Hendrik Wyermars (± 1685 - na 1749) 300 jaar martelaar wegens 'Spinozisterey' - VI

Dit wordt (waarschijnlijk?/voorlopig?) het laatste blog over deze “martelaar van het radicale denken” (Jonathan Israel, Radicale Verlichting, blz 357). Het gaat over de betekenis van Wyermars. Heeft hij enig effect gehad? Hebben zijn ideeën binnen het Spinozisme enige invloed uitgeoefend? Nee, nihil, niets! Er kraaide geen haan naar. Er was indertijd en er is nog steeds geen behoefte aan een “Tractatus de emendatione Spinozae” als deze (nog eenmaal de titel in z’n volle omvang):

Den ingebeelde Chaos, en gewaande werels-wording der Oude, en hedendaagze Wysgeeren, veridelt en weerlegt, Byzonder de gevoelens hier omtrent, van T. Lucretius Carus en Dirk Santvoort. Betoonende datze de beginzelen des Werelt, dat is, wording van Zon, Maan, Aardkloot, enz. volgens hun eygen gronden, niet wel afgeleyd en betoogt hebben. Met een verstandige verklaring wegens Gods Inblyvende, en Overgaande werking. Door Hendrik Wyermars, t’ Amsterdam, by Wybrand Alexanders, Boekverkooper in den Lange brug-steeg aan ’t Rockin, 1710  

In Nederland heeft dit boek geen enkele invloed gehad (“lijkt in Nederland weinig of geen invloed te hebben gehad”, schrijft Wielema m.i. overdreven voorzichtig). Tegenstanders of medestanders waren hier nimmer te bekennen. Het boek werd nergens besproken – er werd niet op ingegaan of tegenin gegaan. In geen van de geleerdentijdschriften of bredere journalistieke cultuurbladen is er aandacht aan gegeven. Hij werd miskend en totaal vergeten. Vandenbossche’s artikel was – meer dan 250 jaar na de feiten – het eerste dat aan deze Spinozist en vrijdenker gewijd werd. Maar ook sindsdien bleef het stil en is in de meeste boeken en conferentiebundels zijn naam niet te vinden of wordt niet meer dan zijn naam vermeld zoals

Winfried Schröder: "...Spinozam tota armenta in Belgio sequi ducem": the reception of the early Dutch Spinozists in Germany [In: Wiep van Bunge, W. N. A. Klever (Eds.): Disguised and overt Spinozism around 1700: papers presented at the international colloquium, held at Rotterdam, 5-8 October, 1994, BRILL, 1996]  vermeldt de naam van Wyermars eenmaal in deze passage:

“For historians of 17th and 18th century philosophy, the most interesting figures among the disciples of Spinoza might be authors like Abraham Cuffeler, who had congenial understanding of Spinoza's system, or scientists like Herman Boerhave. These - in a strict sense - philosophical Spinozists, like Cuffeler, Wyermars, Deurhoff, and even Koerbagh, were attentively read in Germany.” [blz 158) [zie bij books.google]. Dat was het dan.

Zo heeft Steven de Joode, om een ander voorbeeld te noemen, in zijn uitvoerige Bibliografie van de polemiek rond Van Leenhofs Den hemel op aarden, geen Wyermars’ Den ingebeelde Chaos opgenomen, hoewel die in zijn boek ook op Van Leenhof ingaat. [zie PDF]

Alleen Michiel Wielema schreef na Vandenbossche nog over Wyermars en kwam met belangrijke nieuw ontdekte feiten (zie het 3e blog). Maar aan Wyermars ideeën wijdde ook hij geen woord.

 

Het schrijnendst is wel dat Den inbeleede chaos nooit in een herdruk met toelichting en commentaar is (her)uitgegeven. Het boek is slechts te raadplegen in een enkele bijzondere bibliotheekcollectie. Wat Vandenbossche aan citaten uit Wyermars boek heeft laten zien, geeft de indruk dat we hier van doen hebben met een scherpzinnig lezer, een die heel goed de kwesties begreep waar het om ging en die op basis van zelf-denken met oplossingen en commentaar kwam. Het is een schande, niet alleen dat het Amsterdamse stadsbestuur Hendrik Wyermars  driehonderd jaar geleden uiterst zwaar vervolgde en monddood maakte, maar ook dat Spinozisten sindsdien hem niet enig leven teruggegeven hebben, maar eveneens hebben doodgezwegen.

En dat is alleen de Nederlandse Spinozisten te verwijten. Het Franse en Engelstalige buitenland kent hooguit alleen zijn naam, al was het maar doordat Jonathan Israel in Radical Enlightenment en Enlightenment Contested over Wyermars schreef. Er bestaat geen Engelse vertaling van Den ingebeelde chaos. Van Adriaen Koerbaghs Een ligt Schijnende in Duystere Plaatsen (1668), tot heden ook niet, maar daaraan wordt momenteel iets gedaan door Michiel Wielema van wie nog dit jaar bij Brill een Engelse vertaling, A Light Shining in Dark Places, zal verschijnen. Ik neem aan dat het een tweetalige uitgave zal worden, zodat het ook de eerste, niet meer verkrijgbare, uitgave ervan uit 1974 van Vandenbossche kan opvolgen. Ik hoop dat Wielema het uitbrengen van Den ingebeelde chaos eenzelfde behandeling wil geven. Is het niet iets voor het Amsterdamse gemeentebestuur om – bijvoorbeeld in het kader van een herdenking van de schandalige veroordeling van 300 jaar geleden – gelden te voteren voor een dergelijk goedmaak-project?

