Epictetus (±50 - ±125) was een hoofdstuk waard geweest

Wim Klever behandelde in zijn mooie boek Spinoza classicus. Antieke bronnen van een moderne denker [Uitg. Damon, Budel, 2005, cf blog van 7 juli 2008] Seneca, Terentius, Ovidius, Epicurus en Lucretius, Thales, Livius, Tacitus , Plinius de Jongere, Curtius, Lucianus, Vergilius, Sallustius, Cicero, Flavius Josephus; en tenslotte ook Paulus, Descartes en Van den Enden.  

Twee keer noemt hij Epictetus: op blz 10 vermeldt hij het feit dat Spinoza het Enchiridon in z’n boekenkast had, en op blz 18 lezen we dat Epictetus naast Seneca en Marcus Aurelius tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nieuwe Stoa gerekend wordt. Maar in tegenstelling tot de boven genoemden krijgt Epictetus geen eigen hoofdstuk.

Toch denk ik dat er voldoende aanleiding was geweest om wel meer over de mogelijke bijdrage van Epictetus aan de filosofie van Spinoza te wijden. Ik zal daarvoor in dit blog een aantal feiten en argumenten aandragen. Ik ben inmiddels al zo'n eind gevorderd in het Verzameld werk van Epictetus dat ik in het blog van 2 juni noemde, dat ik voldoende grond heb om dat te doen. 

Het gaat me nog niet eens om dingen als deze die bij Epictetus te vinden zijn:

“Wie zich realiseert dat wat een mens denkt de maat is voor iedere handeling, waarbij in het midden blijft of hij dat terecht denkt of niet (…) zal tegen niemand uitvaren en op niemand kwaad worden, niemand de huid vol schelden, niemand verwijten maken, niemand haten, zich aan niemand ergeren.” (Colleges I, 28, 10-21; hier blz. 100)

Wie denkt dan niet aan wat Spinoza in zijn Tractatus Politicus, Caput I, § 4 schreef: Sedulo curavi humanas actiones non ridere non lugere neque detestari sed intelligere [Ik heb mij er ijverig op toegelegd de menselijke handelingen niet te bespotten, niet te betreuren noch te verachten, maar te begrijpen]
Nogmaals, ik hecht hier geen grote waarde aan en beweer niet dat Spinoza dat letterlijk van Epictetus heeft, maar verwantschap is er wel.

Het is niet mijn bedoeling hier een gedegen studie van Epictetus en de mogelijke relatie met de filosofie van Spinoza te pretenderen. Ik geef niet allerlei citaten waar een lichte verwantschap in sluimert met iets wat Spinoza ook heeft gezegd. Veelal gaat het dan om een zekere common sense. Ook begin ik er niet aan om allerlei zaken die Epictetus leert en waar Spinoza zeker niet aan wil te bespreken. Het gaat me niet om de verschillen, maar om enige overeenkomst in zaken van enig kaliber.

Sterke overeenkomsten zie ik in de volgende zaken:

[1] Phantasia resp. imaginatio

We worden vanuit de omgeving bestookt door allerlei phantasia, in dit boek telkens vertaald met: indrukken. Het gaat Epictetus om “de juiste omgang met indrukken”. Ik kreeg hier een sterke associatie met het gegeven dat Spinoza de eerste kenvorm, datgene wat onze zintuigen ons aanreiken, wat we “van horen zeggen” hebben etc. omschrijft als ‘imaginatio’. Hiermee staat hij dus sterk in de lijn van de stoïci, in ieder geval van Epictetus.

[2] Het gaat Epictetus om de juiste omgang met onze indrukken. De morele keuze maken is onderscheiden tussen wat wel en wat niet in onze macht ligt. Wel in onze macht liggen onze opvattingen, overtuigingen, verlangens, afkeer, angsten, houdingen kortom, onze reacties. Al het andere overkomt ons en ligt niet in onze macht. Maar dat onderscheid maken en die morele keuze maken, is niet iets wat eenvoudig is – geen kwestie van ‘slechts willen’. Nee, je moet “leren willen wat er gebeurt”, leren af te komen van wat je als houding spontanerwijs overkomt. En willen is: geleerd hebben juist te oordelen, dat is “een morele keuze maken”. Daarover zegt Epictetus (en daar doet hij mij sterk denken aan Spinoza):

“Wat kan het van een impuls winnen behalve een andere impuls? Wat kan het van streven of vermijden winnen behalve een ander streven of vermijden?” (Colleges I, 17, 19-29 hier blz. 79)

Dit doet toch sterk denken aan Spinoza’s 7e stelling van het vierde deel van de Ethica: “Een hartstocht (reactie in de vertaling van Klever) kan alleen geremd of vernietigd worden door een tegengestelde, krachtigere hartstocht (of reactie).

