Colin MacLaurin (1698 - 1746). Eric Schliesser over diens behandeling van Spinoza

De toespraak die Eric Schliesser gaf bij de jaarvergadering van de Vereniging Het Spinozahuis (daarover hier eerder), is vandaag als pdf op benedictusdespinoza.nl geplaatst.*)

Hier enige verdere achtergrondgegevens.

Dr. Eric Schliesser, docent aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden en post-doctoraal VENI research fellow van de NWO, is al enige tijd bezig met ‘that Newtonian enthusiast’1, Colin MacLaurin (1698 - 1746), een Schotse wiskundige uit Edinburgh, volgens wie ‘the business of natural philosophy´ is: de beschrijving van natuurfenomenen, de verklaring van hun oorzaken … en doen van onderzoek naar ‘the whole constitution of the universe.”1

Hij moet een fenomeen geweest zijn, deze Colin MacLaurin. Als 11-jarige ging hij al naar de universiteit, studeerde af toen hij 14 was met de verdediging van een thesis over de ´Power of Gravity´, waarna hij aan theologie begon. In 1717, op negentienjarige leeftijd, werd hij professor in de wiskunde aan het Marischal College van de Universiteit van Aberdeen. Bijna drie eeuwen hield hij het record ´jongste professor ´ ooit op zijn naam, tot in 2008 de jonge Koreaanse, Alia Sabur, het Guinness Book of World Records haalde als nieuwe jongste professor ooit.2   

Op voorspraak van Isaac Newton, die zeer onder de indruk was van MacLaurins werk, werd hij in 1725 aangesteld als assistent van James Gregory, de hoogleraar wiskunde te Edinburgh, die hij later ook opvolgde. MacLaurin op zijn beurt was zeer onder de indruk van Newton.

Hij publiceerde diverse wiskundige werken en in 1742 ‘Treatise on Fluxions’ - de eerste, systematische behandeling van Newtons methoden. Na zijn overlijden werd een onafgemaakt manuscript van hem door Patrick Murdoch uitgegeven als 'An account of Sir Isaac Newton's philosophical discoveries' door Colin MacLaurin. Dit werk is in de 3e editie van 1775 bij books.google.com in z´n geheel in te zien. Op een achttal pagina´s komt de naam van Spinoza voor, wiens natuurfilosofische benadering door MacLaurin wordt bestreden en verworpen.  

Met die bestrijding van Spinoza door Colin MacLaurin in het licht van de natuurwetenschappelijke filosofie van Newton, houdt Eric Schliesser, die voor de Stanford Encyclopedia of Philosophy het lemma "Hume’s Newtonianism and anti-Newtonianism" schreef, zich inmiddels al enige tijd bezig. Bij diverse gelegenheden kwam hij over zijn bevindingen te spreken.  

Zo hield Schliesser een lezing getiteld ‘Colin MacLaurin's Newtonian Refutation of Spinoza, and the Fate of Final Causes in the Hands of Hume,’ tijdens een conferentie die 25-27 maart 2008 werd gehouden over Causation 1500-2000, georganiseerd door de British Society for the History of Philosophy (BSHP) aan de University of York in King’s Manor. [zie programma en aldaar abstracts]

In juni van datzelfde jaar, 2008, sprak hij op het Symposium van de International Society for the History of Philosophy of Science (HOPOS) in Vancouver, Canada, dat als onderwerp had: The Seventeenth Century Origins of Absolute Space and Time. Zijn toespraak ging over: The Newtonian (attempted) refutation of Spinoza. [zie de abstracts]

Verder houdt hij zich ook veel bezig met economische filosofie (zie b.v. op philpapers.org)

En op zaterdag 27 juni 2009 sprak hij dus op de jaarvergadering van de Vereniging Het Spinozahuis in het voormalige gemeentehuis van Rijnsburg over 'Spinoza's kritiek op de natuurwetenschappen'.

