De inbreker die Spinoza las

De zomerperiode is een mooie gelegenheid voor volledigheid. Al lang ligt in de voorraadkelder het feitje dat de suspense-auteur Lawrence Block in zijn reeks Bernie Rhodenbarr mysteries het boek schreef: The Burglar Who Studied Spinoza (1980).

Dát Block dit werkje had geschreven was mij al geruime tijd bekend. Wie veel op internet naar Spinoza-feiten speurt, komt ook dit boekje tegen. Ik had het dus genoteerd en er wat informatie over verzameld, maar die leidde niet tot de neiging om het te willen lezen. Lezen van krimi’s e.d. deed ik graag in mijn pubertijd en jonge adolescentie, lang, lang geleden…

Maar toen ik niet zo lang geleden op de Italiaanse Spinoza-weblog, fogliospinoziano, die een herdruk van een Italiaanse vertaling meldde, las dat merkbaar zou zijn dat de auteur Block Spinoza’s Ethica echt gelezen had, maakte dat toch wel enige belangstelling in mij wakker. En toen ik onlangs op een boekenmarkt een Nederlandse vertaling tegenkwam – van het bestaan waarvan ik niets wist – besloot ik het te kopen en meteen te lezen, zodat dit hoofdstukje afgesloten kon worden.

Welnu, het is écht niks. Het was even doorbijten, maar je moet voor je hobby – Spinoza-weetjes  naar je weblog halen – iets over hebben. Gelukkig laat zo’n niemendalletje met veel oubollige pseudohumor zich snel verwerken.

Bernie Rhodenbarr draait een tweedehands boekwinkel. Hij doet dat het liefst, maar kan er niet van leven, dus moet hij ‘uit noodzaak’ af en toe als inbreker op stap. Hij is een gentleman dief. Van zijn partner-in-crime, Carolyn, die een hondenverzorgingssalon runt hoort hij dat de eigenaars die in een fraai huis wonen, een nacht van huis zullen zijn om hun bouvier en waakhond te laten dekken. Toen ze er gingen inbreken waren andere inbrekers hen voor geweest, maar de kluis hadden die niet open weten te breken. Daarin vinden ze een kostbaar horloge, een paar oorbellen en een waardevolle munt. Die brengen ze dezelfde nacht naar aan bevriende heler die met Bernie belangstelling voor Spinoza deelt. Voor ze gaan onderhandelen over de prijs geeft hij hem als geschenk een Engelse uitgave van de Ethica uit 1707. De heler is verrukt en Bernie is ervan overtuigd dat hij hem daardoor meer voor de spullen bood.

Maar dan wordt er een lichaam gevonden in het huis waar ze net inbraken. De politie ontdekt dat Bernie in het huis was. Om te voorkomen dat hij niet alleen voor een inbraak, maar ook voor een moord veroordeeld zou worden, moet hij het raadsel wel oplossen. En dan blijkt ook nog de heler te worden vermoord. Bernie breekt er in om de munt te zoeken en het enige dat hij uit het huis meeneemt is die oude Ethica. Hij bladert erin en leest: “Het kan al te gemakkelijk gebeuren dat een ijdel mens trots op zichzelf wordt en zich inbeeld dat hij iedereen tot welgevallen dient, terwijl hij in werkelijkheid alom een grote overlast is.” Thuis zet hij de Ethica naast Wordsworth – een aardige connectie.

De dure Ethica-editie is overigens niet het overheersende bestanddeel van het boek, maar interessant is wel dat Block een enkel citaten uit de Ethica in zijn verhaal verwerkt. Met name Spinoza’s typering van de hartstocht wordt onderwerp van overpeinzing en zelfs de maatstaf om het mysterie op te lossen.

Als een politieman een uitzicht op smeergeld wordt geboden ‘vonkte er hebzucht in zijn blik’ en dan schrijft de auteur: “Spinoza had dan wel geen goed woord voor inhaligheid over, maar hoe zouden de raderen van het wereldgebeuren het zonder kunnen stellen.” Alsof Mandevilles verwerking van Spinoza hem niet is ontgaan.

Op de herdenkingsdienst die voor de overleden heler wordt georganiseerd en waarheen alle betrokkenen worden uitgenodigd en die als de grote ontknopingscène is opgezet, leest Bernie enige gedeelten uit “Over de Oorsprong en Aard van de Emoties”. “Het was nogal dorre kost en mijn gehoor leek niet bijzonder oplettend te zijn. Ik sloot Spinoza…” Daarna nam hij een boek van Hobbes ter hand, las daaruit door de heler aangestreepte passages voor en legde Hobbes naast Spinoza. Iemand die wordt verdacht achter de munt te hebben aangezeten, krijgt te horen: “Omdat u een hebzuchtig mens bent en tenzij Spinoza ongelijk had is hebzucht een vorm van waanzin en niet zo’n ongevaarlijke ook.” Als dan tenslotte de echte moordenaar wordt aangewezen, zegt die helemaal geen geld nodig te hebben en geen munten te verzamelen. “Dus waarom zou ik de man vermoord hebben?” “Hebzucht, zei ik. […] ‘Spinoza wist het antwoord’, zei ik, het boek openslaand bij een boekenlegger. “Uit het pure feit dat wij menen dat een ander genoegen aan iets beleeft, willen wij dat voorwerp zelf beminnen en er vreugde aan beleven. Maar wij nemen aan dat  het genoegen in kwestie gedwarsboomd wordt door de vreugde die de ander eraan beleeft; derhalve zullen wij alles in het werk stellen om te verhinderen dat de ander het bezit.” (p. 208/9)
Dan verraad de dader zich door weg te willen lopen.

Enfin, u bent nu, zonder de intrige te kennen, helemaal op de hoogte hoe met de kennis van Spinoza het moordraadsel wordt opgelost, zodat u het boekje niet meer hoeft te lezen.

En de misdaadauteur hoefde echt niet de hele Ethica te lezen om met de hebzucht-tekst aan de slag te gaan. Enfin, wie weet is ooit een lezer van het thrillertje nieuwsgierig geworden naar Spinoza.

                                                              - - -

New Yorker Lawrence Block, a Grand Master of the Mystery Writers of America, is goed in karakterontwikkeling en dialoog genoemd. Die dialogen vond ik vreselijk en te gewild leuk. Enfin. Hij won prijzen in de VS, Frankrijk, Duitsland, Engeland (de Diamond Dagger) en Japan. Hij schreef meer dan 50 boeken en vele verhalen. Hij heeft meerdere series, waarvan de Bernie Rhodenbarr mystery-serie er een is.