… een Spinoza-mis gelijk…

In mei en juni 2011 voerde het VU-kamerkoor met het Ensemble Waterloo o.l.v. Boudewijn Jansen de Harmony of the Spheres van componist Joep Franssens uit. Daarvan is een CD gemaakt die, na enige vertragingen, onlangs uitkwam. Daar ik op dit weblog enige maanden als ‘reclame’ de informatie over die uitvoering in beeld heb gehouden ontving ik, heel attent, deze CD.

 

Ik heb er inmiddels met genoegen enige malen naar geluisterd, hem ook vergeleken met de opname met het Nederlands Kamerkoor uit 2002, waarvoor hij zeker niet onder doet. Ik kan hem dan ook alle geïnteresseerden in Spinoza van harte aanbevelen. Het is fascinerende, spannende muziek – een lust voor het gehoor, het gemoed en, ja, ook het verstand.

Rond Spinoza’s definitie van God heeft Joep Franssens een aantal teksten gegroepeerd die hij in zijn compositie daar als hemellichamen omheen laat zweven. Franssens moet wel vanuit een bewondering voor het blootleggen door Spinoza van het bouwplan van het hele universum, de totale werkelijkheid, met ons mensen harmonisch daarin passend, deze muziek gecomponeerd hebben. Langzame, harmonisch zwevende klanken van een enthousiast VU-kamerkoor met in het middendeel meedeinende strijkers is een schitterende hommage aan Spinoza.

Het doet er dan niet toe dat hij er een titel aan gaf, Harmony of the Spheres, die Spinoza zelf een beetje belachelijk heeft gemaakt (in E1/appendix waarin hij allerlei mythen en vooroordelen bestrijdt, heeft hij het over “filosofen die zichzelf ervan hebben overtuigd dat de bewegingen van de hemellichamen een harmonie voortbrengen”). Het Platoonse, op Pythagoras teruggaande idee over de ordening van het universum volgens bepaalde getallen, uitgewerkt door Ptolemaeus, leidde in de 17e eeuw tot de overtuiging van een mathematisch universum; zie Kepler’s Harmonia Mundi (1619). Ook Spinoza was overtuigd van de wiskundige en logische ordening van het heelal, vandaar de geometrische ordening van zijn Ethica: hij zag zijn filosofie als geheel in orde met de wereld. Wat voor de hele natuur, het heelal, gold, was ook van toepassing op menselijke hartstochten en menselijke relaties: onderwerp van lijding en chaos als de verbeelding, maar van handeling en harmonie als de rede overheerste. Dat Spinoza zelf niet veel met verbeelding ophad en zoals gezegd, spotte met een fantasie als ‘harmonie der sferen’, was voor Franssens als kunstenaar gelukkig geen reden om die Spinozistische universele en menselijke harmonie niet op muziek te zetten. En wat voor muziek!

Het centrale deel, de godsdefinitie, wordt als enige van de vijf delen, omspeeld door strijkers. In de delen 1 en 5 staat de noodzakelijke band tussen mensen centraal: ze kunnen niet zonder elkaar. In de delen 2 en 4 zijn het de definitie van vrijheid resp. het autonome, zelfstandige handelen die centraal staan. Die twee begripsparen staan a.h.w. chiliastisch in een spannende spanningsrelatie tot elkaar: samenleven is voorwaarde voor zelfstandig (voort)bestaan – individuele vrijheid is redelijkerwijs niet in strijd met samenleven in rust en harmonie. Ziedaar het Spinozistisch universum.

De cyclus is door Franssens in 2010 nog een keer herzien. Het is deze laatste versie die door het VU-kamerkoor is uitgevoerd. Het koorgezang heeft in de kerklocatie, mede door de opnametechniek een ruimtelijk effect: een natuurlijk ruimtelijke galm, waarvan op het hoesje uitdrukkelijk wordt vermeld dat het om de natuurlijke akoestiek van de locatie (de Pieterskerk in Utrecht) gaat en dat geen elektronische effecten werden toegevoegd.