Zijn toespraak werd vooraf op de website van de Vereniging Het Spinozahuis aldus aangekondigd:

Deze voordracht gaat tegen twee wijdverbreide, maar tegenstrijdige interpretaties van de verhouding van Spinoza tot de wetenschappen in. Één daarvan, laten we het de 'progressieve lezing' noemen, verbindt Spinoza met de zeventiende-eeuwse natuurfilosofie en de interpretatie daarvan door (de vermeende vereerders van) de achttiende-eeuwse Verlichting. Deze 'progressieve lezing' neigt ernaar om Spinoza als proto-wetenschapper te lezen.
De geleerden die de 'progressieve lezing' aanhangen wijzen onder andere op:
a) De vaardigheid van Spinoza in het slijpen van lenzen en de daarmee samenhangende kennis van optica.
b) De bijdrage van Spinoza aan de cartesiaanse natuurfilosofie, met name in het enige werk, Principes van cartesiaanse filosofie, dat onder zijn eigen naam werd gepubliceerd.
c) Zijn correspondentie met leden van de Royal Society.
d) De geometrische presentatie van de Ethica.
Vaak worden deze vier aspecten van het leven en de werken van Spinoza verbonden met verdere claims. Bijvoorbeeld, dat Spinoza een belangrijke rol speelde in het stimuleren van de wetenschappelijke studie van de Bijbel (e) en de wetenschappelijke studie van de hartstochten (f) .
Er is nog een tweede, noem het de 'Spinoza-was-onbelangrijk-lezing', die beweert dat, hoewel Spinoza zeker in discussie met veel belangrijke figuren (Huygens, Boyle, Leibniz) in zijn tijd die wij nu met de wetenschappelijke revolutie associëren, hij zelf toch irrelevant was voor de ontwikkeling van de natuurfilosofie. In het bijzonder schijnt hij, volgens deze tweede lezing, in het gunstigste geval blind te zijn geweest voor de op Galileiaanse basis tot stand gekomen doorbraken van Huygens in de bewegingsleer, en in het slechtste geval een bijna dogmatische cartesiaan.

Ik beargumenteer in mijn voordracht op de eerste plaats, in tegenstelling tot de 'Spinoza-was-onbelangrijk-lezing', dat Spinoza een cruciale bijdrage heeft geleverd aan de bewegingsleer. Ik laat zien dat in zijn herinterpretatie van Descartes' analyse van de conatus in een ronddraaiende slinger, Spinoza een belangrijke visie op het meten van krachten heeft. Ten tweede claim ik, in tegenstelling tot de 'progressieve lezing', dat Spinoza intens wantrouwig is ten aanzien van de toepassing van de wiskunde op de natuur. Ten derde toon ik aan, dat daar waar Spinoza van de toenmalige consensus binnen de natuurfilosofie afwijkt, hij principiële, dat wil zeggen moreel-politieke redenen hiervoor heeft. Om dit laatste te bewijzen, kom ik met een herinterpretatie van de hoofdargumenten (a-f) van de 'progressieve lezing' van Spinoza.

Om een idee te geven van de stijl van MacLaurin hier een 'sprekende' pagina uit zijn boek [erop klikken geeft grotere tekst]. 

 

Noten 

*) maar het PDF moest van de VHS weer verwijderd worden, daar hij anders niet in de Mededelingen zou worden opgenomen, zo liet Schliesser mij weten. 

1  J.F. Becker, Adam Smith´s Theory of Sozial Science, in John Cunningham Wood (Ed.) Adam Smith: Critical Assessments, Taylor & Francis, 1993, p. 312

2   Engelse wikipedia  

Reacties

Bedankt, Stan, voor je uitgebreide informatie over deze grote filosoof Schliesser, die ik slechts kende via een korte maar heftige epistolaire discussie die op niets uitliep. Ik was toen al op het spoor gekomen van zijn gebrek aan kennis van de zeventiende eeuwse natuurkunde en onze eigentijdse epistemologie. Lectuur van zijn Rijnsburgse voordracht heeft dit oordeel versterkt. "Spinoza's kritiek op de natuurwetenschappen" is naar mijn mening een VOLSTREKT WAARDELOOS STUK. De goeje man is beslist onvoldoende vertrouwd met de teksten van Descartes, Spinoza en Newton zelf, en van de discussies die zich rondom hen afspeelden. Met ongepaste hooghartigheid en Amerikaanse oppervlakkigheid wordt via een paar te hooi en te gras samengeraapte citaten en een verward betoog een tijdsbeeld opgehangen, dat niet alleen volledig bezijden de historische werkelijkheid ligt maar ook voorbijgaat aan eminente vakliteratuur en van een totaal onbegrip getuigt. De 'missers' zijn zo talrijk dat het onbegonnen werk is om ze met tegenargumenten te bestrijden. Bravo, Spinozahuis, voor het geslaagde idee deze man uit te nodigen! Wellicht is daar op de jaarvergadering door discussie toch iets goeds voortgekomen!

