Een centrale wetmatigheid van Spinoza

Vanavond bespreken met de Spinozakring Limburg van Spinoza's Verhandeling over de verbetering van het verstand [TIE] de vier percepties t/m het Eerste deel van de methode (over fictieve, onware en twijfelachtige ideeën).

Met het oog daarop breng ik hier een van zijn centrale 'wetten':

Behalve in dit plaatje hetzelfde ook nog als over te nemen tekst:

De macht van de verbeelding is omgekeerd evenredig met werkelijk begrijpen

“quo mens minus intelligit et tamen plura percipit, eo majorem habeat potentiam fingendi, et quo plura intelligit, eo magis illa potentia diminuatur.” TIE § 58

Hoe minder de geest begrijpt en hoe meer hij waarneemt, hoe groter zijn vermogen tot verzinnen; en, omgekeerd, hoe meer hij begrijpt, hoe meer dat vermogen afneemt. [Vert. Theo Verbeek]