EDBO - een goudmijntje voor geïnteresseerden

Van Anton Bossers, bezoeker van dit weblog, kreeg ik de informatie dat sinds kort de website Early Dutch Books Online bestaat. Het initiatief is nog zo jong dat de link erheen zelfs nog niet vermeld staat op de Online Text Collections in Western European Literature.

                     

Deze nieuwe website, Early Dutch Books Online, werd op 25 mei j.l. in Leiden gepresenteerd. De site, kortweg EDBO genoemd, is een gezamenlijk product van de Koninklijke Bibliotheek en de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Leiden.  EDBO ging online met 10.000 gedigitaliseerde boeken uit de periode 1780-1800.

Tot de gratis te downloaden boeken behoren beroemde werken uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, maar ook populair drukwerk, zoals griezelromans, toneelstukken, liedbundels en erotische romans. Plus vele politieke, geschiedkundige, theologische en wetenschappelijke teksten.

Early Dutch Books Online is bedoeld als eerste stap naar een online laboratorium voor de Geesteswetenschappen, waarin zoveel mogelijk werken uit de Bijzondere Collecties van Nederlandse bibliotheken via Optical Character Recognition (OCR) op woordniveau doorzoekbaar zullen zijn. In EDBO zijn zowel de tekstversies als gescande afbeeldingen van de boeken te bekijken. [Deze informatie vond ik hier]

Via het zoekscherm zijn er 167 resultaten op Spinoza en 66 op Spinosa. De naam van Spinoza komt en geen der titels voor, hetgeen ook niet te verwonderen is voor de betreffende periode. Er zijn veel kerkelijke/theologische titels, enige historische en wetenschappelijke werken, waarin dus minstens éénmaal Spinoza´s naam voorkomt. Kortom, werk aan de winkel.

Eén titel springt er uit Bernardus Nieuhoff: Over spinozisme. [Hier; over hem had ik dit blog, waaruit blijkt dat dit boek ook op books.google in te zien is]

Verder vermeld ik nog:

[Lucas, Jean Maximilien]  Traité des trois imposteurs

Moses Mendelszoon: Wijsgeerige verhandelingen, brieven en gesprekken. Uit het Duits vertaald door en geannoteerd door G. Brender A Brandis [hier]

                                             * * *

Ter illustratie neem ik hier een bestrijding van "het wandrogtig gevoelen van den ongelukkigen Spinosa, deeze verbasterde Jood, en schandvlek van den Kristen naam" uit Laurentius Meijer: Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen. [EERSTE DEEL]. Bolt, Jacob Groningen, 1783 - [Exemplaar:  Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 63-5460-5463 - EDBO]

§ XXIV. Te verwonderen is het dan, dat nademaal Gods Onafhangelykheid zoo kennelyk, betoogbaar, en voor elk, die 'er op let, in het oog loopend is, dezelve echter by zommige stervelingen ontkend en tegensproken wordt, Het zyn de Godverzaakers, met welken wy het hier te doen hebben. Wy onderzoeken nu niet, of 'er waarlyk zulken zyn, die in den strengsten zin dien naam verdienen, die noch aandoening, noch indrukken van een Opperweezen zouden hebben, en Heilig 'er van zouden konnen overreed zyn, dat 'er geen God is: in hoedaanigen zin 'er veele aan twyfelen, of 'er wel zulke menschen gevonden worden. Maar dat 'er in vroegere en laatere tyden geweest zyn, en ongetwyfeld noch zyn, die, om hunne bezeffen, en de wroegende indrukken hunner Conscientie van eenen God, tegen te gaan, en te dempen, zich op allerlei wyze moeite genomen, en allerlei uitvluchten tegen de klaare waarheid gezogt hebben, en stellingen omhelsd, die op een ontkennen van Gods Onafhangelyk Bestaan uitloopen, is genoegzaam bekend. Zulken zyn het, die het aanweezen van een van zich zelven bestaand Weezen, dat buiten het zamenstel van tweede oorzaaken is, en als de Eerste Oorzaak, van alles, en van dit Geheel-al weezenlyk en oneindig onderscheiden zynde, moet aangemerkt worden, ontkennen: die in de plaats van God daarvoor te erkennen, gelyk Hy by het redenlicht, en de beschouwing van 't Geheel-al dus kan en moet erkend worden, aan de weereld een eeuwig en noodzaakelyk bestaan, het zy in haare gedaante en form, het zy in haare stof en oorspronkelyk gewaande grondbeginzel, toeschryven. Dit wandrogtig gevoelen, heeft in de jongste tyden in den ongelukkigen Spinosa en deszelfs aanhang zyne voorstanderen gekreegen. Deeze verbasterde Jood, en schandvlek van den Kristen naam, maar eene zelfstandigheid toestaande, hieldt het Geheel-al voor die eeuwige en noodzaakelyke zelfstandigheid, en zynen God, die met al, wat 'er is, geest en stof, een en hetzelfde Weezen zyn zou: of, gelyk hy daarover zich uitliet, dit Geheel-al als een eeuwig en noodzaakelyk uitvloeizel van God aanmerkte.

Dan dewyl hier booven genoegzaam gebleeken is, dat wy op de zekerste gronden, eene Eerste Oorzaak, die eeuwig, noodzaakelyk en Onafhangelyk bestaat, stellen, dat wy God daarvoor houden moeten, dat dit Geheel-al niet van zich zelven bestaan kan, en weezenlyk van God onderscheiden is, zoo behoeven wy ons hierby niet langer optehouden: het welk ook te minder noodig is, dewyl het tegengestelde gevoelen ongerymd is, — met reedenlooze steunzels onderschraagd wordt, — de tegenwerpingen, waarmeede men de waarheid poogt te bestryden, krachteloos zyn, — en het geheel gebouw dier averregtsche Wysgeerre op vreemde en willekeurige bepaalingen van de betekenis der gebruikt wordende woorden, die niet, dan by zyne begunstigers, toegestaan worden, is opgehaald.