De drie stenen van Spinoza [4] De geworpen steen "die, indien bewust, zou denken zichzelf vrij voort te bewegen"

Zoals in een vorige blog aangegeven kent Spinoza drie stenen die hij als metaforen een bijzondere plaats in zijn geschriften geeft en die daarin een sprekende en levendige rol vervullen.

Na de eerste en de tweede vandaag de derde steen.

Daarmee komen we bij de meest bekende steen-metafoor van Spinoza – die hij in oktober 1674 aan dokter G.H. Schuller schreef (bedoeld voor Tschirnhaus, brief 58). Hij wil hem duidelijk maken “dat ieder ding noodzakelijkerwijs door een of andere uitwendige oorzaak gedetermineerd wordt om op een vaste en gedetermineerde wijze te bestaan en te werken. Hij schrijft [in § 4]

“Laten we, om dit duidelijk te begrijpen, ons iets heel eenvoudigs voostellen. Een steen bijvoorbeeld krijgt door een uitwendige oorzaak die hem een stoot geeft, een zekere hoeveelheid beweging die maakt dat hij later, wanneer de stoot van de uitwendige oorzaak ophoudt, noodzakelijkerwijs zal voortgaan zich te bewegen. Dit volharden nu van de steen in de beweging is gedwongen, niet omdat het noodzakelijk is, maar omdat het bepaald moet zijn door de stoot van de uitwendige oorzaak. […]” [Vert. F. Akkerman]

In verband met de ‘komma-kwestie’ (zie de reacties op dit blog) zou Wim Klever de tweede zin het liefst aldus vertaald zien: “A stone for instance receives from an external cause impelling it a certain degree of motion. After the cessation of this impulsion the stone will necessarily continue its course by the impact of an external cause”. Ik laat dit rusten, daar het, zoals de vergelijking het meest opviel en in het algemeen gezien wordt, om het volgende gaat.

In de volgende paragraaf (§5) gaat Spinoza namelijk over op iets anders, het menen namelijk dat wij vanuit ons denken, en wel vanuit de zgn. ‘vrije wil’ tot bewegen in staat zouden zijn:

“Stel u nu verder voor, als ge wilt, dat de steen, terwijl hij voortgaat zich te bewegen, denkt en weet dat hij zich zoveel mogelijk inspant zijn beweging voort te zetten. Dan zal deze steen, aangezien hij zich alleen van dit pogen bewust is en daarin volstrekt niet onverschillig, toch zeker denken dat hij volkomen vrij is en om geen andere reden in zijn beweging volhardt dan omdat hij dat wil! Welnu, dit is dan die befaamde menselijke vrijheid, waarop allen zich beroemen, en die alleen hierin bestaat dat de mensen zich van hun begeerte bewust zijn, terwijl ze de oorzaken waardoor ze gedetermineerd worden niet kennen.” [Vert. F. Akkermans]

Men heeft meestal wel door dat Spinoza met deze metafoor ook naar de mens verwijst. En dat niet alleen die steen (ha, ha, een denkende steen), maar dat ook wij mensen, meestal vergeten dat ons pogen, onze conatus, via het voortdurende ‘aanstoten’ vanuit de omgeving zijn dingen doet. Maar het volgende heeft volgens mij niet iedereen gezien. Niet alleen ontkent Spinoza hier nog eens de vrije wil, maar überhaupt het (vanuit de verbeelding) menen dat we vanuit ons denken ons lichaam zouden kunnen bewegen.

Zo had Spinoza in de Korte Verhandeling, ook al met een steenmetafoor, (in hoofdstuk II,19, een hoofdstuk waarin hij nog erg tegen Descartes aanleunt, wat niet het geval is in deze paragraaf 8)

“Een stilliggende steen bijvoorbeeld kan onmogelijk door de kracht van denken of iets anders bewogen worden. Wel door de beweging van een andere steen die meer beweging heeft dan de eerste rust. Zo komt ook de bewegende steen slechts tot rust door iets anders dat minder beweegt. Waaruit volgt dat geen modus van de Geest in de Materie beweging of rust kan brengen.”
[KV II 19, 8; in de hertaling van Jan Knol; zijn ‘de kracht van onze geest’ gewijzigd in ‘de kracht van denken’ daar in het origineel het denken van wie of wat in het midden blijft; ik denk dat het denken van de steen bedoeld is en niet ons denken. Zie aan het eind van dit blog de originele tekst van de KV).

