Inutilis scientia Spinozana [39] Gebruik van Spinoza? (Je kunt ook overdrijven)

Onlangs maakte de AAS weer het programma bekend van de komende reeks “Séminaire de recherche sur Spinoza” die aan de Sorbonne in Parijs gehouden worden en die al vele jaren georganiseerd worden door Chantal Jaquet, Pascal Sévérac, Ariel Suhamy.

Mij vielen i.h.b. twee thema’s op:

5 mars: Sophie Laveran: Penser le virtuel: une limite du spinozisme? Dit deed me denken aan een aantal blogs met veel reacties waarop ik iets van Spinoza trachtte te verduidelijken aan de hand van de notie virtueel. Ik zou best willen weten hoe dat thema door Sophie Laveran behandeld wordt.

Maar nog meer viel mij het volgende op. Ik zag nu voor het eerst dat de naam eigenlijk Maxime Rovère is en niet Maxime Rovere, zoals je meestal tegenkomt – ook op dit weblog. Maar het gaat me om de inhoud van de mededeling:

2 avril: Maxime Rovère: Les usages de Spinoza comme penseur et comme personnage par plusieurs romanciers contemporains: Irvin Yalom, David Liss et Matthew Stewart. [zie ook hier]

Dit bracht bij mij tot enige verbazing. David Liss? [Cf. wiki]

Ik denk dat daarvoor alleen diens The Coffee Trader [New York, Random House, 2003 – books.google] in aanmerking zou komen – een thriller die zich afspeelt in het Amsterdam van de 17e eeuw, in 1659 met name en wel binnen de Portugees-joodse gemeenschap; en het gaat over de nieuwe koffiehandel. Het boek is ook in het Nederlands vertaald, Handelaar in koffie [Luitingh-Sijthoff, 2003]. 

Omslag: Interieur met doorzicht naar gang en kamer van Samuel van Hoogstraten (ca. 1660), collectie Musée du Louvre.  

Maar in dat boek komt slechts éénmaal de naam van Spinoza voor en dan niet als personage. In het eerste hoofdstuk. Als hoofdpersoon Miguel Lienzo door de bazin van een taveerne het voorstel wordt gedaan om samen in de jonge koffiehandel te gaan, overweegt hij dat de mahamad hem in de ban zou kunnen doen, want een niet-jood  mag volgens de gestelde regels niet je zakenpartner zijn. Dan lezen we:

“Vroeger had Miguel zich smalend uitgelaten over de machteloze strafmaatregelen van het college, maar de mahamad was begonnen meer van zijn dreigementen uit te voeren. Hij stootte degenen die zijn willekeurige regels overtrad uit, zoals de woekeraar Alonzo Alferonda. Hij achtervolgde mensen, zoals de arme Bento Spinoza, die ketterse uitspraken had gedaan, zo vaag dat bijna niemand had begrepen dat zijn woorden ketterij waren. Maar bovendien had Miguel een vijand in het college, die ongetwijfeld zat te vlassen op ook maar een schim van een voorwendsel om toe te slaan.” [p. 20]

En dat was de enige keer dat alleen maar naar Spinoza verwezen werd. Verder komt hij niet meer in het boek voor, ook al worden in de bibliografie de biografieën van zowel Steven Nadler als Margareth Gullan-Whur genoemd. Die zijn kennelijk alleen voor hun contextbeschrijving gebruikt.

Kun je dat nu meenemen in “Les usages de Spinoza comme penseur et comme personnage”? Dat verbaast me. Ja, je kunt ook overdrijven. Bij een boek als dit kun je je juist erover verbazen dat Spinoza in het geheel geen enkele rol speelt, terwijl hij toch het nu meest bekende lid van die joods-Sefardische gemeenschap is geweest.

In een interview met hem zegt de auteur over dit boek:  “In this book I have a couple of passing references to historical figures, one to Spinoza and one more hidden toward Rembrandt. I think you have to know whom Rembrandt was, to get the references.”
En iets verderop zegt David Liss nog: “I actually did toy briefly with the idea of writing a novel with Spinoza at the center. Every time I started thinking about plot, I was like, "Then there is a scene where Spinoza fights the pirates or something." (both laugh) If I want to have my character fight pirates, I want to have freedom to have the kind of plot that works that I think is going to be an engaging novel to read. And still have it be plausible and I just can’t see Spinoza having sword fights with pirates.”  [
cf.]