Beste Wim,
Je maakt het mij en andere lezers van dit blog niet makkelijk met je scherpe kritiek. Je gebetenheid op het bestuur van de Vereniging Het Spinozahuis heb je inmiddels wel klip en klaar en vaak geuit op dit weblog. In hoeverre speelt die nu mee?

Als er inhoudelijke kritiek te leveren is op een lezing of artikel, dan moet daar uiteraard alle ruimte voor zijn.
Om mogelijk te bereiken dat Spinoza als natuurfilosoof en natuurwetenschapper meer in de aandacht zou komen, heb ik mijn best gedaan om de toespraak van Schliesser bereikbaar te krijgen. Ik hoopte uiteraard dat zeker jij die kapstok zou aangrijpen.

Maar het probleem is dat je nu alleen volstaat met een wegwerpend eindoordeel, zonder enige inhoudelijke argumentatie - al was het maar een enkel zwaar argument om aan te geven in welke richting we moeten denken. Nu draagt je felle reactie minstens de geur van animositeit en van 'op de man spelen' met zich.
Ik hoop dat je nog bereid bent enige nadere toelichting te geven. Al was het maar om iemand als ik, die heel veel nieuwe feiten en inzichten hoorde (ik had eerder b.v. nog niet van MacLaurin gehoord en deze lezing was voor mij aanleiding om over hem en Newton wat meer te weten te komen) zo nodig

Niet alleen inhoudelijk zwak maar ook procedureel. Ik vond het een hak op de tak verhaal, waar geen touw aan vast was te knopen. Mede door aandachtspunten steeds naar een later tijdstip in zijn verhaal te verplaatsen. Dan ontstaat het gevaar dat:
a. deze aandachtspunten worden vergeten
b. deze aandachtspunten niet meer in de context van het verhaal zijn te plaatsen
c. er doublures plaatsvinden en dat is ook fnuikend voor het betoog.

Ik blijf bij mijn weigering om gedetailleerde kritiek te leveren op een stuk waar geen touw aan vast is te knopen. Het biedt geen aanhechtingspunten omdat het niet alleen inhoudelijk een en al mist is, maar ook een taal bezigt die onverstaanbaar is en bovendien een terminologie hanteert die niets te maken heeft met die van Spinoza. Het stuk is ver beneden de maat die men van een wetenschapper mag verwachten. Het is ook symptomatisch voor de al te grote afstand tussen Amerikaanse quasi-geleerdheid en de denkwereld van Spinoza, een afstand die men helaas bij veel andere (gelukkig niet bij alle) Amerikaanse schrijvers over Spinoza tegenkomt. Moet ik hier soms eerst de verzinsels van die MacLaurin bespreken die zelf geheel bezijden de Verlichting opereerde, om vervolgens Schliessers misvattingen omtrent Spinoza, diens natuurwetenschap, diens verhouding tot Descartes, diens verhouding tot Huygens en Boyle, diens verhouding tot Newton en Leibniz (zoals namens hem gerealiseerd door De Volder), diens experiementen, diens radicale empirisme etc. allemaal recht te zetten? Dit blog zou exploderen door een overdaad aan evident materiaal.
Het spijt mi, Stan, dat je mijn aanval op het stuk van Schliesser als een persoonlijke aanval opvat. Dat is niet zo bedoeld. Misschien is hij wel een heel aardige man. Ik ga enkel af op wat hij produceert. Wel ben ik daarop fel omdat het lariekoek is. Pseudo-geleerdheid kan niet genoeg aan de kaak worden gesteld. Zo heb ik mij onlangs ook gekeerd tegen het wollige geschrijf van Mirjam van Reyen, dat eveneens weinig met Spinoza heeft te maken.

Ach Dr. Klever, wat scheld U toch heerlijk. ("deze grote filosoof Schliesser" enz!) Jammer dat U geen argumenten levert want "pseudo-geleerdheid" kan alleen aan de kaak gesteld worden door middel van zorgvuldigheid...

En zo is het. Graag een wat uitgebreider antwoord met argumenten. Verwijs anders naar andere boeken over dit onderwerp. Er is blijkbaar al een eerder schrijven met Eric geweest over dit onderwerp. Maar kom op Wim! Kennis is macht, nu lijden we eronder.....

