Dit is die "onvermijdelijke Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana" (Pieter Hoexum)

Kunstenaar Nicolas Dings onthult in Amsterdam het door hem ontworpen Spinozamonument.Toen ik vandaag het stukje “Spinoza verdient iets beters” las dat Pieter Hoexum bijna een jaar geleden, 27 maart 2010, in Trouw schreef n.a.v. het Amsterdamse Spinozabeeld, zag ik dat het enigszins hilarisch (min of meer stand-up-pseudofilosofisch) geschreven stukje ook over dit weblog ging:

“We hebben wat dat betreft heel wat te verduren, het is Spinoza wat de klok slaat: van ’Spinozamanifestaties’, onderscheidingen als de ’Spinozalens’ en de ’Spinozapremie’ tot Spinoza-uit-het-hoofd-geleerd en Spinoza-in-60-minuten. Natuurlijk is er een website aan hem gewijd en is er de onvermijdelijke ’Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana’. Ter Braak schreef al, in de ’meditatie’ die hij later zou schrijven naar aanleiding van het bezoek aan het Spinozahuisje: „Er wordt over de stilte heel wat gebazeld door luidruchtige mensen.” [Vet van SV]

Zo’n stukje was het dus. Ik ben al vele jaren abonnee van Trouw en zeker artikelen over Spinoza ontgaan mij normaliter niet. Ik begrijp inmiddels waarom ik dit niet eerder gelezen had, terwijl me de titel en het begin van het stukje wel bekend voorkwam. Want nu ik mij begon af te vragen wie die Pieter Hoexum was van wie ik nog niet eerder gehoord had, zag ik na wat googlen dat hij vaker in Trouw moet hebben geschreven, en in Filosofie Magazine en elders. Hij heeft diverse essay-prijzen gewonnen, is in Nachten van de Filosofie opgetreden en heeft zich als een soort steden-filosoof in allerlei discussie gemengd. Via datzelfde Google zie ik dat hij ook een artikel heeft in het recentste nummer van Filosofie Magazine dat voor ’t grijpen voor me op tafel ligt en dat ik al een paar maal heb doorgebladerd. En na wat links en rechts voor het grijpen ligt van hem te lezen begrijp ik heel goed waarom zijn bestaan mij tot heden was ontgaan. Hij is een filosoof die volstrekt buiten mijn gezichtsveld valt. Een kwestie van inhoud en stijl.

Wat inhoud aangaat
Op de eerste plaats vallen zijn onderwerpen buiten mijn fenomenale wereld. Dat wordt goed samengevat in het ene boek dat hij schreef
Gedenk te sterven. De dood en de filosofen (2003). Een bundeltje artikelen die eerder verschenen in Filosofie Magazine, waarin hij anekdotes over het sterven besprak van Socrates, Democritus, Diogenes van Sinope, Epicurus, Seneca, Hypatia, Thomas a Kempis, Montaigne, Pascal, Spinoza, Balthasar Bekker, Lamettrie, Hume, Mary Wollstonecraft, Lichtenberg, Schopenhauer, Nietzsche, Wittgenstein, Godel, Foucault, Berlin, Quine en Karel van het Reve.
Spinoza stierf als een wijze, zou hij erin schrijven, zo lees ik ergens. Maar of hij iets van Spinoza begrepen heeft, kun je je afvragen. Hij heeft zich blijkbaar laten inspireren door Montaigne’s 'Filosoferen is leren hoe te sterven.' In Fil. Mag. bespreekt hij nu twee boeken in een artikeltje dat de titel meekreeg “Sterven is een kunst” – met: “van filosofen kun je leren om beter te sterven”. Zoiets sla ik eenvoudigweg over, daar bij voorbaat het flauwekulkarakter ervan duidelijk is. Geen wonder dus dat filosoof Pieter Hoexum, voor wie sterven van filosofen zo belangrijk lijkt,  mij tot heden was ontgaan.

Maar ook die stijl!
Die is veelal van een oudbollige lolligheid en doorzichtige losheid, die prijzen toekennende jury’s blijkbaar goed bevalt, maar die maakte dat ik indertijd zelfs bij een stukje over het standbeeld van Spinoza al na een paar regels moet hebben afgehaakt. Dat zal de verklaring ervoor zijn dat ik aan de regel over dit onvermijdelijke ’Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana’ niet toegekomen was. Anders zou ik het zeker elf maanden geleden al hebben gesignaleerd.

Maar goed, bij deze alsnog dan: we stonden met dit weblog in de krant, jawel!

Reacties

Goh, en welke website zou dan zijn bedoeld? :)

Ik durfde het al nauwelijks te veronderstellen, Leon...

Naar aanleiding van. Toevallig kreeg ik vanmorgen "The Book of Dead Philosophers" van Simon Critchley in de bus, volgens de Daily Telegraph 'A rigorous, profound and frequentley hilarious book'. Misschien is het ook een leerzaam boek: 'Je hoeft geen filosoof te zijn om te sterven, maar waarschijnlijk helpt het wel' (Independent). Over de dood van zo'n 190 filosofen.

Gôh, Henk, dat jij zomaar toevallig boeken thuis krijgt...
N.a.v. je reactie breng ik in het blog alsnog een link aan naar het artikeltje in Fil. Mag. waarin Pieter Hoexum de vertaling van dit boek van Simon Critchley bespreekt (iets dat ik zoals ik schrijf, wegens 't 'flauwekulkarakter' normaal gesproken oversla). Pieter Hoexum besprak de dood van 23 filosofen, hoeveel erger zal dan een boek over die van 190 filosofen zijn. Een Spinozist houdt zich toch bezig met "goed leven" en niet met "leren sterven"?!