Denis Diderotís Pensées philosophiques (1746) vertaald

Al eerder, 27 jan. 2011, had ik een blog over Diderot. Ik gaf het de titel mee: “Denis Diderot (1713-1784) wel en geen Spinozist.” Door velen, onder wie Jonathan Israel, wordt Diderot als aanhanger van Spinoza gezien. Ik blijf mijn twijfel houden. Bijvoorbeeld nu ik onlangs zijn eerste werk, Pensées philosophiques (1746), las in de vertaling die Karel D’huyvetters maakte en op zijn weblog zette met de titel Filosofische gedachten. [Zie zijn weblog]. Ik heb even overwogen om de tekst als pdf makkelijker toegankelijk te maken, maar ik vind er toch te weinig verwantschap met Spinoza in. Diderot is hier meer een deïst.

Hier neem ik, om een idee te geven, zomaar een paar van die gedachten over:

                                                  V

Het is wel het toppunt van dwaasheid om te proberen zijn passies de kop in te drukken. Het is me wat fraais wanneer een gelovige zichzelf kwelt als een geobsedeerde om toch maar niets te verlangen, niets te beminnen, niets te voelen… en uiteindelijk een echt monster wordt indien hij of zij daarin zou slagen!

                                                 XIII

Enkel het deïsme kan het hoofd bieden aan het atheïsme. Bijgeloof kan die krachtproef niet aan. Zijn God is niets anders dan een denkbeeldig wezen. Nog los van al de materiële moeilijkheden, moet het bijgeloof het hoofd bieden aan al de problemen die voortkomen uit de valsheid van zijn opvattingen. Een C… (Cicero?), een S… (Spinoza?) zouden duizend maal vervelender geweest zijn voor iemand als Vanini, dan al de Nicole’s en de Pascals ter wereld.

                                                     LXI

Door op zoek te gaan naar de bewijzen ben ik op de moeilijkheden gestoten. De geschriften die de redenen voor mijn geloof bevatten, bieden me tegelijkertijd redenen aan tot ongeloof. Het zijn gezamenlijke arsenalen. Aan de ene kant heb ik er de deïst ontmoet die zich kwam wapenen tegen de atheïst. De deïst en de atheïst vechten er tegen de jood. De atheïst, de deïst en de jood sluiten er een bondgenootschap tegen de christen. De christen, de jood, de deïst en de atheïst gaan de strijd aan met de moslim. De atheïst, de deïst, de jood en de moslim, samen met heel de menigte van christenen storten zich op de christen. De scepticus staat alleen tegen allen. Ik ben getuige geweest van de klappen die er gevallen zijn. Ik hield het evenwicht in de gaten tussen de strijdende partijen. Hun armen gingen omhoog en omlaag naargelang het gewicht dat eraan bevestigd was. Na veel over en weer sloeg de balans door naar de christen, maar alleen door zijn doorslaggevende argumenten, ten nadele van de tegenstanders. Ik ben mezelf tot getuige van mijn onpartijdigheid. Het heeft niet aan mij gelegen dat dat overwicht me aanzienlijk leek. Ik bevestig God in alle eerlijkheid.

 

Vertaling © Karel D’huyvetters 2012

 

Reacties

Stan, naar aanleiding van je bemerking dat Diderot een deïst was, ben ik eens gaan kijken in Wikipedia onder het lemma "deïsme" (zie hieronder). Wat daar staat over Spinoza en het pan(en)theïsme lijkt me niet juist: hoe kan pantheïsme zonder immanentie van God? Misschien moeten we hier in Wikipedia de tekst corrigeren?

"
Hoewel een vorm van deïsme al bij Spinoza aanwezig was, heeft het voornamelijk populariteit verworven tijdens de Verlichting. Aangezien het eerdere theïsme niet te verenigen was met een zuiver rationalisme, werd door rationalisten gezocht naar een leer die wel een rationeel godsbegrip kon waarborgen.
Voor Spinoza was dit het panentheïsme, dat in feite een vorm van deïsme is. Het verschil tussen pan(en)theïsme en deïsme is echter dat bepaalde interpretaties van het pantheïsme en het panentheïsme een immanentie van God introduceren. Spinoza's fameuze dictum Deus sive Natura illustreert dit: God en de natuur vallen voor hem samen. Met deze uitspraak is echter ook de essentiële overeenkomst tussen het pantheïsme en het deïsme gegeven, namelijk het rationalistische standpunt, dat God geen uitzonderingen op de natuurwetten maakt."

