Carp contra Grunsky – over Spinoza [3]

Ik kan - na het 1e en het 2e blog - in dit 3e en laatste blog over dit onderwerp kort zijn. Ik laat de nogal idiosyncratische zogenaamd Spinozistische politieke filosofie die Carp brouwt verder rusten, maar houd het - en zo dat ergens kan worden geuit, dan is het wel op dit weblog - hierbij:

Ik vind het wel wat hebben dat degene die zich zou ontwikkelen tot de grootste ideoloog van de Nederlandse Nationaal-Socialistische Beweging (de NSB), de Spinozist mr. J.H. Carp, in de clinch ging met een van de fanatiekste ideologen en jodenhaters van het Duitse nationaalsocialisme, dr. Hans Alfred Grunsky, over… jawel, Spinoza. Over de jood of voormalige, maar voor Nazi's en vele anderen, altijd blijvende jood Spinoza.
Carp verdedigde Spinoza tegen Grunsky’s "mishandeling" van het Spinozisme en van Spinoza's nagedachtenis.

Hij deed dat in “Spinozas zegel 'caute'”, in: Spinozistisch Bulletin, vol. 1, pp. 122-128 [1938] in reactie op een artikel van Grunsky in de Frankfurter Zeitung. En hij deed dat in "Spinoza-Masaniello”, in: Spinozistisch Bulletin, vol. 2 [1939] tevens in Het Vaderland van 21 februari 1939 [zie het 1e blog]. 

Ik zie hier dus af van de eigen "mishandeling" van Spinoza's leer
door Carp en zie nu alleen op deze verdediging van Spinoza's eer.   

Het zal indertijd geen aanleiding tot enige strafvermindering hebben gegeven, maar het strekt hem achteraf binnen het terechte beeld van 'eeuwige verguizing' toch tot enige eer. 


                     [Een eer die ik hem met dit blog dus toeken]