Duitsland is een uitzondering. Daar kreeg Wyermars enige bekendheid, zij het dan vooral uit het oogpunt van bestrijding. Christoph August Heuman (1681 – 1764) wijdde in Acta philosophurum in 1716 een uitvoerige bespreking van wel 25 bladzijden aan een bestrijding van het boek van 'Henricus Wirmarsius', waaruit deze duidelijk als crypto-Spinozist naar voren kwam. Hij omschreef hem als “ein Schaff von der räudigen Heerde (schurfterige kudde) der Spinozisten (deren es in Holland ziemlich viele giebet) …”, geciteerd door H.J. Siebrand, waaraan J. Israel toevoegt  … “en die de articulos fundamentales van de menselijke wijsheid wil vernietigen.”

Volgens Jonathan Israel zou Wyermars al lang zonder een spoor na te laten verdwenen zijn “indien de overijverige Heuman hem niet van de vergetelheid had gered. Het publiek moest volgens hem worden gewaarschuwd.“ (Verlichting onder vuur, blz. 585)

Hubert Vandenbossche heeft in zijn artikel uitvoerig laten zien dat Heumann Wyermars’ boek goed heeft samengevat. Dat werd trouwens eerder al in zekere zin bevestigd door Annaeus Ypey en Isaac Johannes Dermout, die in hun Geschiedenis der Nederlandsche hervormde kerk, [Volume 3. Bij F. W. Holingerus Pijpers, Breda, 1824] over Wyermars hadden geschreven in het spoor van Neumann en toen ze later over een exemplaar van Den ingebeelde chaos beschikten vonden dat ze niets meer aan hun commentaar hoefden te veranderen (“sedert het zeldzame geschrift van dezen man in eigendom bekomen hebbende zien wij dat de naam is HENDRIK WYERMARS. Ook bevinden wij nu dat wij op het gezag van gemelde geleerden het geschrift hier wel beoordeeld hebben.”

(Zie hier bij books.google). Merk op: tóch een vermelding in 1824!

Gedurende de 50 jaar na Heumanns omvangrijke bestrijding werd daaruit geput door diverse Duitse theologen en in enkele Duitstalige naslagwerken: Lösscher, Reimann (sprak van een "Librum pestilentissimum"), Walch, Lilienthal, Ludovici, Brücker, J.H. Zedler (noemt Wyermars in 1744 als een der veertien auteurs die van de ‘Spinozisterey’ een gevaarlijk invloedrijke stroming in de filosofie hebben gemaakt), Trinius. Alleen S.J. Baumgarten las voor zijn commentaar in 1750 zelf Den ingebeelde chaos. Ik kan aan deze namen en publicaties die Vandenbossche noemt nog toevoegen:

Christian Ernst von Windheim: Bemühungen der Weltweisen: vom Jahr 1700 bis 1750, Fünfte Band, 1753 [books.google]

 

Na 1760 werd het oorverdovend stil.

A. van der Linde herontdekte Wyermars boek dat hij opnam in zijn beroemde Spinoza-bibliografie  van 1871 (die hier op internet te raadplegen is). Maar in zijn 1862-dissertatie over de vroegste invloeden van Spinoza in Nederland besteedde hij er geen aandacht aan.

Tot zover op dit Spinoza-weblog over de ijverige student van diens werken, de zwaar vervolgde Hendrik Wyermars. Ik hoop dat het iets uithaalt en dat er meer interesse gaat komen voor deze bekwame autodidact die op 25-jarige leeftijd een proeve van goed denken uitgaf die hem slachtoffer maakte van de niet bestaande maar O zo hoog geroemde tolerantie van de Nederlandse Republiek die hem noodlottig werd.

Bronnen

Hubert Vandenbossche: "Hendrik Wyermars’ Ingebeelde chaos (1710): een “Tractatus de emendatione Spinozae”." In: Tijdschrift voor de Studie van de Verlichting, jg 2, 1974, 3-4,  blz. 321-369

Michiel Wielema, 'Hendrik Wyermars (c. 1685-na 1749). Een "sodomitische rasphuys ongodist". In: Anna de Haas (red.), Achter slot en grendel. Schrijvers in Nederlandse gevangenschap 1700-1800. Walburg Pers/Stichting Jacob Campo Weyerman, Zutphen, 2002

M. R. Wielema: The march of the libertines: Spinozists and the Dutch Reformed Church (1660-1750). Uitgeverij Verloren (Volume 2 van Studies in Dutch religious history), 2004 [books.google]

Maarten Gaillard: "De zaak Wyermars of: de ingebeelde tolerantie in de Republiek?" In: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, Jaargang 21, nummer 1, april 1998, blz. 1-8. [DBNL]

Jonathan Israel: "Religious toleration and radical philosophy in the later Dutch Golden Age (1668-1710)." In: R. Po-chia Hsia, Henk F. K. van Nierop (Eds.) Calvinism and religious toleration in the Dutch Golden Age. Cambridge University Press, 2002,  p. 148-158 [books.google]

Jonathan I. Israel: Radicale Verlichting. Hoe radicale Nederlandse denkers het gezicht van onze cultuur voorgoed veranderden. Uitgeverij Van Wijnen, 2005

Jonathan I. Israel: Verlichting onder vuur. Uitgeverij Van Wijnen, 2010

R.H. (Rienk) Vermij schijnt in zijn dissertatie, Secularisering en natuurwetenschap in de zeventiende en achttiende eeuw: Bernard Nieuwetijd, [Amsterdam, 1991] ook over Hendrik Wyermars te hebben geschreven. (Ik noteer dat voor de volledigheid)

R.H. Vermij, “Bernard Nieuwentijt en de physico-theologie.” In: Documentatieblad werkgroep Achttiende eeuw. Jaargang 1988 [DBNL] Daarin over Wyermars.

[Afbeelding van Den ingebeelde chaos uit het artikel van Michiel Wielema]