Christiaan Huygens (1629-1695) over Spinoza

Wat geeft de digitalisering van hele bibliotheken toch veel gemak. Google is flink bezig, maar de manier waarop de DBNL werkt is nog wel wat fraaier en wetenschapelijker. Wat kun je er op eenvoudige manieren ontdekkingen doen. Maar als je niet oppast breng je veel uren achter de pc door, terwijl je eigenlijk andere plannen had. Dit overkwam mij na e-mails waarmee Wim Klever mij gisteren van het volgende op de hoogte stelde:

          Christiaan HuygensStan, sinds gisteren zijn de 12 vuistdikke en ontilbare delen van Huygens' correspondentie  digitaal beschikbaar. Geweldig evenement! Je moest eens weten hoe vaak ik een uur gefietst heb naar de medische bibliotheek van de EUR (niet in Woudenstein) om weer eens honderden bladzijden door te nemen, op zoek naar namen en mededelingen die voor het Spinoza-onderzoek van belang zijn. Zo en niet anders heb ik ooit de brief van P. Baert aan Chr. Huygens (1676) ontdekt, waarin hij vermeldt dat hij in 1665 in Amsterdam ging wonen: "alwaar ik in veel heerlijke vergaderingen, alsook in het bijzonder door Johannes Hudde, Benedictus de Spinoza en dr. De Volder, professor in de filosofie aan de hogeschool van Leiden, met lof heb horen spreken over uw voortreffelijkheid in de wis- en natuurkunde". Blij als ik was maakte ik daar een aantekening van die mij van pas kwam voor de biografie van De Volder (zie hoofdstuk 11 in MANNEN ROND SPINOZA).

Ik heb trouwens veel meer uit deze OUEVRES COMPLETES gehaald. Zo vond ik buitengewoon interessante 'onuitgegeven' teksten, die ik heb gebruikt in mijn INSIGNIS OPTICUS en ook nog een informatieve brief van Tschirnhaus aan Huygens (in deel 9) over de steenworp, die ik heb gebruikt in mijn CONDITIONED INERTIA.

Destijds, inmiddels al tamelijk lang geleden, ontdekte ik enkele buitengewoon intrigerende 'onuitgegeven teksten' , die ik heb gebruikt voor mijn artikel "Huygens en Spinoza" (slechts indirect in "Insignis opticus".

De digitalisering van Christiaan Huygens werken (OEUVRES COMPLETES, 22 dln) is gedaan door de DBNL. Kreeg daarvan bericht.

Groet. Wim

Zie hier bij de DBNL Oeuvres complètes de Christiaan Huygens  

En zo zit ik al de hele ochtend te surfen en te scrollen door deze  vele brieven, die uiteraard overwegend in het Frans en Latijn zijn, behalve zo'n brief als van de genoemde P. Baert (zie hier)

Je vindt er dus de brieven die Spinoza aan Huygens schreef en die in de Briefwisseling van Spinoza opgenomen zijn (Huygens eventuele antwoorden zijn niet bewaard gebleven)

Oeuvres complètes. Tome VI. Correspondance 1666-1669
Nous publions ici trois lettres de B. de Spinosa, les Nos. 1513, 1531 et 1541, qui ont été évidemment adressées à la même personne; elles portent chacune, dans les éditions antérieures, l'annotation ‘Versio’; elles ont donc été écrites en hollandais. Dans l'édition de MM. Van Vloten et Land (voir la Lettre No. 1498, note 1), on leur a donné l'adresse de Chr. Huygens. Cette désignation nous semble admissible, mais on n'en a aucune preuve certaine.

In deel V is de briefwisseling tussen Oldenburg en Spinoza opgenomen, waarin sprake is van Huygens en die we uiteraard ook in Spinoza's Briefwisseling vinden.

En in deel VI de brieven van Christiaan aan zijn broer Constantijn waarin hij over Spinosa schreef:

No 1601. Christiaan Huygens à [Constantyn Huygens, frère]. 9 septembre 1667.
[...] Le Sieur Spinosa a ce que je vois n'a pas encore guere approfondi cette matiere, et vous estes peu charitable de le laisser ainsi dans l'erreur.

No 1603. Christiaan Huygens à Constantyn Huygens, frère. 23 septembre 1667.
[...] Ie voudrois scavoir quelle grandeur d'ouuerture Spinosa et Monsieur Hudde determinent pour les 40 pieds.

