Het Spinoza-nummer van Filosofie

Vandaag ontving ik de Spinoza-special van het tweemaan-delijkse Nederlands-Vlaams tijdschrift Filosofie. Ik had gedacht dat het vorige week al verzonden zou zijn, en vreesde al dat ik als nieuwe abonnee vergeten was… maar dat is niet zo en het is er nu. En ik liet er alles waar ik mee bezig was voor liggen om met belangstelling het nummer in mij op te nemen. Terwijl nu al zo´n drie kwartier toeterende auto´s door mijn straat lawaaien en de studenten van het studentencafé die samen naar de halve finale keken hun vreugde blíjven uitschreeuwen dat Nederland door is naar de finale, zet ik mijn lees-impressies van hedenmiddag in dit blog.

Het nummer telt vijf artikelen over Spinoza en verder nog enige artikelen en de normale stuff van het blad.

â—Ź Het openingsartikel is van dr. Henri Krop, Spinoza, leven en werk. Het accent ligt daarin op de biografie van Spinoza, terwijl het laatste deel, Waarom Spinoza lezen? een impressie wil geven van het nieuwe van wetenschap en filosofie in de zeventiende eeuw. En daar typeert hij het hart van Spinoza’s denken als behorend tot de oude filosofie. Het artikel viel me uiteindelijk wat tegen. Ik proefde geen werkelijke affiniteit met Spinoza. Wat er nou zo bijzonder en nieuw aan Spinoza is, waardoor we hem nog steeds bestuderen, komt er niet in naar voren. Het lijkt bij hem allemaal een beetje van het oude en hetzelfde. Vanuit een andere verwachting op dit punt is het een tikkeltje tegenvallend en lijkt het soms wat oppervlakkig. Jammer.

â—Ź Een heel stuk boeiender om te lezen, het beste van de vijf stukken wat mij betreft, is van Dr. Paul Juffermans, Spinoza: een anomalie in de Westerse filosofie? Hij geeft wel een heel duidelijke schets van het bijzondere van Spinoza. Ook hij vermeldt dat voor wat het gebruik van begrippen betreft, Spinoza’s stijl van filosoferen behoudend en conventioneel genoemd kan worden. Maar hij is het niet eens met de - wel aardig gevonden maar niet toepassende - typering door Wolfson van Spinoza als “de laatste grote scholasticus in de geschiedenis van de Westerse filosofie.” Hij laat zien hoe Spinoza een heel nieuwe denkorde bracht en de eerste was voor wie deze werkelijkheid de enige bestaande is, waarbuiten geen bovennatuur bestaat. Hoe voor Spinoza de natuur een door en door begrijpelijke oneindige werkelijkheid is. Hoe bij Spinoza alle echte weten, het hebben van adequate kennis van de bijzondere dingen, ook kennis van God is: hoe de wetenschap (ook als wetenschappers het zelf niet in de gaten hebben) pas de echte theologie is. Hoe de mens niet buiten deze natuur staat (geen staat in de staat is) maar door-en-door onderdeel van deze natuur uitmaakt, waarbij voor Spinoza het ik of subject niet centraal staat (zoals bij Descartes en latere filosofen). Hij beschrijft tenslotte de eigen weg tot gelukzaligheid of heil zoals Spinoza die in zijn gedragsleer schetst. Daarbij heeft Juffermans het over een ‘transformatie van de menselijke natuur’ waarbij naar een nieuwe verhouding tussen rede en passionaliteit wordt gestreefd. Dat kwam mij tamelijk nieuw over - dus daar ga ik nog eens op studeren? Ik houd het er maar op dat ‘transformatie van de menselijke natuur’ niet voor niets tussen aanhalingstekens staat, dus ‘alsof’ is. Nogmaals gezegd: een voortreffelijk artikel – een aanrader.

â—Ź Dan volgt het artikel van Prof. dr. Herman De Dijn, Ethiek als geneeskunde van de geest (EVP1-20). Maar daarmee is iets merkwaardigs aan de hand: het staat al enige jaren met de aantekening ‘licht gemodificeerde Duitse vertaling’ van “Ethik als Heilkunde des Geistes (5 p1-5 p20)[in: Michael Hampe & Robert Schnepf (hrg.), Baruch de Spinoza. Ethik in geometrischen Ordnung dargestellt. Berlin, Akademie Verlag, 2006, p. 267-282.] op zijn website. Er is op zich niets mis met het opnieuw uitbrengen van een artikel. Dat wordt er inhoudelijk niet minder van. Maar waarom wordt niet meegedeeld dat het een herpublicatie betreft? Ook is vreemd dat zijn enige boek in het Nederlands dat vorig jaar uitkwam, Spinoza, de doornen en de roos, niet bij de auteursinformatie wordt genoemd.
En ook merkwaardig en eigenlijk onacceptabel voor een blad als Filosofie, is dat De Dijn er kennelijk vanuit gaat dat zijn lezers Latijn verstaan. Veel Latijnse citaten worden onvertaald gegeven. Dat paste wellicht in dat hoofdstuk van het in 2006 bij Duitse Akademie Verlag uitgegeven boek, maar dit tijdschrift is zeker geen blad voor louter professionals. De Dijns artikel is al met al behoorlijk zware kost. Het is gecomprimeerd en niet lekker vlot geschreven en daardoor lang niet zo helder leesbaar als dat van Juffermans.

