Carp contra Grunsky – over Spinoza [1]

Toen ik twee maanden geleden twee blogs over Solomon Maimon schreef, kwam ik bij mijn speuren op internet een abject document tegen, “Der Einbruch des Judentums in die Philosophie”. Het was geschreven door Dr. Hans Alfred Grunsky van de Universität München en in 1937 uitgegeven door Junker und Dünnhaupt Verlag, Berlin. [cf Hier] Grunsky valt bladzijden lang de joodse hoogleraar Hermann Cohen aan die lange tijd een grote autoriteit was op filosofiegebied. Grunsky schrijft: “Wenn wir diese Urbeziehung zwischen Gesetzestreue und Liberalität durchschaut haben, so werden wir nicht mehr daran zweifeln, daß auch der liberalste Jude noch im vollen Umfange dieser Beziehung unterliegt, auch der, der dem Judentum abgeschworen hat, ja, ihm feindlich gegenübersteht.“ „Das welthistorische Beispiel hierfür auf dem Gebiet der Philosophie bietet der Jude Baruch de Spinoza.“ [..] „Anfang 1933 kam in einem deutschen Verlag eine Spinoza-Festschrift heraus, die jeder in die Hand nehmen sollte, der noch irgendwelchen Zweifel an dem jüdischen Charakter des Spinozismus hat. Unter 22 Verfassern, die Beiträge lieferten, befinden sich hoch gegriffen vier bis fünf Nichtjuden, darunter der Ehren-Bolschewist Romain Rolland.
„Gleich wie von den Brüdern in Christo eine Nachfolge Christi anerkannt wird, ebenso wollen wir Brüder in Spinoza deiner (Spinozas) Erkenntnis und Liebe Gefolgschaft leisten!“ ruft der herausgebende Jude Siegfried Hessing in seiner grotesk-geschmacklosen Lobrede auf Spinoza aus.“ Het gaat in deze geest verder.

Ik had weinig zin om hieraan aandacht te geven op dit weblog, maar ik borg het stuk wel op in een apart mapje. Ik vermoedde dat ik er ooit op terug zou komen, al was het maar omdat het stuk op meerdere foute, nazistoïde websites, gepubliceerd staat.

Naar aanleiding van reacties van André Mommen op een vroeger blog over de spinozist en nationaal-socialist dr. J.H. Carp, waarbij ik kon merken dat hij goed geïnformeerd was, googlede ik even op diens naam en ontdekte dat hij een presentatie had op het in september 2010 gehouden Congrès Marx International VI : Crises, révoltes, utopies in een Parijse Universiteit. Zijn paper “How a Leading Dutch Spinozist became a Nazi: Some Notes on Dr. Johan Herman Carp (1893-1979)” is hier en daar te vinden op internet [bij Scribd en hier als DOC]. In e-mail-contact dat ik intussen met hem had, deelde hij me mee dat een uitgewerkte versie ervan in het komende nummer van het VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT zal verschijnen. Daar zal ik dus t.z.t. aandacht aan geven.

Nu pak ik er één ding uit. Mommen noteert: “Carp is rather unclear about Spinoza’s Jewish background, but he vehemently defends Spinoza’s honour against the German nazi ideologue Hans Alfred Grunsky who made of Spinoza a greedy Jew in an article in the Frankfurter Zeitung (“Spinozas zegel “caute”, in Spinozistisch Bulletin, vol. 1, pp. 122-128)” [1938].

Naar aanleiding hiervan hield ik mij weer even met Carp bezig en kwam - in het online krantenarchief van de KB - een artikel van hem in Het Vaderland van 21 februari 1939 tegen dat ook in de tweede jaargang van Spinozistisch Bulletin had gestaan (of misschien was het een samenvatting ervan): “Spinoza-Masaniello”. Ook in dat artikel viel hij prof. Hans Alfred Grunsky uit München aan.

Ik heb het artikel, om er makkelijker wat over te kunnen zeggen, overgenomen en op benedictusdespinoza.nl neergezet [5-3-2017 verplaatst naar veiliger omgeving - klik op onderstaand plaatje]. Voor ik daarop doorga probeer ik eerst meer over Grunsky te weten te komen en ben van plan daarover een volgend blog te schrijven.

Reacties

Dit artikele van Carp over SPINOZA EN MASANIELLO maakt scherper beter dan zijn grotere werken duidelijk hoe zeer hij de politieke Spinoza vervormt tot een voorstander van de totalitaristische Nazi-ideologie, die op zijn beurt voortkwam uit het jong-Hegelianisme. Ik vind het ook opmerkelijkdat Het Vaderland dit artikel in 1939 publiceerde: zo ver was het toen met Nederland gekomen! Zijn Spinoza verschilte hemelsbreed van de radicale 'Spinoza sovversivo' (Negri), die Balibar en ik zelf hebben geschetst. Spinoza zet weliswaar niet rechtstreks aan tot revolutie (in zo verre is hij gematigder dan Van den Enden) maar verantwoordt en verklaart die wel degelijk als de natuurlijke en onvermijdelijke handelwijze waar er sprake is van onderdrukking en uitbuitingdoor regenten of absolute potentaten (a la Gaddafi). In dit opzicht was Masaniello wel degelijk een idool, waarmee hij zich in politiek opzicht kon identificeren.