Elders lezen we bij Epictetus:

“Als het een gewoonte is die ons in de weg zit, dan moeten we daartegen hulp zien te vinden. Wat voor hulpmiddel zal dat in het laatste geval zijn? Een daaraan tegengestelde gewoonte.” (Colleges I, 27, 1-10; hier blz. 97)

“Laat je niet imponeren door een eerste indruk. Breng liever een andere, een fraaiere en edele indruk in het veld en verjaag dat smerige exemplaar.” (Colleges II, 18, 19-29; hier blz. 157)

[3] Eigenbelang nastreven - conatus

“Elk wezen is van nature zo gemaakt dat het in alles handelt uit eigenbelang. Dat geldt voor de zon, dat geldt zelfs voor Zeus.” (Colleges I, 19, 4-13; hier blz. 83)

“Immers, van nature jaag ik mijn eigen belang na.” (Colleges I, 22, 6-16; hier blz. 88)

Alleen geldt dit bij Spinoza niet voor God; God streeft niets na, want mist niets. Maar verder, dat het streven de essentie van alle dingen is, heeft Spinoza niet van vreemden.

[4] eigenbelang nastreven is geen egoïsme

“En in het algemeen kun je stellen dat hij [Zeus]  de aard van het rationele wezen, de mens, zo heeft ingericht, dat het geen enkel eigen belang kan dienen zonder daarmee ook iets aan het algemeen belang bij te dragen. Op die manier is het niet meer asociaal alles met het oog op je eigen belang te doen. Wat verwacht je trouwens anders? Dat iemand ervan afziet om zijn persoonlijke belangen te behartigen? Hoe zal dan nog als een en hetzelfde beginsel voor alle wezen gelden dat zij alles op zichzelf betrekken? (Colleges I, 19, 13; hier blz. 83-84)

[5] Houding tegenover de dood

De dood is wat ieder overkomt. Het heeft dus geen enkele zin je daarover zorgen te maken. Beter kun je dat accepteren en zelfs ‘willen’. Het is waar dat in de Colleges heel vaak over de houding tegenover de dood wordt gesproken, omdat veel van de onrust en angst van mensen daarmee samenhangt. Je kunt van Epictetus zeker niet zeggen wat Klever van Seneca zegt: “Men krijgt bijna de indruk dat de dood het hoogtepunt van het leven is, zozeer is hij daarmee bezig.” (blz 25). Ook Epictetus is vaak met de dood bezig, maar zonder er iets aan te verheerlijken. Dat zou onzin zijn, we kunnen er immers geen enkele invloed op hebben; wel kunnen we proberen invloed te krijgen op onze houding hoe realistisch we er tegenover staan. De mens kan, stoïsch gezien, gelukkig worden door inzicht in de natuur; dus zelfs door inzicht in het natuurlijke van het sterven.

[6] Inzicht in het wezen van de wereld is gelijk aan de deugd. Wie zich niet door emoties laat beheersen, maar zich door de rede en het juiste inzicht laat leiden voegt zich (‘vrijwillig’) naar alles wat gebeurt en aanvaardt alles blijmoedig.

                                              * conclusie *

Goed beschouwd geeft Spinoza in het voorwoord van het Vijfde deel van de Ethica niet eens zo’n sterke afwijzing van de Stoïci als sommigen (ook Klever) beweren.
Spinoza schrijft: “Volgens de stoïcijnen echter zijn de hartstochten volstrekt van onze wil afhankelijk en hebben wij hen volstrekt in onze macht. De ervaring en niet hun beginselen dwongen hen echter tot de erkenning dat voor het remmen en matigen van de harstochten veel inspannende oefeningen nodig zijn.”
In die eerste zin maakt Spinoza een beetje een karikatuur van de stoïcijnen; in ieder geval wat Epictetus betreft gaat het veel meer om wat Spinoza in de tweede zin schrijft. Juist bij Epictetus zeggen beginselen (primaire noties) niets, maar gaat het om ervaring en praktijk - om hoe je die noties in parktijk brengt - niet om zeggen, maar om doen. En dát is niet eenvoudig, maar vraagt oefenen, oefenen, proberen, proberen.

Kortom, er is op hoofdlijnen behoorlijk wat Epictetus in Spinoza te ontwaren.
Epictetus was dus een hoofdstuk waard. QED.

 

Reacties

Je heb gelijk, Stan. Er zijn duidelijk contactpunten tussen de beide 'ethica's; dat heb je met je fraaie bloemlezing maar mooi laten zien. Of er echter een afhankelijkheidsrelatie was, valt moeilijker aan te tonen. Dat is een zaak van filologische tekstvergelijking. Daar moet iemand nog eens tijd voor vrij maken.