â—Ź Ook het artikel van Jeroen Bartels, Notities bij het vijfde deel van Spinoza’s Ethica, betreft de nader uitgewerkte tekst van de lezing die hij 17 april 2010 voor de voorjaarscursus van de Vereniging Het Spinozahuis in het Spinozalyceum te Amsterdam heeft gehouden. Ook hier geldt: uiteraard geen bezwaar tegen, maar waarom dat er niet bij vermeld?

Ik vond het indertijd een goede lezing en heb zijn tekst met graagte weer herlezen. Hij beschrijft de drie soorten kennis (terecht) niet als stadia die je successievelijk achter je laat. Nee altijd blijf je ook op het eerste niveau kennis opdoen (indrukken opdoen via de zintuigen, dingen van horen zeggen te weten komen, dingen verbeelden).

In dit artikel spreekt hij veelvuldig over lichaam en geest, maar nergens zegt hij iets over wat Spinoza onder de geest verstaat. Zo geeft deze manier van spreken en schrijven een lezer die niet beter zou weten een zekere dualistische indruk. Hierover iets naders zeggen paste kennelijk niet in zijn artikel. Eén keer schrijft hij over “de menselijke geest, die het bewustzijn van dit lichaam is,” wat toch een beetje discutabele weergave is.

Op wel drie plaatsen gebruikt Bartels de term ‘homeostase’ waarmee we tegenwoordig het streven om in het bestaan te volharden zouden aanduiden. Deze term voegt echter geen begrip toe. Integendeel; je kunt je zelfs afvragen of ‘homeostase’ wel een juiste typering geeft van Spinoza’s conatus. Bij Spinoza gaat het om méér dan als ‘organisme het milieu intérieur constant te houden’ of ‘het vitale evenwicht te bewaren’ zoals ‘homeostase’ wel wordt omschreven. Spinoza heeft het ook over: sterker worden, vooruitgaan en tot groter of méér vermogen komen. Dus ik weet nog niet zo zeker of hier hetzelfde begrepen wordt.

Maar dit zijn kleine nootjes bij een artikel dat een interessant exposé biedt over de intuïtieve kennis.

â—Ź Tenslotte is er het artikel van de secretaris van de Vereniging Het Spinozahuis, Theo van der Werf, Het Spinozahuis in Rijnsburg en zijn bezoekers. Hij geeft geen schets van hoe het huis ontdekt en verworven is – daarover is al genoeg gepubliceerd. Ook schrijft hij niet over de renovatieperikelen. Hij schetst iets over de boekerij van Spinoza en vermeldt enige hoogwaardige bezoekers van het huisje en citeert uitvoerig uit de beschrijving van Carel Vosmaer van het bezoek dat hij samen met Berthold Auerbach op 5 september 1878 aan het huis bracht (nog voor het als museum was ingericht) en uit wat Menno ter Braak over zijn bezoek op zondag 26 mei 1935 schreef. De belangrijkste mededeling van het stuk is: “De heropening zal in het najaar 2010 plaatsvinden.”
Maar ja, er zijn wel vaker data genoemd…

Voor twee artikelen, die het nummer iets evenwichtiger hadden kunnen maken (met wat politieke filosofie), was geen plaats. Het betreft het artikel van dr. Wim Klever, Het koppelingsbeginsel. Politiek realisme van de Hollandse Verlichting; en van dr. Miriam van Reijen, Benedictus de Spinoza en Willem van Blijenberg. ‘De brieven van het kwaad’ ofwel een vriendschap die niet doorging. Deze artikelen zullen verschijnen in het volgende nummer dat als thema Politieke filosofie zal hebben.