No 1608. Christiaan Huygens à Constantyn Huygens, frère. 4 novembre 1667.
[...] Le Juif de Voorburg achevoit ses petites lentilles par le moyen de l'instrument et cela les rendoit tres excellentes, je ne scay pourquoy vous n'en faites pas de mesme. S'il continue au travail des grands verres vous me ferez plaisir de m'apprendre comment il y reussit.

No 1611. Christiaan Huygens à Constantyn Huygens, frère. 2 décembre 1667.
[...] Il faut laisser faire nostre Juif5) avec ses ouuertures, et l'experience le doit refuter bien mieux que la theorie, parce qu'en effect la determination des ouvertures a son premier fondement dans l'experience. Car il faut scavoir par exemple qu'une lunette de 12 pieds peut souffrir l'ouuerture de deux pouces, et de cela je deduis en suite l'ouuerture de toutes les autres plus longues ou plus courtes. Mais il peut soustenir qu'on n'a jamais fait un bon verre de 12 pieds, s'entend dans sa plus grande perfection, et c'est ce qu'il doit prouuer par son travail en faisant de meilleurs, dont peut estre il n'est pas fort capable.

No 1638. Christiaan Huygens à Constantyn Huygens, frère.  11 mai 1668.
Il est vray que l'experience confirme ce que dit Spinosa que les petits objectifs au microscope representent plus distinctement les objects que les grands, avec des ouvertures proportionelles, et sans doute la raison s'en peut donner, quoyque le Sieur Spinosa ni moy ne la scachions pas encore. mais aussi de l'autre costè il est certain qu'on distingue plus de profondeur aux objects quand l'objectif est moins convexe. de sorte qu'il faut tenir le milieu entre l'un et l'autre pour avoir des microscopes qui fassent un effect agreable, mais si on ne cherche qu'a grossir beaucoup il faut des petites lentilles. I'ay essayè vostre derniere proportion avec vos objectifs et deux oculaires joints l'un contre l'autre qui font un bon effect sinon que les points paroissent trop, et bien plus que lors qu'on n'emploie qu'un oculaire seul de 2 pouces, et la raison y est toute evidente, puis que l'un est de 3 pouces et l'autre de 2½. Il vaudroit donc mieux que l'un fut de 4 ou 5 pouces et l'autre le plus pres de l'oeil d'un pouce et demy ou environ, et distant de 2 pouces du premier, parce qu'ainsi les points de l'un ni de l'autre ne paroistront pas.

                                             * * *

Zie van Wim Klever de artikelen

Spinoza en Huygens. Een geschakeerde relatie tussen twee fysici. In Gewina, jg 20 (1997), nr 1

Insignis Opticus. Spinoza in de Geschiedenis van de optica, in Tijdschrift De zeventiende eeuw, 6-2, p. 47 – 63, (1990)

Conditioned inertia in the physics of Spinoza and his Followers

 

Reacties

Wordt op de laatste bladzijde van de vermeende Rekening van de Regenboog soms verwezen naar Appendix II en VIII van de Dioptrica van Huygens (cf. http://oyseaulx.net/AppendixII.pdf en http://oyseaulx.net/AppendixVIII.pdf) ?

Ik zie nu fouten in mijn tekst boven.
Hier nog eens beter, haal de tekst boven alsjeblieft weg...


Ik zie met plezier dat wij behalve het thema “Spinoza”ook het interesse in Christiaan Huygens delen.
Ik weet niet of jij weet (via mijn blog dan) dat ik nu bezig ben met een Duits boekje over Christiaan Huygens’ laatste tekst “Cosmotheoros”.
Hiervoor heb ik ook naar Huygens’ contacten met Spinoza gekeken, en naar de vraag of Huygens filosofisch gezien dicht bij Spinoza staat ( zoals ene Wim Klever = jij?) beweert. De link naar het Gewina-artikel doet het niet, maar ik heb dit artikel al lang.
Ik ben het NIET eens met de strekking van het artikel, in het bijzonder niet met de opmerkingen over Huygens’ “Cosmotheoros”.
“Hij is slechts een 'deeltje' [particula] van de natuur, voor honderd procent onderworpen
aan en afhankelijk van uitwendige krachten, welker ervaring zijn bewustzijn constitueert.
'Alles is in verschillende gradaties bezield'" en denkend.-'
Voor een wetenschapshistoricus is het interessant en zelfs opwindend om met deze
authentieke elementen van het Spinozisme geconfronteerd te worden in Huygens' geschriften
en te constateren dat we hier te maken hebben met twee vertegenwoordigers
van dezelfde zeventiende-eeuwse 'kosmologische verlichting'. […]Ik hoop met het bovenstaande betoog te hebben aangetoond, dat er tussen Spinoza en
Huygens niet zulke fundamentele verschillen bestaan.
Vlaar de twee konden elkaar vinden op het gebied van de algemene
fs'sica en de daaruit voortvloeiende 'verlichting' omtrent de plaats van de mens in
het universum.”

