Gustave Flaubert (1821 - 1880) Spinoza. Wat een genie! Wat een werk is de Ethica!

Gustave Flaubert is wel de beroemdste Franse schrijver van de 19e eeuw. Madame Bovary (1857) is door zeer velen gelezen en voorwerp gemaakt van cursussen en vergelijkende literatuurstudies. Flaubert oefende als grootmeester van de stijl grote invloed uit op allerlei andere schrijvers, zoals Maupassant, Proust, Conrad, Faulkner, Joyce en anderen. Bekend is zijn pantheïsme, nihilisme, scepticisme, gefascineerdheid door veranderingen van bewustzijnstoestand, z’n belangstelling voor de Oriënt, en… - misschien minder bekend - zijn belangstelling voor Spinoza! 

Flaubert is en blijft schrijver, geen filosoof. Toch is hij ook met filosofie en zeker ook met Spinoza bezig geweest. Hier en daar probeert hij hem na te bootsen, bijvoorbeeld in z’n geometrische stijl. Maar hij onderschrijft tenslotte geen enkel filosofisch systeem, ook dat van Spinoza niet. Hij is in veel opzichten een scepticus, ook waar het gaat om z’n eigen vermogen om te redeneren en argumenteren. Zijn gefascineerdheid door Spinoza is te merken, maar het blijft een ongemakkelijke verhouding.

Volgens Henri Grappin zou uit de referenties in Flauberts correspondentie naar Spinoza Flaubert ‘profondément spinoziste’ blijken. 1) En dat dan niet alleen omdat hij Spinoza zeker drie keer volledig gelezen heeft, maar vooral uit zijn grote bewondering voor de Tractatus Theologico-Politicus (TTP) en voor het systeem waarin Spinoza zijn gedachten had ondergebracht en dan bovenal uit zijn ‘déterminisme panthéiste’.

Timoty Unwin die een artikel schreef over Flauberts pantheïsme 2), waarin uiteraard naar Spinoza wordt verwezen, had echter als verantwoordelijk auteur van The Cambridge companion to Flaubert 3) daarentegen in dat boek weer nauwelijks iets over Flauberts interesse voor Spinoza te melden.


Volgens Ehsan Ahmed die het lemma
4) over de relatie van Flaubert met Spinoza schreef in Laurence M. Porter (Ed.): A Gustave Flaubert encyclopedia is het betwijfelbaar of Spinoza een directe invloed op Flaubert's schrijven en overtuigingen heeft gehad. Misschien heeft Spinoza Flauberts al bestaande pantheïsme-geloof helpen versterken. Toch voelde Flaubert Spinoza's invloed net zoals hij die van de Franse Romantici onderging.

Flaubert las Spinoza voor het eerst in 1840 en vanaf die tijd geloofde hij sterk in de eenheid van het universum, waarbinnen alles compleet gedetermineerd is. Hij drukte deze gevoelens uit in de eerste Education Sentimentale (1845) via de hoofdpersoon Jules die een pantheïstisch en krachtig Spinozisme onderschreef.

In 1843, daartoe aangezet door Alfred Le Poittevin, begon hij een Latijnse versie van de Ethica te lezen waaraan hij veel van zijn esthetica zou ontlenen. Pas in 1870 ontdekte hij voor het eerst de TTP. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met de herdenking dat de TTP 200 jaar eerder was verschenen.

in april-mei 1870 schreef Flaubert aan George Sand: "I knew Spinozas Ethics, 'but not the Tractatus Theologico-Politicus. The book astounds me; I am dazzled, and transported with admiration. My God, what a man! what an intellect! what learning and what a mind!" Hij schreef dat uiteraard in het Frans, maar ik heb dit uit het in het Engels vertaalde boek van Derrida 5), die aan het aanhalen van deze passage toevoegt: “Doesn't this eager autodicat sound exactly like Bouvard and Pécuchet?”

Hetzelfde jaar schreef hij, eveneens aan Georges Sand: "I have resolved to begin work on my Saint Anthony tomorrow or the day after... These past few days I have read a lot of tedous theology, interspersed with some Plutarch and Spinoza." (febr. 1870) "Recently, I have spent my evenings reading Kant's Critique of Pure Reason in Barni's translation and going over my Spinoza."(Febr 1872) "If only I don't botch Saint Anthony as well? I shall return to it in a week, when I have finished with Kant and Hegel. These two great man have gone a long way toward stupefying me; when I take leave of them, it is with voracity that I pounce on my old, three times great Spinoza. What a genius! What a work the Ethics is!" (eind maart 1872).

Tot zijn dood las Flaubert een groot deel van Spinoza’s oevre driemaal. Spinoza bood Flaubert veel steun en tevens munitie om zijn positie tegenover de spiritualisten te versterken. Deze spiritualisten hielden, gesteund door kerk en universiteit, een dualistische opvatting van de wereld staande tegenover het monistische perspectief van de pantheïsten. Mét Spinoza was Flaubert ervan overtuigd dat 'goed' en 'kwaad' slechts relatieve termen waren.

                 

De rol van Spinoza als denker vormde Flaubert als het ware om naar die van de in kalme teruggetrokkenheid de harmonie van het universum herscheppende kunstenaar. En net als Spinoza's God moest ook de kunstenaar passief en onpersoonlijk tegenover zijn creatie staan.

Terwijl Bouvard en Pécuchet (1881, posthuum) moeilijkheden ondervinden in het onder de knie krijgen van Spinoza's lessen, geven hun pogingen een aardig inkijkje in de complexe relatie van de romancier met de filosoof.

