Hendrik van Bronckhorst (1636 - 1678) maakte deel uit van de kring rond Spinoza

Na het blog van gisteren over de arts Hendrik van Bronckhorst (1636-1678), een galenistische mennoniet, arts en een vriend van Spinoza, ontving ik van Frank Mertens per omgaande onderstaande informatie over Van Bronckhorst, over wie hij ook uitgebreid schreef in het hoofdstuk “Radicale Verlichting en Reformatie: de kring rond Spinoza en Van den Enden” dat hij bijdroeg aan Danny Praet (Red.), Protestantisme. Aspecten van de Reformatie tussen Humanisme en Verlichting. Gent, Academia Press, 2014, (o.a. pp. 131-132).

De volgende korte biografische schets over Van Bronckhorst is geheel van de hand van Frank Mertens, die hiermee als het ware een gastblog voor zijn rekening nam, waarvoor ik hem zeer erkentelijk ben. Na zijn bijdrage voeg ik ter aanvulling twee citaten toe uit zijn bovengenoemde hoofdstuk, waarop hij me wees en dat hij me toezond. Hiermee is nu op internet heel wat meer informatie over Hendrik van Bronckhorst beschikbaar dan ik gisteren kon vinden. 

Hendrick van Bronckhorst (ook geschreven ‘Bronchorst’, ‘Bronkhorst’, enz.) werd op 12 maart 1636 te Amsterdam geboren als zoon van Hendrick van Bronckhorst (1611-1654) en Marritgen Conincx (1613-1691). Hij werd samen met zijn broer Jan van Bronckhorst (1640-1693) op 5 oktober 1659 gedoopt bij de Vlaamse doopsgezinde gemeente van Het Lam met als getuigen zijn moeder, ‘Martien Conincx’ en zijn half-oom Jan van Bronckhorst (ca. 1617-na 1674). Bij deze doopinschrijving staat in de marge aangetekend “Dr Hend[rick] van Bronkhorst sijnde aangesproken over argelijk leven heeft sijn afscheid genomen vande gemeinte dat hem toegestaen is a° 1677” (hierover verder meer). Op 15 april 1654 werd hij te Leiden ingeschreven in de geneeskunde en op 1 november 1657 schreef hij zich opnieuw in, wederom in de geneeskunde, om op 12 maart 1658 te promoveren met een dissertatie De apoplexia (datzelfde jaar uitgegeven te Leiden door Franciscus Moyaert, niet opgenomen in de STCN, maar wel aanwezig in de Universiteitsbibliotheek van Leiden). Kort daarna liet hij zich te Amsterdam inschrijven in de Series nominum doctorum van het Collegium medicum, wat er op wijst dat hij van plan was om de geneeskunde in die stad uit te oefenen. Op 22 juni 1659 huwde hij te Amsterdam Geertruyd Simons (°ca. 1629), die hem in 1660 een zoon, Simon, schonk. Geertruyd Simons stierf kort na haar huwelijk, mogelijk ten gevolge van complicaties bij de geboorte van haar enige zoon, en op 6 februari 1661 hertrouwde Hendrick met Marrietje van der Kerck (°ca.1629), een schoonzus van de bekende remonstrantse theoloog Philippus van Limborch (1633-1712). Ook deze vrouw stierf blijkbaar vrij snel na haar huwelijk, dat voor zover nagegaan kan worden kinderloos bleef, en op 18 maart 1663 stapte Van Bronckhorst een derde maal in het huwelijksbootje, ditmaal met Aafje Agges (ca.1627-1680), die verwant was aan o.a. Reinier van Diephout (1641-1686), een lid van Nil volentibus arduum, aan de bekende collegiant Jacob Linnich (c.1634-1691) en aan Ameldonck Block (ca.1651-1702), bekend als vertaler van werken van Ehrenfried Walther von Tschirnhaus (1651-1708) en Nicolaes Hartsoecker (1656-1725). Uit dit laatste huwelijk stamden ten minste twee kinderen, Hendrick en Aafje (of Eva), die beiden toe zouden treden tot de gereformeerde kerk. Zoon Hendrick van Bronckhorst (1663-1730) zou in de voetsporen treden van zijn vader en werd geneesheer en uiteindelijk ook inspecteur van het Collegium Medicum en werd in 1724 afgebeeld op een groepsportret van dit college door Cornelis Troost (1696-1750).

