Een vriend van Den Haag: "Het is 'onze' Spinoza"

Op 2 augustus 2008 besprak ik het Haagse boekje, geschreven door Wiep van Bunge, Filosoof van de vrede. De Haagse Spinoza, (Uitg. Jongbloed Den Haag/Gemeente Den Haag, 2008).

Ik begon ironisch met “De gemeente Den Haag heeft de gemeente Amsterdam een kleine hak gezet. Amsterdam had eeuwenlang nagelaten 'iets te doen' met Spinoza. [..] Amsterdam is de laatste tijd echter bezig om de naam van Spinoza voor eens en voor al stevig aan de naam van Amsterdam te binden. De Amsterdamse Spinoza Kring begon er enige tijd terug mee om Baruch de Spinoza te promoten als 'Boegbeeld van Amsterdam'. De gemeente Amsterdam lijkt het streven tot oprichting van een monumentaal gedenkteken in de buurt van zijn geboorteplek bij het huidige Waterlooplein inmiddels te hebben overgenomen.”

Enfin, er heeft inmiddels in Amsterdam het een en ander aan spinozana plaats gehad. 
I
k grapte wat over een strijd tussen beide steden.

Maar verdraaid: zo werkt het kennelijk echt. Vandaag belandde ik toevallig op de site van de vereniging Vrienden van Den Haag; zoals dat gaat: je bent op zoek naar het een en vindt – serendipisch - het ander. Daar trof ik o.a. een verslag van de ledenvergadering van 20 november 2007 – de maand waarin de 350e geboortedag van Spinoza werd herdacht.

In de rondvraag staat: “De heer Verhoeven vindt dat in een artikel in de NRC over Spinoza deze wordt geannexeerd door Amsterdam. Spinoza is echter woonachtig geweest in Den Haag. Hij stelt het bestuur voor om dit onder de aandacht van wethouder Huffnagel te brengen want het is ,,onze” Spinoza.” [hier; Vetdruk van mij, SV]

Zo snuiven we even de geur in de keuken op. Ik denk overigens dat dat Haagse boekje toen allang in voorbereiding was. Maar toch, zulke opmerkingen hébben wellicht invloed.

In navolging van een boekje met ‘gouden regels’ van de Historische vereniging Haerlem uit 2006, “DE IDEALE STAD – Haarlem en het veranderende stadsbeeld”, gaf de vereniging Vrienden van Den Haag in mei 2008 de brochure uit “Stadsbeeld en stadsontwikkeling: balans tussen behoud en vernieuwing. Een visie van de vereniging Vrienden van Den Haag. Tien gouden regels.”

De 7e gouden regel luidt: Bij de publieke zaak geldt: de burger voorop. De ideale stad kent een actief, betrokken burgerschap. Het stadsbestuur streeft naar een breed maatschappelijk draagvlak. Deze traditie staat in Den Haag onder druk. [...]

Den Haag neemt in de geschiedenis van de mondigheid van de burger een unieke plaats in de wereld in. Het was in Den Haag dat Spinoza in 1670 het “Tractatus Theologico Politicus” publiceerde, het oudste pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting. Hij legde het fundament voor de Verlichting, de meest ingrijpende verandering in het Westerse denken. Niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk was Den Haag de bakermat van de moderne democratie. In 1581 werd hier, voor het eerst in de wereld, met het “Placcaet van Verlatinghe” afscheid genomen van het feodale stelsel en de weg naar democratie ingeslagen.

Inspraak, medezeggenschap, betrokken burgerschap hebben in fysieke zin op tal van plaatsen hun sporen nagelaten in Den Haag. Het Atrium van het Haagse Stadhuis vervult zijn informatie en ontmoetingsfunctie met verve. Daar kan men inlichtingen inwinnen betreffende het beheer en ontwikkeling van de stad. Daar laat het stadsbestuur zien waar het voor staat. De burgers kunnen hier hun identiteit tonen middels de frequent wisselende exposities en manifestaties.

Helaas is diezelfde functie van openbare straat in het Tweede Kamercomplex (de Statenpassage) verloren gegaan al snel na de opening van deze nieuwbouw. Het Plein, het perscentrum Nieuwspoort, maar zeker ook Grand Café Dudok vervullen nu deze functie, zij het op andere wijze." [Zie hier. Vetdruk van mij, SV]

Aanvulling 27 mei
Tegenover die laatste opmerking in de bochure van de Vrienden van Den Haag, staat dan weer de - wellicht de ijdelheid updatende - opmerking van Richard Goldstein, die gisteren de MacArthur Award for International Justice ontving, in zijn blog van 16 mei: Together with New York The Hague is a “UN City”.

Reacties

Wie met Spinoza goede sier wil maken, snijdt zich in de vingers. Amsterdam likt zijn wonden met zijn schandelijke pseudo-citaten, Den Haag zal ook ervaren dat zijn voormalige inwoner een ander type verlichting op het oog had dan het zich voorstelt.

Maar wie bracht Amsterdam dan wonden toe (vanwege zijn schandelijke pseudo-citaten)? Mij is niet meer bekend dan jouw tamelijk bescheiden sneer op m'n blog van 13 mei: "Dirk van Weelden was misschien geinspireerd door XINOSPA! Het kan raar gaan in een mensenkop die in een fantasiewereld leeft." En mijn opmerking in dat blog: "...ik mag met de beste wil van de wereld niet inzien wat deze stellingen met Spinoza te maken hebben? [...] Er hoeft niet gekozen te worden voor echte uitspraken en stellingen van Spinoza zelf. Maar noem het dan ook niet: Spinoza op straat."
Ik denk niet dat jij en ik daarmee echt verwondingen hebben aangebracht.
Was er elders nog iets kritisch te lezen?