Mark, ik heb ook even gekeken.
Inderdaad, vreselijk die tekst. Ik zie er geen beginnen aan om zo'n
wikipedia-uitleg te gaan wijzigen, zoveel onzin staat er in.
Panentheïsme is geen term van Spinoza, maar van interpretatoren om 1/15 samen te vatten én (terecht) te ontkennen dat Spinoza als pantheïst gezien gezien zou kunnen worden. Dat Spinoza's (aangenomen) "panentheïsme" "in feite een vorm van deïsme is" is uiteraard je reinste flauwekul (wanneer eerder deïsme als een transcendente maar niet-voorzienige God gedefinieerd werd). Zo ongeveer alles in dat lemma is lariekoep. Zou iemand die het volgende schreef dit zelf begrepen hebben:
"Deze leer (deïsme) is een gevolg van het modernistische rationalisme en een vervolg op het theïsme, de opvatting dat God ook immanent is (en dus in sommige gevallen uitzonderingen op de natuurwetten maakt)." Helder is dit niet, hoe zou het dan waar kunnen zijn?

Mark en Stan,
1. Het deïsme (1) verwerpt het openbaringsgeloof van een heilig boek als bijbel en koran, en baseert zijn rationele godsgeloof (2) op het ontwerp-argument, het argument from design, zoals dat door de hedendaagse creationisten wordt aangehangen. Redenering: in de natuur heerst een zekere orde = ontwerp, dus moet er een ontwerper zijn. Voltaire: Dieu-Horloger.
2. Spinoza's 'leerstellingen van het algemeen geldige geloof' in TTP14.10 zijn wel voor deïsme versleten, maar bij Sp. is geen sprake van een persoonlijk God of een ontwerp want hij is gekant tegen elke teleologie.
3. Er bestaat blijkbaar veel verwarring over deïsme en theïsme, want Voltaire noemde zich een theïst. en Penguin Dictionary of Philosophy zegt bij 'deïsme': 'geloof in een God als een volmaakt persoon zonder het openbaringsgeloof van de theïsten', en laat het design-argument weg. En bij 'theïsme': 'geloof in God als persoon met alle volmaaktheden, die in interactie gaat met de wereld, maar er volledig gescheiden van bestaat'. In een noot wordt erbij gezegd, dat pas in de 19e eeuw het onderscheid gemaakt werd tussen theïsme en deïsme, en dat voordien het deïsme theïsme genoemd werd, zie Voltaire.
4. Kant geeft weer andere definities in KrV (A631 en B659). Hij maakt onderscheid tussen 1. 'rationele theologie = deïsme', waarbij we het 'oerwezen' alleen door transcendentale begrippen kunnen kennen, een oerwezen dat alle realiteit heeft, die we echter niet nader kunnen bepalen, en 2. 'geopenbaarde theologie = theïsme', waarbij we het object naar analogie van de natuur wel nader kunnen bepalen.'
Conclusie: Ik denk dat de belangrijkste elementen van het deïsme de onder 1. genoemde 2 punten zijn.

Bedankt Adrie, dit lijkt me een perfecte en zeer heldere uitleg die je als verbetering naar Wikipedia zou kunnen opladen.

Diderot mag dan al een deïst lijken, vooral in de Penséees, maar in de latere Additions is dat al veel minder het geval. Mijn indruk is dat hij zich in de Pensées nog wat ingehouden heeft omwille van de censuur, waar hij serieus last heeft mee gehad. Hij is in mijn opvatting een atheïst in hart en nieren, lees eens de laatste 'gedachte' van de Additions, over de man die God 'uitvond'. In die zin noemt Jonathan Israel hem terecht een Spinozist en een van de meest radicale denkers van de Verlichting.