Ik heb deze niet als een vierde steen-metafoor gezien, daar hij dicht aanleunt tegen die uit de brief aan Schuller.

Deze steenmetafoor is door velen als een erg interessante opgepakt. Ik geef hierna een paar voorbeelden. Maar lang niet altijd werd de betekenis ervan goed of in z’n geheel gegrepen. En vaak maakt men er zelf wat van. Dat geldt zeker voor het volgende:

Ÿ De tentoonstelling in Arti et Amicitiae te Amsterdam 7 juni tot en met 6 juli 1997: 'De steen vliegt: beeldende verkenningen geïnspireerd door Benedictus de Spinoza'. [cf dit blog]

Ÿ Spinoza writes all created things are like a rolling stone are determined to exist and act in a fixed manner by an external cause ... [hier]

Ÿ A human being is like a stone rolling down a hill, the only difference is that the stone doesn't have the illusion that it is in control. ... [hier]

Ÿ Spinoza saw ... that if a falling stone could reason, it would think, 'I want to fall at the rate of thirty-two feet per second per second.' [hier]

Ÿ Spinoza, a stone, hurled high by a man; imagine further that the stone, as it reaches the peak of its curve, comes to consciousness.  [hier]

 

   

Ÿ Julian Palley: Spinoza's stone and other poems [J.N.R. Pub, 1976]. [zie dit blog]

 

Ÿ Peter Mathews schreef een essay over en n.a.v. de film Donnie Darko onder de titel: Spinoza's stone: the logic of Donnie Darko [In: Post Script: Essays in Film and the Humanities, 25 (Fall 2005), pp. 38 - 48.] [hier en hier]

 

 

_____________________________________________________

Hier nogmaals de tekst uit de KV II 19, 8:

zoo wanneer een steen stille leyd, zoo is ’t onmogelyk dat die door de kragt van denken, of iets anders zal konnen bewogen worden, maar wel door de beweginge, als wanneer een ander steen, grooter beweginge hebbende als syne ruste hem doet bewegen. Gelyk ook alzoo de bewegende steen niet en zal komen te rusten, als door iets anders dat minder bewegt. Alzoo dat dan volgt, dat geen wyze van denken in het lighaam, of beweginge, of ruste, zal konnen brengen.

En dit wordt nóg eens gesteld in KV II 20, 4:

“En hierom dan zoo en kan ze ook geen steen die rust of stil leyt bewegen; want de steen maakt wederom een ander Idea in de denkende zaak. En hierom dan is ’t niet min klaar dat het onmogelyk is, dat een lighaam het welke geheel rust en stil is, zoude konnen bewogen worden door eenige manier van denken, om reeden als boven. “

(ik citeer de tekst liever uit Gebhardt’s Baruch de Spinoza Opera dan de door Mignini gegeven tekst met diens belachelijke keuze om elke y puntjes te bezorgen ÿ.)

Deze  stenen eieren van onyx van hier. De bovenste afbeelding van drie stenen van hier.

Reacties

Stan, ook de vertaling van de gewaardeerde collega Akkerman is - het spijt me dit te moeten vaststellen - gebaseerd op een foutief geinterpuncteerde tekst en daarom zelf ook fout. Waarom? Spinoza formuleert de stelling, dat allen door uitwendige oorzaken worden gedetermineerd om te bestaan en te werken, te lanterfanten, slapen of arbeiden. En illustreert dat met de geworpen steen die door een eenmaal verworven hoeveelheid beweging, na verlating van dee werpende hand dus, ZELF (en derhalve op dat moment niet meer van buitenaf gedwongen) zou voortbewegen! Dat is het tegendeel van wat Spinoza ons wil bijbreengen, nietwaar? Waarom zijn we zo vooringenomen dat we die incongruentie niet zien? Trouwens, hoe moet je je dat in concreto voorstellen? Heeft die steen dan een propellor of buitenboordmotorje met benzine meegekregen? Kan er wel rust of beweging van een voorwerp zijn in strijd met Lemma 3, in strijd met 1/28? Er is en kan geen enkel causaal verband zijn tussen de bewegende steen A nu en diezelfde steen een ogenblik later zwevend door de lucht. Dit is de kern van Spinoz's Descartes-kritiek, reeds in PPC. Voor de gehominiseerde steen geldt hetzelfde als voor de stomme en verkalkte mens: "Ego nullam vim habeo me ipsum conservandi" (ik heb geen enkele kracht om mij zelf in stand te houden" (PPC 1/7d). Of: "De delen van een duur [voortdurende toestand, wk] hebben geen onderling verband" (CM 2/11/1-2).
De foutieve tekst en daarmee de foutieve lezing gooit heel Spinoza's filosofie overhoop. Dat hebben alle mij bekende uitgevers en vertalers van de TIE al gedaan toen zij volstrekt ten onrechte een ontkenning (een 'non') invoegden in de aantekening die Spinoza zelf maakte bij paragraaf 30: "Per vim nativam intelligo illud, quod in nobis a causis externis causatur, quodqu postea in mea philosohia explicabimus". De 'klootzakken'(sorry voor de onparlementaire woordgebruik, maar ik weet geen beter) verhaspelden en verknalden dit tot "Onder eigen kracht versta ik dat wat in ons NIET (non) door uitwendige oorzaken wort veroorzaakt, wat wij lalter in mijn filosofie zullen verklaren". Maar ik vecht, geloof ik, tegen de bierkaai.M et Van den Enden zeg ik: ik blijf strijden met de vrijheidshoed op de punt van mijn speer

