De drie stenen van Spinoza [2] De "doelgericht" vallende “dodende” steen

Zoals in het vorige blog aangegeven kent Spinoza drie stenen die hij als metaforen een bijzondere plaats in zijn geschriften geeft en die daarin een sprekende en levendige rol vervullen.

Vandaag de eerste steen.

Maar eerst nog even een wat onduidelijke passage, namelijk in Ethica IP8s2, waarin stenen vermeld worden: “Wie immers de ware oorzaken van de dingen niet kent, haalt alles door elkaar, en zonder enige tegenspraak van het verstand denken zij zich in dat bomen net als mensen spreken, stellen zij zich voor dat mensen zowel uit stenen als uit zaad gemaakt worden en dat elke wezensvorm zich in elke andere vorm kan veranderen.” [vertaling Henri Krops]. Helemaal helder is het niet, maar het is wel duidelijk dat Spinoza het te makkelijk vanuit de imaginatio menen de aard der dingen te kennen onder kritiek stelt.

Die kritiek doet Spinoza nog eens dunnetjes over in de Appendix van het eerste deel, waarin hij het teleologisch denken (het denken in doeloorzaken) aan de kaak stelt aan de hand van onder meer een schitterende steen-metafoor die uitloopt op die fraaie andere metafoor van het toevluchtsoord van onwetendheid [ignorantiae asylum].

“Stel bijvoorbeeld dat een steen van een dak op iemands hoofd valt en hem doodt, dan zullen zij als volgt bewijzen dat die steen is gevallen om die man te doden. Want als die steen niet gevallen zou zijn met dat doel en volgens Gods wil, hoe konden zich dan zo veel omstandigheden – dikwijls treden er veel samen op – toevallig tegelijk voordoen? Misschien zegt men dat dit ongeluk is gebeurd doordat het waaide en doordat die man langs die plek kwam. Zij zullen echter voet bij stuk houden: waarom waaide de wind juist op dat ogenblik en waarom ging die man juist op dat ogenblik daarlangs? Antwoordt men dan weer dat de wind opstak omdat de zee de dag ervoor met nog rustig weer begon te woelen, en dat die man door een vriend was uitgenodigd, dan vragen zij opnieuw door – omdat er aan vragen geen eind komt – waarom dan werd de zee zo woelig? En waarom werd die man op die tijd uitgenodigd? Zij zullen niet ophouden steeds maar weer naar de oorzaken van de oorzaken te vragen, totdat men zijn toevlucht neemt tot de wil van God, dat wil zeggen tot de onwetendheid.” [Vertaling van Henri Krop]

Die hele appendix is een genot om te lezen en laat zien wat een ontzettend goed filosofisch schrijver Spinoza was.

                                              * * * 

Zie hoe vandaag deze Spinozistische denkfiguur een rol vervult in een column van de Londense filosofiestudent Adreba Kwaku Abrefa Damoa "Are Politicians Responsible for Accidents?" Daaruit:

"Authorities like Hume hold the view that we cannot penetrate beyond experience to the operation of real causes posited in the nature of things and he accepts that the reality of causation is a principle of nature. Hume does not believe that anything happens by chance thus he thinks all nature occurrences have causes. He contends that nothing exists without a cause of its existence hence “happenings by chance” is a mere negative phrase. Several things happen including changes in nature either for the good of the changing thing itself or for the order of nature that seem unexplained. Great thinkers such as Francis Bacon factor in natural teleology implying that nature exhibits the working out of a divine design, however Spinoza disagrees and brands it a human fiction and illusory even in the sphere of human action. Therefore, consider this scenario:

• Whiles digging a latrine on a field, Adreba finds gold. The purpose of his digging was not to find gold but the gold find, best described as serendipitous (luck), may be erroneously said to be an accidental find, depending on his predisposition to finding gold in the soil yet unknown to him as to where.

Here, the result is positive for human gains (gold). The clear truth is that the gold was already posited in the ground and required only some human or physical action of an agent to bring it out which could have been detected with a detector however to Adreba it was unknown and accidental. In most road incidents, the operators’ disposition and conduct as potentially dangerous to his own knowledge becomes an agent of a fiend on a mission to cause misery to innocent souls; though Spinoza disagrees as above.[...]"