Doen ook spinozisten niet dagelijks alsof we een vrije wil hebben?

Ik weet niet waarmee spinozistisch humanistisch raadsman René de Boer vandaag gekomen is. Hij hield vanmiddag een pleidooi voor filosofie van Spinoza en het strafrecht en zou vraagtekens zetten bij het uitgangspunt van de vrije wil in ons rechtssysteem. “Het strafrecht veronderstelt dat iemand zijn daad in vrijheid heeft gepleegd: betrokkene heeft voor dit gedrag gekozen en wordt daarvoor gestraft. In de praktijk blijkt echter meestal helemaal geen sprake van een bewuste keuze. Mensen belanden als het ware in een slechte film, waarin ze uiteindelijk zelf de hoofdrol spelen.”

Een week geleden had de Spinoza-scholar Charlie Huenemann een aardig praktisch-filosofisch blog over: Free will fictionalism. Ik geef daarvan hieronder een vertaling.

Vrije wil fictionalisme 

Laten we voorop stellen dat determinisme waar is, althans met betrekking tot alle menselijke handelingen.  Laten we het er vervolgens over eens zijn dat we onvermijdelijk praten en denken over wat we konden doen, of zouden hebben kunnen doen, zelfs als we uiteindelijk iets anders doen of hebben gedaan. Dat is wat beraadslaging is: in kaart brengen wat we zouden kunnen doen, voorspellen van de resultaten, en het dan nemen van een beslissing. En dat is wat er gebeurt als we beslissen om mensen te prijzen of de schuld te geven voor wat zij deden: wij zijn het die al dan niet waarde toekennen aan gedrag dat niet had moeten gebeuren. Zelfs gediplomeerde compatibilisten doen dit. Zij kunnen zeggen dat alle gedrag gedetermineerd wordt, maar als ze beginnen te praten over de faculteiten of mechanismen in een mens waardoor die vrije beslissingen genomen worden, eindigen ze altijd met praten over de algemene capaciteiten van die faculteiten of mechanismen, waarmee die in staat zijn om in bepaalde omstandigheden de brede range van besluiten te produceren. Ik stel dat dit eindigt als verkapt praten over de mogelijkheid om het anders te doen. Vrije handelingen zijn, volgens de compatibilisten, handelingen die voortvloeien uit faculteiten die anders zouden hebben gehandeld, waren er redenen voor die andere acties geweest. Maar dat is gewoon zeggen dat ik het anders zou hebben gedaan, als ik er een reden toe had. 

Dus wij praten allemaal serieus over de mogelijkheid in staat te zijn om het anders te doen, hoewel de waarheid is dat niemand het ooit anders kan doen. Dus dit serieus praten over de vrije wil is net zozeer fictie. Maar het is nuttige en heilzame fictie. Door te doen alsof we een vrije wil hebben, en door de mensen verantwoordelijk te houden voor wat ze doen als-in-een-vrije-wil-soort-manier-van-doen, creëren we systemen van positieve en negatieve prikkels die dan fungeren als causale determinanten voor gedrag in de toekomst. Dus als jij mijn kokosnoot steelt, en wij jou de schuld geven van die diefstal, en je veroordelen om de hut schoon te maken, maken wij het minder waarschijnlijk dat jij of anderen die getuige waren van jouw straf in de toekomst nog kokosnoten zullen stelen. [Voor Spinoza is dit dus het vanuit de staat gebruik maken van hoop op beloning of vrees voor straf, SV]. Het kan waar zijn - maar hoe op aarde zou iemand ‘t bewijzen? - dat een samenleving die gelooft in de fictie van de vrije wil, eindigt met beter gereguleerd sociaal gedrag dan een maatschappij van echte, "geen sprake van vrijheid"-deterministen, of ze nu van de harde of de zachte lijn zijn.

Charlie Huenemann

 

Mijn commentaar. Een fraaie redenering om ook degenen die niet in het bestaan van de vrije wil geloven, toch mee te laten doen in de samenleving, in de opbouw waarvan degenen die wel geloven in de vrije wil de dominante architecten waren. Het doet er dus niet toe waarin we geloven. Een samenleving kan heel goed bestaan uit mensen die geloven in de vrije wil en mensen die bereid zijn te doen alsof er een vrije wil is. Voor het te ontwerpen rechtssysteem maakt dat weinig of niets uit. Het is in de verte te vergelijken met de “sluier van onwetendheid” waarmee John Rawls ons de rechtvaardige samenleving laat ontwerpen.

 

Reacties

Op de vraag waarom, gegeven het universele determinisme, misdadigers nog gestraft moeten worden, antwoord ik met Spinoza:
"Indien slechts degenen zouden moeten worden gestraft, van wie wij in onze fantasie aannemen dat zij in vrijheid wandaden begaan, waarom trachten wij dan giftige draken uit te roeien. Wat zij doen, doen zij krachtens hun natuur. Zij kunnen niet anders" (COGITATA METAPHYSICA, deel 2, hoofdstuk 8, paragraaf 4).
Niet alleen de misdadigers kunnen niet anders, ook wij (de benadeelde partij) kan niet anders. Zij zijn genoodzaakt te zondigen, wij zijn genoodzaakt te reageren. Zo simpel is dat. Onze voorstellingen over vrijheid van handelen bij de overtreder doen er niet toe.

Wim,
Dit is bekend. Je reactie gaat wel voorbij aan het blog van Huenemann. Zoals jij het aandraagt, hoeven we nergens meer over na te denken en alleen maar in de XVIIe eeuwse Bijbel op te zoeken.