Immers, het gaat ergens om.

Het is duidelijk dat het voor Wim Klever een belangrijke zaak is. Ik heb zijn artikelen over deze kwestie nog niet kunnen lezen, maar naar aanleiding van zijn uitleg in deze blogs moet ik denken dat hij grandioos fout zit. In een paar punten.

1) De steen zelf, even los van de beweging, wordt die ook op elk moment door 'uitwendige oorzaken' (daarover zo meer) tot stand gebracht? Volgens Klevers redenering moet niet alleen de beweging van de steen, maar ook de steen zelf op elk moment weer door uitwendige oorzaken tot stand worden gebracht. Zo leest hij I 28.

2) In I 28 staat "ab alia causa", door een andere oorzaak, of door de oorzaak van iets anders. Er staat nergens 'uitwendige' oorzaak. De belangrijkste oorzaak van de toestand van voorwerp A op tijdstip t2 is de toestand van voorwerp A op tijdstip t1. Ook volgens Klevers redenering is voorwerp A op tijdstip t1 iets anders dan voorwerp A op tijdstip t2.

3) 'een duur' (als technisch begrip bijvoorbeeld) kun je zo maar lezen als 'voortdurende toestand'.

Beste Wim,
Jou ontgaat waar het Spinoza in zijn "bewuste steen"-metafoor om gaat; zelfs nadat ik de tekst uit de KV erbij geplaatst heb! [Waarover jij, zoals ik gewend ben, dan weer niets zegt, omdat je gedetermineerd bent om op een vaste wijze te bestaan en te werken...]
Spinoza maakt daar 't idee belachelijk dat wij (laat staan stenen) met "een vrije wil" of met "een vorm van denken" iets in beweging zouden kunnen zetten. Iets kan echter alleen maar in beweging worden gezet door iets anders uit "de orde van de dingen van beweging en rust".
Spinoza gaat er verder van uit, zowel in de tekst in brief 58 als in KV II 19,8, dat één stoot (door een andere steen) de voorbeeldsteen een hoeveelheid beweging meegeeft die wordt voortgezet tot er vanbuitenaf nieuwe, afremmende oorzaken op inspelen. Nergens zegt Spinoza dat die stotende steen of zijn plaatsvervangers blijvend impulsen moeten blijven geven. Nergens ook blijkt dat Spinoza iets als "aandrijvende luchtwerveling" voor ogen had. Dat is iets dat jij verzint (in de reactie op een vorig blog) en dat in mijn oren even belachelijk klinkt als de "propellor of buitenboordmotorje met benzine" die volgens jou door de andere vertalers aan de denkende steen zou moeten worden toegedicht, daar ze die komma niet willen verplaatsen.

