Hannemieke Stamperius schreef een karikatuur in taal van Spinoza

Van Hannemieke Stamperius - beter bekend als Hannes Meinkema – verscheen een maand geleden het boek God en de Verlichting [Skandalon, Vugt, 2011 - €19,50].

Het is inderdaad een schandaal, zoals Spinoza hierin wordt behandeld.

Dr. Hannemieke Stamperius (1943) mag dan “meer dan dertig boeken, literaire en wetenschappelijke” geschreven hebben en het zal kloppen, “[d]e laatste tijd publiceert ze steeds meer over theologie en filosofie, waaronder de bloemlezing God verzameld, met proza en poëzie over God in de Nederlandse literatuur, en Kleine theologie voor leken en ongelovigen,” maar van Spinoza demonstreert ze geen verstand te hebben. Waarschijnlijk heeft ze enige secundaire literatuur gebruikt. De doctor is duidelijk niet bij haar leest gebleven.

Iemand die zich werkelijk serieus met Spinoza heeft bezig gehouden...

1e zou niet in hoofdstuk I, God en de rede en hoofdstuk II, God en de ziel (over het dualisme), nagelaten hebben Spinoza daarin een grote plaats te geven.

2e zou niet schrijven “Ook radicale filosofen als Bayle en Spinoza waren gelovig.” Spinoza gelovig? Waarin? (p 20)

3e zou niet uit zijn pen krijgen: “Spinoza stelde het zo: het doel van de natuur is mensen uniform te maken, kinderen van één gemeenschappelijke moeder.”(p. 18, p. 192)
Spinoza en finalisme of teleologie in de natuur? Ze citeert niet, heeft nergens een voetnoot, zodat je niet kunt nagaan welke passage ze wellicht heeft misverstaan.

4e Pas in hoofdstuk III, God en het goede, krijgt Spinoza een paragraaf, “God als organisme boven goed en kwaad, waarin ze schrijft": “Leibniz – in wiens werk Spinoza in gematigde vorm hier en daar te bekennen is – en andere vrienden betaalden zijn begrafenis, en bezorgden zijn werk…” (p. 108) Leibniz als mede-bezorger van Spinozas Opera Posthuma is wel de grootste gotspe!

5e zou niet in verband met Spinoza schrijven: “als je weet wat het goede is, dan doe je dat vanzelf.” En: “Het goede komt dus vanzelf voort uit het juiste begrip […] (p. 109). Ze moest nodig eens iets van Miriam van Reijen over Spinoza gaan lezen.

6e Heeft iemand die zoals zij het heeft over zijn Politicotheologie (p. 199) er iets van begrepen?

7e In haar conclusie: “Neem Spinoza, met zijn meest onpersoonlijke godsbeeld: de toon van zijn werk is af en toe pure mystiek!”(p. 221) Dit zij haar vergeven, zij is niet de eerste die dat opmerkt en ze praat ook hier waarschijnlijk anderen na.

Of ze in de andere auteurs die ze beschrijft beter thuis is?

Enfin, volgens haar probeerde de Verlichting - als een tweede soort Reformatie - de religie te vernieuwen, niet te bestrijden. De Verlichtingsdenkers streden niet tegen een geloof in God, maar tegen dogmatisch geloven. Volgens haar wordt atheïsme ten onrechte als erfgenaam van de Verlichting gezien.

Zo kunnen we de bedoeling die zij met haar werk heeft wel ongeveer samenvatten. Zij voelt zich thuis bij de gematigde Verlichters, trekt Spinoza en andere radicalen de tanden, en roept vervolgens alle Verlichtingsdenkers op als getuigen van het (haar?) christelijke vrijzinnigheid of vrijzinnige christendom.

 

Geen boek over religie tegenwoordig zonder website: http://www.godendeverlichting.nl/ en zie: dat komt uit bij de Ikon.

Reacties

Beste Stan,

Ik vind het waarlijk een prestatie van je, zo'n boek uitlezen.
Chapeaux!

Beste Mark,
zoals een connaisseur niet de hele fles hoeft te ledigen om te beoordelen of hij met goede wijn van doen heeft, zo had ik aan wat ik las voldoende om te weten dat we in Hannemieke Stamperius het tegendeel van een Spinozakenner hebben: ze weet er duidelijk geen bal van af - en dan toch met zo'n boek durven komen…
Of ik het nog helemaal uitlees? Weet niet.

Hallo Stan,

Punt 2 maakt me nieuwsgierig. Wat zou je zelf onder 'geloof' verstaan?

@ Klaas Douwes,
Ik val terug op hoe Spinoza geloof definieert in § 5 van Hfst 14 van de TTP en op wat hij daarover verder in dat hoofdstuk zegt. Geloof hoort aan de kant van de theologie, waarmee de filosofie geen verwantschap heeft. Een filosoof als Spinoza is bezig met weten, kennis en met waarheid, maar niet met geloven. Spinoza “gelooft“ niet in de God zoals hij die in zijn filosofie beschreven en bewezen heeft. Daar zit niets spiritueels, mysterieus of mystieks (transcendents of supernatuurlijks) aan.