Het treft bij onaangenaam, Stan, dat je mijn kleine, kritiekloze, BIJDRAGE aan je uitstekende blog en het voortreffelijke stukje van Charlie over "vrije wil fictionalisme" (waaraan ik dus niet voorbijga)afdoet en wegzet als een overbodige bijdrage, waar ik toch meen te weten dat de door mij aangehaalde scherpe tekst uit PPC/CM (door bijna niemand gelezen) nog nimmer door iemand is geciteerd. Dat citaat is zelf een 'nadenkertje', niet vergelijkbaar met wen bijbelcitaat als gezagsargument.

Sorry, Wim, ik uitte mijn irritatie - kon je bijdrage niet waarderen, daar hij voor mijn gevoel langs de kwestie heenschoot. En zo schoot ik uit mijn slof (moest ik gezien mijn natuur etc etc...).

Voor giftige draken, woeste leeuwen of grote vissen is het makkelijker dan voor ons. Wij hebben het gevoel te moeten handelen, in plaats van ons alleen maar door de natuur te laten voortdrijven.

In mijn blog van 23 oktober n.a.v. het bericht over de toespraak die Rene de Boer zou houden, mijmerde ik wat over onze noodzaak te handelen. Ik eindigde met: "In reflectie achteraf kun je analyseren welke factoren alle bijeen hebben gemaakt dat jij dit en niet dat deed, maar op het moment van handelen zelf moet je toch minstens proberen je als niet door golven heen en weer bewogen te bewegen, minstens doen alsof je vrij en dus verantwoordelijk bent."

Is het niet frappant dat op diezelfde dag Charlie Huenemann zijn stukje over 'Free will fictionalism' schreef, waarin het ook ging over 'doen alsof je vrij bent'? Ik zag dat gisteren en gaf 't meteen door.

Het onderwerp (moeten handelen, in onvrijheid, maar toch) interesseert mij in hoge mate. De wetenschap dat je hoe-dan-ook niet vrij handelt, dat je hoe-dan-ook reageert, is geen hulpvaardige wetenschap. Dus als jij schrijft 'Zo simpel is dat' lijkt dat een afstopper. Ik schreef in dat vorige blog van 23/10 dat het zinnetje dat Spinoza in 1675 aan Oldenborg schreef, "Ik weet niet wat ik moet doen", voor mij het aandoenlijkste is wat ik van Spinoza ken: het gevoel hebben te moeten handelen (en ook al reagerend gehandeld hebben), maar niet weten wat je verder moet doen. Dan heeft het zo weinig zin om op de COGITATA METAPHYSICA, deel 2, hoofdstuk 8, paragraaf 4 te wijzen, want dan weet Spinoza nóg niet wat ie moet doen. Hij zal er niet onderuit komen z'n alternatieven te overwegen, de diverse opties te evalueren en een handeling te kiezen - kortom: handelen alsof hij vrij is en niet eenvoudig als een leeuw toeslaat.
Beschouwingen daarover ben ik bij Spinoza, meen ik, nog niet tegengekomen.

Ik wil je graag uit de nood helpen. Alle zeilers weten dat je soms op een vaarwater zit waar het schip eigenlijk niet weet wat het moet doen en zelsfs (bij weinig wind) kan rondtollen, omdat de golven (stromingen) van beide kanten komen en tegen elkaar opklotsen. Ik herinner mij dat eens op het Zijpe bij Bruinisse te hebben meegemaakt. In zo'n situatie zit een mens ook menigmaal, wanneer hij aarzelt en niet weet wat hij moet doen. Zie ook het begin (eerste 5 regels) van de Praefatio van de TTP: INTER SPEM METUMQUE MISERE FLUCTUANT ... FACILI MOMENTO HUC ATQUE ILLUC PELLITUR. Je zit dan letterlijk in een EVENWICHT-situatie (= aequipondium, gelijke druk van beide kanten; zie laatste sectie van CM 2). Je wilt dan het ene noch het andere, je wilt helemaal niks omdat je niet in de ene of andere richting beweegt. Je conatus is nul. Is er evenwel overdruk in een bepaalde richting, dan beweeg je daarheen en dan wil je datgene waarheen je beweegt en denk je, onwetend dat je bent omtrent de oorzaken, dat je zulks uit eigen beweging doet; en dat je dus vrij bent. Die beweging is ALTIJD reactie, net als wanneer je op de wip tijdens het wippen omhoog of omlaag beweegt. En als er geen beweging is, dan is het COMPRESSIE en wil je dus ook niks. Dan slaap je. Doch als je (of de staat)iemand straft, dan ben je bedreigd, verdedig je je, en ga je op de vijand af om ...etc. AUTOMATISCHE REACTIE, Stan. Zo simpel is dat. Of het nu een giftige slang is dan wel een inbreker in je huis. Je piekert er niet over of hij misschien niet uit vrije wil handelt!! Snap je nu de toepasselijkheid van het door mij aangeleverde Spinoza-citaat?

Toen ik deze discussie las kwam bij me op: Ook Spinoza maakte een onderscheid tussen het theoretische-speculatieve weten in zijn metafysica en het praktische weten in het dagelijks leven. In het 4e Hoofdstuk van zijn Theologisch-Politiek Traktaat is te lezen: "Voeg daar nog bij dat wij de samenhangende ordening en aaneenschakeling zelf van de dingen, dat wil zeggen: hoe de dingen in werkelijkheid zijn geordend en aaneengeschakeld, volstrekt niet weten; zodoende is het voor de praktijk van het leven beter, ja noodzakelijk, de dingen als mogelijk te beschouwen."
Ik lees dat zo dat Spinoza hiermee aanduidt dat het voor het praktische, dagelijkse leven geen zin heeft om over de onvrijheid van de wil of het feitelijk gedetermineerd zijn der dingen te piekeren.