Ik oefende geen kritiek uit op jou, Stan. Integendeel, ik was het helemaal eens met je conclusie: "noem het dan ook niet: Spinoza op straat". Dat kwam overeen met mijn verontwaardiging over de suggestieve maar misleidende verhaspeling van Spinoza's teksten, reden waarom ik opperde om dan maar te zeggen dat zij van de denkbeeldige XINOSPA afkomstig zijn in plaats van van Spinoza [dit is een historisch voorbeeld]. En wat die wonden betreft. Mij dunkt dat het uit de context voldoende duidelijk is dat het gaat om een ziekelijke zelfverwonding van Amsterdam, wanneer men Spinoza zo misbruikt en onteert. Spinoza kun je niet aan de grote klok hangen om iedereen daar kwansuis opmerkzaam op te maken maar in werkelijkheid mee te shockeren. De bedenkers van deze opzichtige kunstenmakerij moesten eens weten, wie hij in werkelijkheid was. Zij zouden zich rot schrikken van zijn radicale en werkelijk abnormale standpunten en niets meer van hem moeten hebben. Negri had gelijk: hij is de ANOMALIA SELVAGGIA ten voeten uit. Het is ook niet voor niets dat zij de politieke Spinoza geheel doodzwijgen! Om maar niet te reppen over de gebruikelijke MISHANDELING van de TTP: het pleidooi voor scheiding van kerk en staat, dat men daarin leest, staat er niet in, wel dat de staat absolute zeggenschap heeft over alle godsdienstvormen en -uitingen. PS: dat ik Negri hier even aanhaal, betekent niet dat ik instem met de latere globalistische Negri.

Beste Stan,
Wim Klever wijst volkomen terecht op het vaak gehoorde misverstand, dat Spinoza zou gepleit zou hebben voor een scheiding van kerk en staat. Spinoza scheidt deze niet, maar brengt een rangorde aan: de staat heeft absolute zeggenschap over de godsdienstvormen en - uitingen.
Tijdens de laatste studiebijeenkomst heb ik deze absolute priotiteit van de staat over de kerk als een groot gevaar aan de orde gesteld. Echter geen bevredigende antwoorden gehoord.
Tijdens het nazi regime ( langs democratische weg aan de macht gekomen) werd de kerken van staatswege opgedragen aan allerlei opgelegde regelgeving hun medewerking te verlenen, b.v. Joodse namen uit het ledenbestand doorgeven, vanaf de kansel geen negatieve uitspraken over het nationaal socialisme etc..Vanuit de bijna slaafse houding, dat de kerk aan de staat gehoorzaamheid schuldig was ( Spinoza!) heeft het merendeel der kerken en hun leiders het nazi regime inderdaad gehoorzaamd. ( Gelukkig waren er ook anderen, zoals Dieter Bonhoeffer en Karl Barth). Na de oorlog werd deze houding van de kerken( nogmaals geheel volgens " model Spinoza") collaboratie genoemd en werd het hen kwalijk genomen.
Het zelfde kun je ook vandaag nog tegenkomen b.v. in Zuid-Amerikaanse dictaturen, waar van de lokale priesters medewerking aan allerlei vormen van mensonterende praktijken wordt geeist op straffe van liquidatie. Bevrijdingstheologie uitgesloten. Ook hier herken ik weer de absolute rangorde tussen staat en kerk, zoals Spinoza in de T.T.P. voorstaat.
Ik kan begrijpen, dat Spinoza begrepen moet worden vanuit de context van zijn tijd. Maar zeker na de ervaringen van W.O.II kunnen we toch niet langer meer het absolutisme van Sp. volhouden als de altijd gewenste verhouding tussen kerk en staat. Hadden de kerken toen, maar hun eigen verantwoordelijkheid genomen en niet alleen in woord, maar ook in daad hun gehoorzaamheid jegens de staat op gegeven.
Nergens ben ik in de T.T.P. een kritische reflexie van Spinoza tegengekomen over de door hem beschreven verhouding, die inderdaad als absoluut en altijd geldend wordt voorgesteld. Bv. nergens zoiets als: de kerk is gehoorzaamheid verschuldigd aan de staat, tenzij de staat de kerken dwingt tot daden, die tegen het hart van hun boodschap ( prediking van naastenliefde) indruist.
Ik heb tijdens de studie bijeenkomst gesteld, dat klakkeloos navolgen van Spinoza in zijn absolute onderwerping van de kerk aan de staat onder bepaalde regimes levensgevaarlijk kan zijn. Het leverde mij wat emotionele tegenwerpingen op, dat ik Sp. dan toch niet goed begrepen zou hebben etc. Is dat nu zo? Zie ik spoken die Spinoza in de T.T.P. allang " kalt heeft gesteld". En hoe moet ik dan die zgn. collaboratie van de kerken aan het naziregime zien/rechtvaardigen? Wil jij, of wellicht Wim Klever hier iets over zeggen dat hout snijdt?
Vriendelijke groet,
Bertus de Keizer