Wim, Henk, 2 opmerkingen:
1. Causaliteit bij Descartes veronderstelt direct contact. Bovendien is de uitgebreidheid een plenum (en geen vacuüm). Impuls wordt, na het loslaten van de steen, verklaard door een soort transportband: de lucht vóór de bewegende steen wijkt uiteen, en de lucht achter de bewegende steen stuwt deze voort. Niet de steen, maar de lucht achter de steen neemt de impuls over. Ook na de impuls beweegt de steen dus voort volgens strikt causale cartesiaanse wetten. Spinoza's L3 en 1/28 zijn dus in overeenstemming met zowel de cartesiaanse opvatting als Wim's opvatting over impuls. Er is een continu en direct causaal contact dat gedurende de gehele beweging werkt. Maar er is dus - en dat is i.t.t. wat Wim in blog-Shestov beweert - bij Spinoza op dit punt geen sprake van een anti-cartesiaanse fysica.
2. Wim geeft zowel in blog-Shestov als hier een mooie uitleg van Br58. Maar ik zie eerlijk gezegd weinig verschil tussen de vertaling-Akkerman en Engelse tekst in de vertaling-Klever. Ze zijn m.i. beide in overeenstemming met de cartesiaans-spinozistische opvatting over impuls. Over de Latijnse grondtekst heb ik geen oordeel, want ik ben geen Latinist. De clou is uiteraard, zoals Wim weergeeft, dat de zich bewust wordende steen denkt dat hij acausaal, dus uit vrije wil voortbeweegt.
3. Ik denk dat de zin: “A stone for instance receives from an external cause impelling it a certain degree of motion." grammaticaal niet klopt. Voorstel: “A stone for instance receives from an external cause an impulse to a certain degree of motion."

Alle drie bedankt, maar de opmerkingen gaan alle langs mijn beweringen heen. En ik ben het met alle opmerkingen oneens om redenen die ik reeds heb GEGEVEN, waarnaar ik dus terugverwijs, met de vermaning om ze beter en zorgvuldigerte lezen.

Het is niet de eerste keer dat ik dit meemaak. Ik heb me nu plechtig voorgenomen niet meer met Wim Klever in discussie te gaan.

Wat voor onzin hij ook uitkraamt.

Stan, ik was inderdaad vergeten om op jouw KV-inbreng te reageren. Bij deze dan: het gaat in die passage om de onmogelijkheid van ingteractie tusssen denken en uitgedbreidheid, niet zozeer om de bewegingsleer, hoewel die er marginaal bij komt kijken. Wat de rest van je reactie betreft, zie ik wel dat jij, anders dan Spinoza, denkt dat de geworpen steen geen momentane en contigue aandrijving nodig heeft om de beweging van zijn verblijf in de hand te behouden. En dat je derhalve ook van mening bent, dat wij mensen, eenmaal geboren zijnde, zelf ons lot bepalen. Of nee soms? Maar wat was dan de bedoeling van Spinoza's vergelijking in brief 58?.
Toch maar even HK ook tevreden stellen. Ad 1: Ik had niet gesteld dat naast de beweging ook de steen zelf op elk moment a.h.w. opnieuw geschapen (creatio continua) moet worden. Maar het is wel zo. Zie PPC 1 axioma 10 na 1/4, dat Spinoza van Descartes overneemt en waarmee hij hem later om de oren slaat. Ad 2: ik herhaal: "ego NULLAM vim habeo me ipsum conservandi". Op tijdstip t1 was de steen, was ik al niks DOOR MIJZELF. Mar het is natuurlijk een beetje overdreven van Spinoza; ik c.q. de steen is natuurlijk een factor van zijn voortbestaan naast tal van andere factoren. Ad 3: wanneer Spinoza zegt dat de delen van een bepaalde duur niets met elkaar te maken hebben, wat a zou hij daar anders mee hebben kunnen bedoelen, dan dat delen van een gedurende een periode bestaand ietss niet de oorzaak eigenlijk niet de oorzaak zijn van hun latere bestaan? 'Duur' is formeel abstract begrip, net als 'mensheid' die ook niet op zich kan bestaan.
@AH. Ad 1: Accoord dat de steen na de worp door de lucht wordt GETRANSPORTEERD. Ook accoord dat dit berust op Cartesiaanse principes. Alleen was Descartes zelf aan die principes ontrouw. En daarvoor verwijs ik naar de commentaren van Cuffeler, Ovedrkamp, Tschirnhaus, De Volder. Ad 2: Voor een voortdurende beweging moet er volgens het grondprincipe van de mechanische natuurkunde een VOORTDURENDE impuls zijn. Ad 3: De 'degree of motion' in mijn geciteerde zin slaat op de beweging van de steen in de hand en door de spieren in de arm.
Daar laat ik het nu bij, want ik moet zelf nu naar het EMC om via een kleine chirurgische ingreep ook op een later tijdstip van de klokkentijd nog even te kunnen bestaan.