Rene

Dr Klever geeft zijn mening over dr Schliesser en wijst daarbij op de onvolkomenheden en fouten in zijn speech. Kort samengevat:
- geen touw aan vast te knopen, verward verhaal (ben ik met hem eens)
- kennisgebrek over 17 de eeuwse natuurkunde
- onvoldoende vertrouwd met de teksten van Descartes, Spinoza, Newton
- bezijden de historische werkelijkheid
- misvatting over Spinoza, diens natuurwetenschap en diens verhouding tot Huygens, Descartes, Boyle, Newton, Leibnitz.
Door het bovenstaande concludeert dr Klever : pseudo-geleerdheid, lariekoek. Ik kan zijn mening en conclusie volgen en ik begrijp ook best dat een polemiek in blogvorm geen sinecure is. Maar het ontmaskeren en terechtwijzen van zgn geleerdheid (dat bedoel ik meer in het belang van de filosofie van Spinoza) is in ieders belang. Ik hoop dat Dr Klever als spinozakenner, die door vertalingen van Spinoza's werken bij uitstek vertrouwd is met zijn teksten, de uitdaging aangaat om op een begrijpelijke wijze e.e.a. te ontmaskeren (en niet op de onbegrijpelijke wijze van dr. Schliesser).

Ik mag dan geen groot Spinozakenner zijn, ik ben voor Spinoza gevallen omdat zijn filosofie voor mij zoveel praktische levenswijsheid bevat, omdat zijn inzichten van grote waarde getuigen doordat die direct toepasbaar zijn in het dagelijks leven. En daar geniet ik elke dag van.
Elke spinozist is m.i. aan zijn stand verplicht zijn leer uit te dragen.
Spinoza wordt geroemd als de filosoof van de tolerantie. Tolerantie impliceert vooraleerst respect hebben voor de ander. Men mag met elkaar van mening verschillen, maar dan dient men daar genuanceerd en met respect mee om te gaan. Dan pas is het echt genieten met Spinoza!

Wim,

I don't know what to say, for from the beginning I have had a certain instinctive fondness for you, especially for the driving passion of your work (I have a bit of that in myself), but it hurts me to see you being so unkind, so ungenerous to Eric. Very much so. You've been very supportive of the nature of my research into Spinoza's optics, but really know that has Eric as well, so at the very least there is that modicum of agreed upon territory. I understand that you feel that you are fighting the GOOD fight, but Eric is NOT the enemy. In fact, there are no enemies. We simply put our case out there as best, and as most argumentively convincing as we can, each in under the lights of our own talents and inclinations, as a bequethment to history...and then let history decide...slowly. This is why Spinoza lasts and we talk about him passionately to this day.

As always I have learned alot from your work, as it ever points into thought provoking directions, and dares again and again to see Spinoza in a different light than we habitually have but *gently* we disagree, always working towards the *possibility* of agreement.

In our brief knowing each other in correspondence I have taken you as a friend in Spinoza. Know that I take Eric as a friend as well.

Anno van Zuylen wil ik wel graag te verstaan geven dat het toch onjuist is om Spinoza "de filosoof van de tolerantie" te noemen. Dat is een wijd verbreid misverstand dat dient te worden bestreden. Hij is een strijder voor 'zero-tolerance'' door overheid en burgers. Tolerantie is volgens hem typerend voor een 'corrupte staat' of voor noodsituaties (zie hoofdstuk 7 van de TTP en de uitleg daarvan in mijn "Met oude Grieken, Van den Enden en Spinoza naar Directe Democratie"(207), p. 97-104).
Dit houdt in dat respect hebben voor andermans gedrag niet de hoogste waarde is. Diefstal, aanranding, maar bijvoorbeeld ook onwaarheid spreken/schrijven zullen wij volgens Spinoza gevoeglijk kunnen veroordelen en dat heeft hij ook zelf talloze malen en uiterst scherp gedaan. Uiteraard houdt dit niet in dat men er verstandig aan zou doen om mensen die zich daaraan bezondigen, te bespotten. of persoonlijk door het slijk te halen. Dat zou weer een nieuwe verstoring van de sameneleving opleveren. Ik meen dat ik mij in dit opzicht correct heb gedragen tegen de onzin uitkramende Schliesser.