Ibn Sina / Avicenna verdiepte het onderscheid tussen essentie en existentie

afbeelding van Ibn Sina / Avicenna uit 1271Vorige week bracht iemand een uitzending op Youtube van 10 September 2007 waarin Philosophy Bites een interview had met filosoof en kenner van antieke en Middeleeuwse, vooral Arabische filosofie, Peter Adamson over de Perzische filosoof en medicus Ibn Sina (980 - 1037) - in het westen nog steeds Avicenna genoemd. Het zou Ibn Sina geweest zijn die het onderscheid van Al-Farabi verder ontwikkelde dat het wezen van iets kennen of definiëren uiteraard nog niet iets zegt over het bestaan ervan. Van dat onderscheid tussen essentie en existentie maakt Spinoza ook veelvuldig gebruik. Niet alleen daarom vind ik het de moeite waard om het programma naar dit weblog te halen, maar vooral ook daar het voornamelijk gaat over het noodzakelijke bestaan van God en het intermediair noodzakelijke van de dingen – een argumentatie die later bij Spinoza terugkomt.

Hoor a.h.w. Spinoza...

Het overgaan van contingent naar noodzakelijk bestaan
Het bestaan van iets kan niet afgeleid of gekend worden uit de essentie van iets. Ook interacteren vorm en materie niet met elkaar en kan de materiële wereld niet voortkomen of gedacht worden uit vorm (het denken of de essentie ervan). Het bestaan van materiële dingen heeft veroorzaking (door een ander bestaand ding) nodig wat tot het noodzakelijk bestaan ervan leidt en dat tegelijk met z’n effect bestaat.

Modaliteiten
Ook de beschouwing over het onmogelijke, contingente en noodzakelijke treffen we bij Spinoza aan.
Zie hier een passage uit
en.wikipedia

“Avicenna’s consideration of the essence-attributes question may be elucidated in terms of his ontological analysis of the modalities of being; namely impossibility, contingency, and necessity. Avicenna argued that the impossible being is that which cannot exist, while the contingent in itself (mumkin bi-dhatihi) has the potentiality to be or not to be without entailing a contradiction. When actualized, the contingent becomes a ‘necessary existent due to what is other than itself’ (wajib al-wujud bi-ghayrihi). Thus, contingency-in-itself is potential beingness that could eventually be actualized by an external cause other than itself. The metaphysical structures of necessity and contingency are different. Necessary being due to itself (wajib al-wujud bi-dhatihi) is true in itself, while the contingent being is ‘false in itself’ and ‘true due to something else other than itself’. The necessary is the source of its own being without borrowed existence. It is what always exists.[48][49] The Necessary exists ‘due-to-Its-Self’, and has no quiddity/essence (mahiyya) other than existence (wujud). Furthermore, It is ‘One’ (wahid ahad)[50] since there cannot be more than one ‘Necessary-Existent-due-to-Itself’ without differentia (fasl) to distinguish them from each other. Yet, to require differentia entails that they exist ‘due-to-themselves’ as well as ‘due to what is other than themselves’; and this is contradictory. However, if no differentia distinguishes them from each other, then there is no sense in which these ‘Existents’ are not one and the same.[51] Avicenna adds that the ‘Necessary-Existent-due-to-Itself’ has no genus (jins), nor a definition (hadd), nor a counterpart (nadd), nor an opposite (did), and is detached (bari’) from matter (madda), quality (kayf), quantity (kam), place (ayn), situation (wad’), and time (waqt).”

Cf philosophy Bites