Harold Henry Joachim (1868 - 1938) schreef "A Study of the Ethics of Spinoza"

Het blog van gisteren over George L. Kline (1921 -) "On the infinity of Spinoza’s attributes" werd aanleiding voor dit blog. Kline vertelde dat hij m.b.t. wat hij in zijn  artikel behandelde op het spoor was gezet door Harold H. Joachim's Study of the Ethics of Spinoza (Ethica Ordine Geometrico Demonstrata) uit 1901.

Kline vermeldt in zijn laatste paragraaf: “It will be evident to readers familiar with the Spinoza literature that my interpretation of the infinity of the attributes is indepted to a suggestion put forward by H.H. Joachim in 1901. According to Joachim, the term ‘infinite’, as applied to attributes, means ’complete’: ’each Attribute is “infinite” in suo genere: it is in itself the full, all-inclusive expression of that character of Reality wich it is.” [p. 23] Substance, Joachim claims, is infinite in the sense of complete, all-inclusive, and self-contained; Spinoza’s God includes ‘all Attributes’. His nature is “absolutely complete [i.e. infinitum I], includes all [infinita II] essential positive forms of being, and cannot be conceived as in any way limited.” [p. 28, 41] [de notities tussen hoekige haken verwijzen naar Klines eigen toelichting [cf. blog].

Wikipedia leert ons over Joachim: “was a British idealist philosopher. A disciple of Francis Herbert Bradley, whose posthumous papers he edited, Joachim is now identified with the later days of the British Idealist movement. He is generally credited with the definitive formulation of the coherence theory of truth, in his book The Nature of Truth (1906). He was also a scholar of Aristotle and Spinoza.” [Cf.] Hij schreef  zoals gezegd:

Harold H. Joachim, A Study of the Ethics of Spinoza (Ethica Ordine Geometrico Demonstrata). Clarendon Press, 1901 [is bij. archive.org in te zien]
Cf. review door J. ELLIS McTAGGART, in: International Journal of Ethics, Vol. 12, No. 4 (Jul., 1902), pp. 517-520 [PDF

Eerder had hij een studie geschreven over Spinoza's Tractatus de Intellectus Emendatione, maar die verscheen postuum in 1940.

Een interessante studie schreef Parkinson in 1993 die opgenomen werd in de reader van Lloyd:

G.H.R. Parkinson, "Spinoza and British Idialism: The Case of H.H. Joachim." in: Genevieve Lloyd (Ed.), Spinoza: The reception and influence of Spinoza's philosophy. Taylor & Francis, 2001. Bij books-google is deze grotendeels te lezen.

Interessant is de behandeling door Parkinson van de geschiedenis van het 19e eeuwse Spinoza revival in Engeland, waarin hij Joachim plaatst in de "Spinozist revival of the 1880's" (Frederick Pollock, James Martineau en John Caird) die samenhing met een behoefte om de religie te verdedigen – om zoals Spinoza deed, zowel de bijbel kritisch te benaderen, en toch ruimte te blijven zien voor religie. Parkison plaatst Joachim in die context en onder de ‘British Idialists’. Hij citeert een passage waarin Joachim zijn overtuiging verwoordt dat er ‘een geheel’ moet zijn (ik vul hier het citaat aan waar Parkinson een zin weglaat): 

"Now take any thing which is - start from any existent fact you please - from any piece of experience, however trivial and thin its content: and think out all that its being involves. If you do so, the 'thing's' reality will expand in your hands; more and more will force itself into its being. Or, indeed, the thing and its being will dissolve, until you find yourself ultimately forced to conceive (as that which you are really experiencing) the whole nature of things; until you are compelled to realize that the experience with which you started was a fragment and a fragment which involved as its context the whole. The contingency and the finiteness (or defective reality) with which you started must (in the attempt fully to experience it) vanish: and in its place you will have the self-conditioned necessity and the complete or infinite reality, which Spinoza calls God." [p. 52-3]

Parkinson vindt dit een typische idealistische manier van redeneren en vraagt zich af of Spinoza aldus dacht. Hij laat duidelijk zien dat Joachim sterk beïnvloed was door Hegel, hoewel hij zich niet als een onkritische Hegel-adept opstelde. Zo  vond hij, mét Hegel naar wie hij overigens niet verwijst, dat de individuele dingen bij Spinoza uiteindelijk niet meer dan illusie zijn en oplossen in de ene substantie.  

_______________

Portret is uitsnede uit grotere foto van hier