Franssens combineert componeertechnieken uit de Renaissance (polyfonie) met 20e eeuwse seriële en minimale muziekstijlen van het geleidelijk herhalen van patronen met slechts geringe variaties. Een verwantschap met andere hedendaagse componisten van religieuze muziek als Arvo Pärt en Henryk Górecki e.a. is dan ook duidelijk merkbaar. Maar anders dan deze andere ‘nieuwe spirituelen’ schreef hij voor zover ik weet geen Magnificat of een H. Mis, maar nam hij deze teksten van Spinoza. Er is zo grote verwantschap dat ik onontkoombaar mijn associatie kreeg met een veelstemmige Mis – een Spinoza-mis.

Een kleine kanttekening. De toelichter van het CD-boekje (René van Woudenberg) schrijft "Spinoza denies that God is free", maar mist dat Spinoza het vrijheidsbegrip juist herdefinieerde. Spinoza ontkende niet dat God vrij is. Hij noemde God juist als enige absoluut vrij, maar zag vrijheid dan (niet als willekeurige keuze, maar) als vrij handelen naar de noodzaak van de eigen natuur, alleen door zichzelf en door niets van buitenaf bepaald. Van Woudenberg geeft, daar de vrijheidsdefinitie juist ook door Franssens uitgekozen was, vervolgens wel een relevante beschouwing over vrijheid en determinisme bij Spinoza, maar laat dat alleen slaan op mensen en miste dus dat Spinoza deze definitie op de 1e plaats op (zijn) God laat slaan en pas in afgeleide zin (en dus gebrekkig) op de mens die (a.h.w. ‘van God’) leert in harmonie met zijn welbegrepen natuur te leven.

Ik zei dat ik deze opname vergeleek met die uit 2002. Maar vergelijken is onzin. In beide gevallen krijg je Franssens compositie zeer naar behoren fraai uitgevoerd. Er is geen enkele noodzaak om van alles “the winner is…” te maken. Beide CD’s zijn verkrijgbaar en met geen van beide koopt men een kat in de zak. Beide laten de luisteraar genieten van Joep Franssens‘ heerlijke ‘Harmony of the Spheres’.

Deze CD is verkrijgbaar via de website van het VU-Kamerkoor

Eerdere blogs over  Harmony of the Spheres

9 aug 2008 Joep Franssens' Harmony of the Spheres

22 maart 2011 Joep Franssens' Harmony of the Spheres op teksten uit de Ethica weer uitgevoerd

23 maart 2011 Spinoza en de harmonie der sferen ["Harmony of the Spheres"]

Hier een stukje van de uitvoering dat op Youtube is gezet

Reacties

Misschien is aardig hierbij te vermelden:
Van 10 februari tot 3 mei 2012 [maandag tot en met vrijdag 9.30 - 18.00] is in de Universiteitsbibliotheek Singel 425 Amsterdam een tentoonstelling te bezichtigen over muziekfilosofie: Van kosmische harmonie tot autonome toonkunst.
Muziek is een van de oudste thema’s van filosofische reflectie. Vanaf de 6e eeuw v.Chr. tot op heden houden filosofen zich bezig met de betekenis en invloed van muziek. De tentoonstelling laat een aantal van de belangrijke publicaties op het gebied van de muziekfilosofie zien, voornamelijk uit de eigen collectie van de UB. Naast boeken zijn er ook enkele partituren en geluidsdragers opgenomen: verschillende componisten laten filosofen optreden in een opera, schrijven muziek op teksten van filosofen, of wijden zelfs een heel werk aan een filosoof. Omgekeerd zijn er ook enkele filosofen die zich aan het componeren hebben gewijd.
De tentoonstelling is samengesteld door Albert van der Schoot, musicoloog en filosoof aan de UvA, met medewerking van Lidie Koeneman, vakreferent filosofie en klassieken van de UB.

http://www.uba.uva.nl/actueel/object.cfm/1C2401FA-2128-4F1D-AD3EF2FB6CB75FF0/2301705E-D86E-488F-AE319A5408328DE5