Dat Carp sterk verschilt van Negri durf ik te betwijfelen. Negri is een irrationalist en (ver)denk hem ervan zijn mosterd te halen bij wat ten tijde van Mussoluni het revolutionaire fascisme was, de Hegel van de toenmalige Italiaanse filosofen. Hij verwijst niet alleen naar Ravà maar ook naar Gentile. Excuse voor mijn schoolmeesteractige opmerkingen. Laat me geen intentieproces maken, maar Negri is inderdaad een vijand van de rede.

Daarover kunnen we een nieuwe boom opzetten naast de Carp-boom. Ik trok de vergelijking met Negri enkel en alleen op basis van zijn vernieuwende publicaties over Spinoza's radicale politicologie, zoals ook uiteengezet in L'ANOMALIA SELVAGGIA.Deze Negri is in ieder geval een tegeenpool van Carp en zou, mocht hij Carp nog leren kennen, zich heftig verzetten tegen zijns besmeuring van Spinoza's naam

Men kan inderdaad uit het filosofische vlees van Negri één speklapje, dat van Spinoza, wegsnijden, maar dan staan we toch voor het fenomeen dat Negri's wereldbeeld dat van Hegel is (en dus Croce, Gentile, e.a. die van Mussolini verre filosofische en soms problematische neven waren) en met Hegel hield hij zich in Padua (Padova) bezig (toen hij nog actief was bij de christen-democraten); met het Duitse "storicismo" was het daarom nuttig te verkeren. De reactionaire Duitse filosofie trok hem aan. Ik kan me niet goed ook maar wat voorstellen wat aan Negri nu origineel zou kunnen zijn bij zijn verwerking van Spinoza. Het fameuze concept "multitude" waar hij daarna vooral in zijn Empire mee aankwam zetten lijkt me precies een aanvulling bij zijn speurtocht naar het absolute (of de absolute geest), al verdenk ik hem wel ervan ook Franciscus van Assisië te hebben gelezen. Na zijn periode met Hegel, Dilthey en Meinecke (die van de Duitse catastrofe uiteraard) in de jaren vijftig en de "praktijk" met het operaismo in de jaren zestig had hij via Spinoza een nieuwe matrix gevonden. Dat was alles. Met zijn multitude kwam hij weer bij zijn hegelianisme terecht. Of was het de hand van Antonius van Padua die hem had geholpen? Achteraf was Spinoza slechts een tussenstation geweest bij Negri's late terugkeer naar huis, het huis van de Italiaanse catastrofe.

Mogelijk nog iets. De oude - en vooral de "foute" - Hegel is alomtegenwoordig gebleven, ook in het spinozistische wereldje.

Dank, Andre Mommen, voor uw aanvullende opmerkingen. U weet meer over Negri's Paduaanse periode te vertellen dan mij bekend was. Ik neem graag van u aan dat Padua een Hegel-nest was (heb ik langs andere wegen ook kennis mee gemaakt) en dat Hegel in die tijd wortel geschoten heeft in Negri's geest. Maar het staat anderzijds toch vast dat zijn hoofdwerk L'ANOMALIA SELVAGGIA een buitengewoon sterke anti-Hegeliaanse signatuur vertoont. Hij moet dus een sterke omslag hebben gemaakt. Dat komt meer voor. Zelf heb ik ook getuime tijd gedweept met Hegel, en kan ik thans niets meer van hem uitstaan. Ook een aantal Franse collega's als Matheron, B alibar, Macherey etc. zijn om zo te zeggen 'van Hegel afkomstig' en hebben hem achter zich gelaten. Sommigen helaas niet helemaal, zoals u terecht opmerkt.

Dadelijk ben ik de betweter. Maar Balibar en Macherey komen uit de kweekvijver van Althusser, of de secte van hem zo u wil.

En Althusser zou via Marx niks met Hegel te maken hebben? En kent u Macherey's boek HEGEL OU SPINOZA?

De Althusser van de epistemologische breuk - dus van Lire le Capital of Pour Marx - wilde niets weten van de Hegelse Marx. Later zijn de leerlingen, zoals Macherey, vertrokken naar Spinoza, maar wel na eerst met Althusser te hebben gespot. Of naar Latijns-Amerika gegaan, zoals Debray deed. Die laatste is dus ook niet naar Spinoza gehoeven.