Hendrick van Bronckhorst was een van de voorvechters van de galenistische of collegiantse strekking binnen de Vlaamse doopsgezinde gemeente van Amsterdam en werd in 1663 aangesteld als een van de personen die de financiële middelen van de gemeente moesten controleren. Zijn naam duikt dan ook regelmatig op in de pamfletten uit de Lammerenstrijd, zo bv. in het anonieme Goliadts Swaart (1664), een aanval op de verdedigschriften van Pieter Cornelisz Balling (†1664). Van Bronckhorst zelf droeg ook een tweetal pamfletten bij aan deze polemiek, Aanmerkingen op de soo-genaamde Vrede-Præsentatie (1664) and Waerschouvvinge voor het soo-genaemde Oog-water (1664) beide uitgegeven door Rieuwertsz, waarin hij Balling verdedigt tegen zijn anonieme opponenten. In de loop der jaren ging het met Van Bronckhorst blijkbaar bergaf, waarschijnlijk ten gevolge van een ernstige alcoholverslaving. In een anoniem pamflet uit de zogeheten ‘doctorenstrijd’, De Onschult of Zamenspraak tusschen de geesten van Imandt en Niemandt (1677/8), wordt hij bv. vermeld met bijnamen als ‘Dr. Vinday’ (vin d’ay was een bekende wijn uit de Champagnestreek) of ‘D. Dronckvorst’, en wordt uitgebreid ingegaan op zijn drankmisbruik. Van Bronckhorst was kort daarvoor, op 11 september 1675, bankroet verklaard, waarbij o.a. Jarich Jelles (c.1619-1683) als curator van de failliete boedel werd aangesteld. In de zomer van 1677 werd hij meermaals op het matje geroepen door de doopsgezinde leraars, maar hij was duidelijk niet geneigd in te gaan op hun vermaningen en deelde hen mee “geen zielsorgers of pousen van nooden te hebben, dat hij soo veele wilde eeten en drincken als hij selfs v[er]stont”. Na enkele vruchteloze pogingen om hem met de gemeente te verzoenen verzocht Van Bronckhorst zelf “dat hij niet langer wilde voor broeder erkend wesen” en op 15 augustus 1677 werd deze breuk formeel bevestigd. Ongeveer een half jaar later, op 2 februari 1678, overleed Hendrick van Bronckhorst en op 7 februari werd zijn stoffelijk overschot overgebracht van zijn huis De Notenboom op de Warmoesgracht om begraven te worden in de Noorderkerk.

                                              * * *  

Ter aanvulling twee alinea's uit Frank Mertens' “Radicale Verlichting en Reformatie: de kring rond Spinoza en Van den Enden”:

   

"De eerder genoemde vertaler van enkele van Spinoza’s werken, Pieter Balling, schreef zelf eveneens enkele door Rieuwertsz uitgegeven werken die de galenistische factie verdedigden, werken waarin de invloed van Van den Endens politieke denken onmiskenbaar is en waarin ook geciteerd wordt uit de Politike Weeg-schaal (1662) van de gebroeders De la Court. Soortgelijke werkjes, die bovendien uitdrukkelijk verwezen naar Ballings Apologieën, werden vervaardigd door de arts Hendrik van Bronckhorst (1636-1678), alweer een galenistische mennoniet, en een vriend van Spinoza.* Van Bronckhorst, die in maart 1663 nog werd genoemd als één van de personen die door de galenisten geautoriseerd was de financiële middelen van de doopsgezinde gemeente te controleren, besloot in 1677 de gemeente te verlaten nadat hij de predikanten die hem berispt hadden omwille van zijn ‘argerlijk leven’ meedeelde “geen zielsorgers of pousen van nooden te hebben”. Van Bronckhorst had overigens geneeskunde gestudeerd te Leiden op een moment dat heel wat van Spinoza’s vrienden en correspondenten aan diezelfde universiteit studeerden, en het is niet onwaarschijnlijk dat een aantal contacten daar gelegd werd, in een periode dat het cartesianisme er zeer invloedrijk was.  [p. 131]

[..]

Zo studeerden te Leiden in ongeveer dezelfde periode als Van Bronckhorst, Hudde, Bouwmeester, Vallan, Van Berckel en Meyer ook de doopsgezinde arts Antonius van Dale (1638-1708), auteur van werken waarin de vrijheid van spreken verdedigd wordt en het geloof in de duivel bestreden, de lutherse (en later katholieke) arts Theodoor Kerckrinck (1638-1693), de uit een sociniaans gezin afkomstige remonstrantse (en later doopsgezinde) arts Johannes Crellius (ca. 1628-1684), enz. Overigens zouden ook in later jaren opvallend veel van Spinoza’s contacten de Leidse universiteit bevolken: zo bijvoorbeeld de gereformeerde Johannes Casearius (1644-1677), de lutherse Nicolaus Steno (1638-1686), de doopsgezinde Burchardus de Volder (1643-1709), de gereformeerde Pieter van Gent, de remonstrant Georg Hermann Schuller, en de waarschijnlijk lutherse Ehrenfried Walther von Tschirnhaus (1651-1708). [p. 133]

 

*) [noot 65] Van Bronckhorst wordt door Spinoza vermeld in een brief uit 1673 aan Jarich Jelles en hij schreef ook een gedicht dat toegevoegd werd aan Ballings Nederlandse vertaling van Spinoza’s Renatus Des Cartes Beginzelen der wysbegeerte (1664). Spinoza (1977a), p. 307 en Spinoza (1925), p. 615. Van Bronckhorsts bijdragen aan de Lammerenkrijgh: Van Bronckhorst (1664) en Anoniem (1664b); het auteurschap van dit anonieme werkje wordt bevestigd in de Waerschouvvinge. 

 

 

Cornelis Troost, De inspecteurs van het Collegium Medicum te Amsterdam (1724). (Zoon) Hendrick van Bronckhorst (1663-1730) staat helemaal links afgebeeld. Vervolgens: Jeronimo de Bosch, Daniël van Buren, Martinus Haesbaert, Casparus Commelin en Joost ter Pelkwijk. [Rijksmuseum cf.]

 

Reacties

Bravo voor deze post.