Als men Spinoza vergelijkt met Huygens’ opvattingen in de ‘Cosmotheoros’ kan men niet om om Huygens’ uitgesproken teleologie heen, die helemaal in tegenstelling is tot Spinozas denken.
In mijn Duitse tekst (concept) zeg ik het als volgt:
„[…] In vielen Punkten wandelt Huygens in den Fußstapfen Galileis. Das Verhältnis von Kosmologie und Religion, das Huygens im „Cosmotheoros“ bespricht, hat auch Galilei ausführlich erörtert. Galilei hat sich mit dem Verhältnis von Naturwissenschaft und Glaube und besonders mit der Verträglich¬keit des kopernikanischen Systems mit den Aussagen der Heiligen Schrift befasst. In seinem Brief an D. Benetto Castelli vom 21. Dezember 1613 betont Galilei, dass die Heilige Schrift zwar immer unanfechtbar wahr sei, jedoch die menschliche Interpretation fehlerhaft sein kann. Bei der menschlichen Interpretation dürfe man sich zum Beispiel nicht an bestimmte Worte klammern, da dies zum falschen Verständnis führt. Gott hat den Menschen Urteilskraft und Verstand gegeben, damit sie diese verwenden. Über die Astronomie stehe beinahe nichts in der Bibel, deshalb hat Gott den Menschen in dieser Sache nichts in der Heiligen Schrift mitzuteilen.
Bei Huygens wie bei Galilei ist Gott ein oberstes Wesen, der Erschaffer der Welt. Er ist jedoch kein personaler Gott, kein Erlöser oder Gott des Heils. Huygens’ Gott ähnelt dem Gott Galileis und dem Gott von Leibniz. Jedoch geht Huygens nicht so weit wie sein Briefpartner Spinoza. Gott und Natur fallen für Huygens nicht so zusammen wie für Spinoza; Huygens ist kein Pantheist. Die Teleologie und Vorbestimmung in Huygens’ Gottesbild passen nicht in das Weltbild von Spinoza.
Auffällig ist bei Huygens, dass er die Naturwissenschaft als „Gottesdienst“ auffasst: man kann Gott dienen, indem man seine Werke studiert und bewundert.
Huygens: „Und daraus können wir folgern, dass das Geschick und die scharfen Sinne den Menschen dazu gegeben sind, dass sie dadurch das Wissen von der Natur nach und nach erlangen und sich durch nichts abhalten lassen sollten, diese Dinge weiter zu untersuchen und eifrig nachzuforschen.“
„Wie aber würde ein solcher Mensch Gott nicht hoch verehren und preisen, der solche Dinge gewirkt und erschaffen hat, dessen Vorsehung und wunderbare Weisheit hier immer wieder verteidigt wird, und zwar gegen diejenigen, die sagen, dass die Erde aus zufälligen Staubkörnchen entstanden ist, oder überhaupt keinen Anfang gehabt habe.““

UIteraard had ik gezien dat je je met Huygens' “Cosmotheoros” bezighoudt en daar een mooie webpagina over maakte.

Uit wat jij schrijft blijkt er inderdaad minder Ähnlichkeit tussen Huygens en Spinoza (op het punt van Gods- en natuurbeeld) dan Wim Klever in zijn artikel over Spinoza en Huygens doet voorkomen.

Jammer dat het Digitaal Wetenschapshistorisch Centrum van de KNAW de tijdschriftartikelen van Gewina weer van het net gemieterd heeft.