Het is een goede opzet dat een blad als Filosofie zo ruim aandacht aan de filosofie van Spinoza besteedt. Op het stuk van De Dijn na, zijn het alle nogal voor een algemeen geïnteresseerd publiek geschreven stukken. Dat van Juffermans steekt er flink bovenuit, zowel inhoudelijk als qua leesbaarheid en het zou gebruikt kunnen worden als algemeen inleidend artikel voor wie meer over Spinoza willen weten.

Tot slot iets over de cover. Een op zich aardig ontwerp dat een remake lijkt van het affiche van de tentoonstelling Libertas Philosophandi van de Bibliotheca Philosophica Hermetica in 2008. Alleen jammer dat voor de achtergrond waartegen Spinoza Opera-portret werd geprojecteerd, één van zijn brieven aan Lodewijk Meijer uit 1665 over de PPC, niet een betere scan is gebruikt. Nu is een afbeelding van te weinig pixels vergroot. Spinoza´s schrift had iets fraaier mogen overkomen.

Voor bestelinformatie van het blad zie het blog van 29 juni 2010

Reacties

Er kan bij Spinoza geen sprake zijn van "het hebben van adequate kennis van de bijzondere dingen", zoals overeenkomstig dit verslag Juffermans zou beweren. Zie 2/29c of nog korter 1/33s1: "het verband der oorzaken ontgaat ons".Het 'echte weten', dat kennis van god is, bezitten wij voorzover wij ervaringsmatig worden GEDETERMINEERD om overeenkomsten,verschillen en tegenstellingen tussen de bijzondere dingen te zien (zie 2/29s). We hoeven daar niets voor te doen.
Ik sluit niet uit dat ik nog meer bezwaren heb tegen Juffermans' weergave van Spinoza, maar die bewaar ik voor leter, als ik het nummer van FILOSOFIE zelf kan inzien.

Nu, een dikke maand later, heb ik eindelijk gelegenheid om het Spinoza-nummer van FILOSOFIE in te zien. En, Stan, ik ben het volledig eens met alle nderdelen van je kritiek. Mijn impressie is zelfs nog veel negatiever dan de jouwe. Ik vind het gehalte van ALLE stukken, betreurenswaardig slecht: buitengewoon onzorgvuldig in formuleren, citeren en parafraseren. Alle manifesteren zij een grote afstand tot de originaliteit van de tekst en slaan ze daar een slag naar. Als papagaaien-geschrijf vertonen zij ook dezelfde grondfouten als de weinige auteurs waarop beroep wordt gedaan: Gueroult, Moreau, Macherey, Bartuschat.Bij Juffermans zie ik helemaal NIETS van het nieuwe en ongehoorde van Spinoza's positie (fysicalisme). Hij herkauwt de misvatting van De Dijn dat "voor een ongelovige als Spinoza het heil in de filosofie moest worden gezocht". Zonder argumenten (!) zet hij vraagtekens bij Israel's opvatting dat Spinoza een radicale en vroege voorloper van de Europese Verlichting is. Graag houdt hij ook vast aan de verouderde teggenstelling tussen het continentale rationalisme (van Spinoza) en het Engelse empirisme. DeDijn's artikel is zonder meer een janboel van ondoordachte gemeenplaatsen, een aaneenrijging van platitudes, waarvan elke op zijn minst driemaal wordt herhaald, alles bovendien neergeschreven in een slechte stijl, die menigmaal ook grammaticaal niet door de beugel kan. Ten slotte leest hij in Ethica 5 een pleidooi voor yoga! Hoe verzin je het! Bartels begrijpt niets van wat Spinoza met 'conatus' bedoelt en leest daar een soort Leibniziaans dynamisme in. Voor alle drie geldt dat zij geen jota hebben begrepen van Spinoza's geraffineerde en buitengewoon geniale epistemologie (Ethica 2) en daarom ook nauwelijks of helemaal niet een zinnig woord daaraan wijden.
Ik heb hun artikelen (dat van Krop wass al effectief afgedaan door Stan) alleen kunnen lezen met tranen in mijn ogen. Wat jammer dat onze grote Spinoza zo 'pseudo-professioneel' wordt verknald! Gelukkig kan ik eindigen met een vrolijke noot. Er staat toch een fantastisch artikel in dit Spinoza-nummer dat precies raakt wat Spinoza beoogt; en nog wel geschreven door een doctorandus. Het is dat van Michel Dijkstra overr "De geest van Boedha (sic!). Het leven en de leer van Mazu". [Meer verbreid is de spelling 'Ma Tsu']."De Weg hoeft niet beoefend te worden. Iedereen is ten diepste al een met de weg'. Als zijn leerlingen maar bleven suffen en dromen, kregen zij van Ma Tsu een flinke trap of een klap met de zweep. Die methode zou misschien opnieuw moeten worden toegepast.