwel naar mate van ons verstand. Het is ondanks onderling verschil een zinnig of wezenlijk geestelijk werkend begripsvermogen dat ons vergankelijke lichamelijke menselijk bestaan, de vorm van denken niettemin altijd naar de natuurlijke oorzaak, de werkende inhoud van de natuur naar uiterlijke voortplantingswijzen weergeeft (EV23 e.v. en EI 29 e.v).

Bas, Ik ga deze reactie van je, die weer volstrekt niet ingaat op het blog of reacties erop, straks wissen, indien je hier niet snel een reactie op laat volgen die wel de samenhang met blog/reacties laat zien.

Stan,

De samenhang is zo beter dan jouw kreet alles is gedetermineerd. Ik probeer dat uit te leggen en verwijs er bij naar Spinoza's Ethica, naar oorzakelijke ordening en werking van de natuur. Naar de natuurwetmatigheid in de natuur die Spinoza beschrijft. De samenhang die Spinoza aangeeft, is in die natuurwetmatge betekenis eeuwig maar in de betekenis van de mate van het eigen vergankelijke menselijk vermogen beperkt, niettemin betekent Spinoza's kennisleer voor de mensheid een unieke vooruitgang.

Sven, ik ben het volledig eens met wat je schrijft, en ik heb met genoegen kennis genomen van de citaten van Wittgenstein en Schopenhauer.
Het is inderdaad zo dat de logische afleiding van de noodzakelijke eeuwige wederkeer berust op de aanname dat de hoeveelheid materie begrensd is (en de tijd niet). Dat is niet zo bij Spinoza: het attribuut Uitgebreidheid is absoluut oneindig. Daarom kan je in zijn metafysica niet spreken van een noodzakelijke eeuwige wederkeer, maar anderzijds is die m.i. helemaal niet onmogelijk.

Stan,
Voor de duidelijkheid nog een kleine aanvulling op mijn laatste bijdrage. We zijn juist uniek door die beperking in ons vermogen. We wijken iets van elkaar af, we verschillen. We zijn natuurlijke variaties in de genenpool. We wijken dus niet af van God ofwel de natuur in de zin van de natuurlijke werking - de Natuur als oorzaak voor onze en mijn lichamelijke en geestelijke unieke biologische ordening - want we komen juist daarin overeen, zelfs in de gedachte dat we allemaal uniek zijn en daarom bij Spinoza onder de bijzondere dingen vallen.
Naar menselijke evolutionaire maatstaf krijgt het verstand en de verstandsverhoudingen daardoor een bijzondere betekenis en machtiger rol in E5. Spinoza geeft daar ook in de mens een natuurlijke actief dynamisch streven als bestaanseigenschap weer.