De briefwisseling Van Gent-Tschirnhaus (1679-1690)

Onlangs verscheen:  

Omero Proietti & Giovanni Licata (Ed.), Il carteggio Van Gent-Tschirnhaus (1679-1690). Storia, cronistoria, contesto dell'editio posthuma spinoziana. Eum edizioni università di Macerata, 2013 

Wim Klever had mij op 29 november er al op geattendeerd:

"Dit is een belangrijke uitgave voor de geschiedenis van het Spinozisme kort na Spinoza's dood. Ik heb vroeger voor mijn artikel over LA CLÉ D'UN NOM een hele zeldzame uitgave van deze briefwisseling uit begin 20e eeuw opgespoord en gebruikt. [...] In die ECHTE Amsterdamse kring rond Van Gent gebeurde heel veel, dat hopelijk nu verder in dit boek uit de doeken wordt gedaan. Die doen daar in Macerata voortreffelijk uitgeverswerk. Omero Proietti zit daar ook bij Mignini in de groep."

Ik had het boek bij de AAS aangekondigd zien staan en meende dat het beperkte aantal personen dat Italiaans leest dit blog niet nodig zouden hebben om achter het bestaan van dat boek te komen. Ik besteedde er daarom geen blog aan, ook niet nadat Klever mij op 5 december een screenshot van zijn Facebookpagina toezond waarin de pakjesavondvreugde doorschemerde...

 

Maar nu ik gisteren het volgende bericht toegezonden kreeg van een van de samenstellers van deze uitgave, kan ik niet nalaten, nu dit Nederlandse Spinozablog zo als doorgeefluik van Spinozana wordt erkend, er in een blog aandacht aan te geven. Ik geef toe dat ik ten onrechte had nagelaten op deze belangrijke uitgave te wijzen, alleen daar ik zelf niet in staat ben er kennis van te nemen. Hier het bericht:

Book about Spinoza's Opera posthuma

I'm happy to signal the publication of a book about Spinoza's Opera posthuma (1677) and early spinozism, with an edition of the correspondence between Pieter van Gent and Tschirnhaus (1679-1690). These letters are a precious document for the cultural history of the Netherlands at the end of XVIIth century.

Thank you,

Dr. Giovanni Licata



Reacties

Ondertussen heb ik een flink deel (1/3e) van dit ongelooflijk knappe werk tot mij genomen. Het boek begint met een intellectueel profiel van Pieter van Gent (1640-1694?), medicinae doctor, copiïst en ook 'corrector' van Spinoza's tekst in de OP, zelf ook volop volgeling van Spinoza. In een brief aan Tschirnhaus schrijft hij daarover : describendo et commendando. Het tweede hoofdstuk gaat over "Schuller, Van Gent en Spinoza's onuitgegeven manuscripten". Er wordt vastgesteld dat Schuller en niet Meijer bij Spinoza was en zich namens Spinoza en diens vrienden over alle mss heeft ontfermd. Het zeer merkwaardige karakter van Schuller komt herhaaldelijk ter sprake. Buitengewoon heb ik gesmuld van het hoofdstuk over de ADAGIA van Erasmus, die Lodewijk Meijer, eveneens corrector van Spinoza's Latijn geheel had geabsorbeerd. 90 adagia (spreuken, zinsfragmenten, woorden) worden elk in een afzonderlijke paragraaf aangehaald en wordt er vervolgens aangetoond hoe het taaleigen of idioom van Erasmus via hoofd en hand van Meijer dikke of lichte sporen heeft achtergelaten in de tekst van Spinoza. Een waar genot. Spinoza's tekst krijgt er nog meer diepgang door.

Ik was natuurlijk zeer onvolledig met mijn informatie over de inhoud. Ter completering: Na wat ik eerder vermeldde, volgen van p. 159 tot 353 de 9, soms nogal lange brieven van Van Gent aan Tschirnhaus, dubbeltalig ((Latijn en Italiaans) met ontzettend omvangrijk commentaar dat een schat aan precieze informatie bevat oaver alles wat daarin ter sprake komt, personen en zaken.
Het derde deel van het boek bevat naast hoofdstukken over de contacten tussen Van Gent / Tschirnhaus / Huygens en die tussen Schuller / Tchirnhaus / Leibniz een uitermate rijk hoofdstuk over "Jan Rieuwertz, 'editore di Amsterdam' (sic)' dat in 80 blz zijn totale fonds, 236 items, uitvoerig (de vaak lange teitels volledig) beschrijft en
toelicht. Tenslotte is er nog een tweede bibliografisch hoofdstuk, de "bibliografia ragionata" (selectieve bibliografie), die de publikaties bevat van alle personen die in de briefwisseling en in het fonds van Rieuwertsz voorkomen of anderszins relevant zijn voor de (filosofie)geschiedenis van eeind 17e eeuw.
Een handige namen-index besluit het 'archief' , dat men gerust een standaardwerk mag noemen.