Cogitata Metaphysica

Onlangs (her)las ik de Cogitata Metafysica [CM - Metafysische gedachten]. Een best wel intrigerende tekst die hier en daar enig licht werpt op vergelijkbare passages in de Ethica. Eerlijk gezegd heb ik er mijn twijfels over of klopt wat Lodewijk Meijer namens Spinoza in zijn voorwoord schrijft, n.l. dat ook in de Metafysische gedachten, “onze auteur niets anders dan de meningen van Descartes en hun bewijzen, zoals ze in zijn geschriften gevonden worden of zoals ze door een gerechtvaardigde gevolgtrekking uit de door hem gelegde fundamenten moesten worden afgeleid, naar voren heeft gebracht.”

De CM kent twee delen; het eerste deel telt 6 hoofdstukjes, waarin behandeld worden: het zijnde, de fictie en de gedachtenconstructie; essentie, existentie, idee en kracht; noodzakelijkheid, onmogelijkheid, mogelijkheid en contingentie; duur, tijd, tegenstelling, rangschikking; transcendentale termen als het ene, ware en goede. Het tweede deel bevat 12 hoofdstukjes over attributen van God: eeuwigheid, eenheid, onmetelijkheid, onveranderlijkheid, enkelvoudigheid, leven, verstand, wil, macht; de schepping, de medewerking Gods en als laatste: over de menselijke geest.
Naar mijn indruk zit in dit alles veel meer Spinoza verscholen dan wel wordt aangenomen.

Ik ging op zoek naar meer informatie over de Cogitata Metafysica en moest tot mijn teleurstelling vaststellen dat er op internet niets over te vinden is. In al die boeken die door de geleerde wereld over het werk van Spinoza over de wereld worden uitgestort, komen nadere analyses op de CM niet voor; ook worden niet of nauwelijks passages uit de CM gebruikt ter nadere toelichting van Spinoza’s filosofie. Ik kon ze althans niet vinden. Alsof dit werk van hem als de pest gemeden wordt.       

          

Twee studies worden hier en daar vermeld, maar de teksten ervan zijn wel in Amerika, maar niet in de rest van de wereld op internet in te zien:

Bastiaan Wielenga: Spinozas "Cogitata Metaphysica": als Anhang zu seiner Darstellung der cartesianischen Prinzipienlehre. Heidelberg : Carl Winter, 1899.

Lewkowitz, Julius, (1876- ) Spinoza's Cogitata metaphysica und ihr Verhältnis zu Descartes und zur Scholastik. Breslau, T. Schatzky, 1902.

                                                 - - -

De geschiedenis van het werk is bekend. Spinoza had in Rijnsburg zijn huisgenoot, de Leidse student Johannes Casearius, ingewijd in de Principia philosophiae (1644) van Descartes. Daarbij had hij het tweede hoofdstuk van Descartes’ betoog 'more geometrico' (op meetkundige wijze) weergegeven – niet geparafraseerd maar in een heel eigen, volkomen nieuw opgezette tekst. Op verzoek van zijn Amsterdamse vrienden deed hij dat ook met het eerste hoofdstuk en samen met nog een stukje uit het derde werd het geheel uitgegeven met een appendix Cogitata metaphysica in korte paragraafjes die weer niet more geometrico geordend waren. Spinoza’s vriend, de arts, toneelschrijver en filosoof Lodewijk Meijer, redigeerde de tekst en schreef een voorwoord, waarin hij, zoals al gememoreerd voorbeelden gaf waarin Spinoza’s eigen denkbeelden van die van Descartes afweken (vooral aangaande de vrije wil en Gods onlichamelijkheid). Het werd in 1663 uitgegeven als Renati Des Cartes principiorum philosophiae & Cogitata metaphysica. [PPC]

Piet Steenbakkers noemt de PPC “een eerste opstap naar zijn eigen filosofie” en vermeldt over de CM: “een uiteenzetting over een aantal centrale laat-scholastieke metafysische kwesties opgenomen. Spinoza laat zich daarbij vooral leiden door de metafysica zoals die in zijn tijd in Leiden werden gedoceerd door Burgersdijck en Heereboord. Men spreekt bij deze filosofen wel van novantiqui, tussen oude (aristotelische, scholastieke) en nieuwe (cartesiaanse) wijsbegeerte inhangend.” [Hier]

Tot mijn vreugde vond ik toch één tekst, n.l. van Descartes-deskundige die zich ook veel met Spinoza bezighoudt, Theo Verbeek: “«Zijn» en « Niet-Zijn» in Spinoza’s Cogitata Metaphysica”, in: Gunther Coppens (red.) Spinoza en de scholastiek; Acco, leuven/Leusden, 2003. Een inspirerend-geleerd artikel dat mijn gevoelen dat er méér eigen filosofie van Spinoza in steekt, zeer versterkte. Ik citeer de voorlaatste alinea:

"Van alle teksten van Spinoza is Cogitata metaphysica de meest raadselachtige en de minst bestudeerde. Vaak gezien als een typisch ‘scholastiek’ werk draagt het het odium mee dat het niet ‘echt spinozistisch’ zou zijn, een oordeel dat de meesten alleen daarom al makkelijk valt omdat zij menen dat alles wat erin staat, even goed of zelfs beter te vinden is in de Ethica. Dat beide interpretaties – ‘scholastiek’ en ‘niet spinozistisch’ – berusten op vooroordelen die niet alleen onhoudbaar zijn, maar bovendien de interpretatie van Spinoza’s filosofie in het algemeen belasten, hoop ik in het bovenstaande te hebben aangetoond. Er is geen sprake van dat Spinoza zich bezighoudt met een typisch scholastieke problematiek – integendeel zijn de belangrijkste thema’s van zijn filosofie hier volop aanwezig.” (p. 99).

Kortom, alle aanleiding om er eens een zomercursus aan te wijden. En daar dan zeker Theo Verbeek bij in te schakelen.

       Spinoza, geschetst door John Berger

 

Reacties

Misschien is de inhoud van de CM wel te radicaal voor de populistische beschouwingen over Spinoza, zoals we die gewend zijn. Wie van de Spinoza-klanten der bijeenkomsten hoort er nu graag dat "niets ook maar iets doet uit eigen kracht" (1/3/9), dat "de huidige toestand der dingen niet de oorzaak is van hun vervolg" (2/1/4), "dat er in de materie enkel maar mechanische weefsels en werkingen bestaan" (2/6/1), dat Gods bijstand enkel bestaat in horizontale werkingen, in die zin "dat alle dingen in de natuur wederzijds ndoor elkaar ( vicissim ... a se invicem) worden gedetermineerd tot handelingen"(2/11/2)? De CM is heel wat meer dan een 'opstap' van Spinoza tot zijn eigen filosofie; deze mening getuigt van simplisme. Zie daarover de uitgaven en inleidingen van Scribano (1990), Barbone/Rice (1998), Dominguez (1998).