Volgens Jacques Derrida is er veel spinozisme te ontdekken, vooral in de rol van de duivel aan het eind van De Verzoeking van de Heilige Antonius (1874). De duivel is zeker geen atheïst - niemand is minder atheïst dan de duivel. Alleen ontkent hij niet de uitgebreidheid zodat diens substantie die van Spinoza is. Antonius gruwt van deze gedachte en meer nog van de totale dehumanisering van een God die om vrij te zijn van elke schijn van mensvormige subjectiviteit zonder liefde, vrees, gevoelens voorzienigheid of doelgerichtheid is.

Volgens Flaubert is iedereen die Spinoza van atheïsme beschuldigt een ezel. Hij speelt deze Spinoza uit tegen religie en zijn vormen van verbeelding, tegen de illusies van figuren uit politiek en godsdienst. Zo gezien is de TTP daar belangrijker dan de Ethica.

De Ethica verblindde en verbaasde hem. Zijn bewonderende uitroepen zijn wellicht die van een autodidactisch amateur, maar tonen volgens Derrida ook een zekerheid dat het systeem fundamenteel juist een kunstwerk is dat eerst en vooral de kracht van de kunstenaar toont. Met dit gebaar toont Flaubert een broer van Nietzsche te zijn.

Ook in de 'leeskamer' van Bouvard en Pécuchet steken in al hun verbazingwekkende stupiditeiten veel immorele theses, zoals de ontkenning van de Voorzienigheid, waarin ze Spinoza laten zien. Volgens Derrida heeft Spinoza een uitzonderlijke plaats in dat boek. Alles wordt erin verwerkt en achter zich gelaten, met uitzondering van Spinoza voor wie de sterkste gefascineerdheid blijft, die de locus van de grootste beproeving is, maar ook van een soort verschrikking die hem op onbereikbare afstand houdt: te veel, te sterk en te mooi.

Als Bouvard de Ethica in handen krijgt die Flaubert in een van z'n brieven aanbeval, worden ze meteen bang. "The Ethics frightened them with its axioms and corrolaries. They read only the passages marked in pencil, and gathered this." Dan volgen zinnen uit de Ethica die ze slechts min of meer kunnen begrijpen, waarop Pécuchet uitroept "Oh, that would be splendid!" en als ze het tenslotte opgeven, omdat het "teveel voor hun" werd: "They felt as if they were in a balloon, at night, in icy cold, borne away in endless flight to a bottomless abyss, with  nothing around them but the incomprehensible, the immobile, the eternal. It was too much for them. They gave up." Als later de pastoor aan Bouvard vraagt waar hij zulke 'schitterende dingen' vandaan heeft: "Van Spinoza." Waarop de pastoor: "Heb je hem gelezen?" en als Bouvard dat bevestigt: "God verbied 't". 

 

In de Encyclopaedia Britannica 6) is te lezen: The composition of La Tentation de Saint Antoine provides another example of that tenacity in the pursuit of perfection that made Flaubert go back constantly to work on subjects without ever being satisfied with the results. In 1839 he was writing Smarh, the first product of his bold ambition to give French literature its Faust. He resumed the task in 1846–49, in 1856, and in 1870, and finally published the book as La Tentation de Saint Antoine in 1874. The four versions show how the author’s ideas changed in the course of time. The version of 1849, influenced by Spinoza’s philosophy, is nihilistic in its conclusion. In the second version the writing is less diffuse, but the substance remains the same. The third version shows a respect for religious feeling that was not present in the earlier ones, since in the interval Flaubert had read Herbert Spencer and reconciled the Spencerian notion of the Unknown with his Spinozism. He had come to believe that science and religion, instead of conflicting, are rather the two poles of thought. The published version incorporated a catalog of errors in the field of the Unknown (just as Bouvard et Pécuchet was to contain a list of errors in the field of science).

Aanvulling 20-05-2011 cf. vervolgblog "Nogmaals Gustave Flaubert's enthousiasme over Spinoza" 

Aanvulling 17 november 2012

Juliette Azoulai, "L’Éthique de Spinoza dans Bouvard et Pécuchet: un vertige philosophique et littéraire," in: Sébastian Hüsch (éd.) Philosophy and Literature and the Crisis of Metaphysics. Königshausen & Neumann, Würzburg, 2011, p. 185-196.
Begint aldus: "Le goût de Flaubert pour Spinoza est un trait bien connu de la critique flaubertienne..." [hier]

Noten en bronnen

1) geciteerd in: Timoty Unwin: FLAUBERT AND PANTHEISM. French Studies.1981; XXXV: 394-406

2) Timoty Unwin: FLAUBERT AND PANTHEISM. French Studies.1981; XXXV: 394-406 [hier]

3) Timoty Unwin: Cambridge University Press (Cambridge companions to literature), 2004 [bij books.google]

4) Ehsan Ahmed (Michigan Stat University) in: Laurence M. Porter (Ed.): A Gustave Flaubert encyclopedia. Greenwood Publishing Group, 2001 [bij books.google]

5) Jacques Derrida: Psyche: inventions of the other, Meridian: Crossing Aesthetic Volume 1. Stanford University Press, 2007 [Oorsponkelijk in MLN 99, 4 (1984), p 748 -68 [bij books.google, rechtstreeks naar informatieve voetnoot]

6) In: Encyclopaedia Britannica

Andrew Brown: "Un Assez Vague Spinozisme": Flaubert and Spinoza. In: The Modern Language Review, Vol. 91, No. 4 (Oct., 1996), pp. 848-865. [Hier]

Gérard Piacentini, Waiting for Godot: a play created from the novel The Temptation of Saint Antony by Gustave Flaubert [hier]

 

Reacties

In de vacantie toch maar weer eens Flaubert meenemen!