Exit Spinoza.

Ik wens Maxime Rovère een goed, interessant college toe, maar hoop dat hij wat Liss betreft er niet teveel bij gaat verzinnen, want zo te zien valt die auteur echt niet binnen zijn thema.

____________

A review over The Coffee Trader

A STUDY GUIDE / Discussion Guide about The Coffee Trader by Steven Steinbock [cf. ]

Adam Sutcliffe, “Sephardic Amsterdam and the Myths of Jewish Modernity.” In: Jewish Quarterly Review;Summer2007, Vol. 97 Issue 3, p417
The article reviews several books including the "Rembrandt's Jews," by Steven Nadler, "The Coffee Trader," by David Liss and "Spinoza's Modernity: Mendelssohn, Lessing, and Heine," by Willi Goetschel.

Adam Sutcliffe, "Imagining Amsterdam - The Dutch Golden Age and the Origins of Jewish Modernity. In: Dan Diner, David B. Ruderman, Early Modern Culture and Haskalah. Vandenhoeck & Ruprecht, 2007 – books.google [Over David Liss op p. 87]

Documentatie over 17th Century Dutch Republic [Cf.]

Bij de 3e, goedkope, herdruk in 2005 kreeg het een nieuwe cover

           

--------------------------

Toevoeging 13 juli 2016

Uit de bespreking van 9 boeken door Adam Sutcliffe, "Sephardic Amsterdam and the Myths of Jewish Modernity” [in: The Jewish Quarterly Review, Vol. 97, No. 3 (Summer, 2007), pp. 417-437]

In David Liss’s historical novel The Coffee Trader, the evocation of seventeenth-century Amsterdam is explicitly fictional. Yet this fast-moving thriller is based on careful research: Liss includes a three-page bibliography of scholarly works consulted. His narrative, an addition to the under investigated emerging genre of the "port Jew novel," offers a revealing window into the cultural significance of this era in the collective historical imaginary of our own age. Liss transports us to Amsterdam, 1659, and into the life and world of Miguel Lienzo, a daring, libidinous, and likeable Sephardic merchant in urgent need of money to clear his debts. His pioneering foray into the new trade in coffee leads him into a thickening en tanglement of mystery and intrigue. The novel is inhabited by a vivid cast of characters, male and female, Jewish and non-Jewish, religious and renegade, bound together in a complex and shifting web of alliances and enmities: it is not clear until the final pages who has been manipulating whom. […] In The Coffee Trader nothing - and nobody - is quite what they seem. Dissimulation is the most valuable skill in the world of commodity speculation, and the Sephardim, especially those raised in Iberia, here hold a distinct advantage. Locked in an intricate conflict of commerce and honor with the powerful pamas Solomon Parido, a native of Salonika, Lienzo invokes his own Marrano background as a source of confidence: "He grew up a Jew; I grew up pretending to be a Catholic. In a war of deception, he can never hope to defeat me" (p. 107).

[…] the allure of Amsterdam and the city's significance as a crucible of modernity is based above all in the easy contact between Jews and non-Jews. Miguel is introduced to coffee by a feisty Dutch widow, Geertruid, who becomes his business associate. They first meet - not so plausibly - in a Dutch-owned kosher tavern near the Stock Exchange (p. 69). The boundary between the Sephardic and the Dutch worlds is here portrayed as extremely permeable: alliances of friendship, seduction, and also of manipulative deceit readily transcend the ethnic divide. The mischief and cunning that Liss blends into these relationships heighten his depiction of them as vigorously and refreshingly modern, shaped less by ethnic prejudices than by ambition and money.

The essence of The Coffee Trader is its multifaceted plot, the many twists of which are excellently executed. Liss also very effectively captures a compelling sense of place and weaves into his story much apt and convincing historical detail. There are, though, limits to this tale's historical credibility. The atmosphere of surveillance and suspicion is laid on rather thick: spies in the pay of the Mahamad lurk ubiquitously in the shadows. More significantly, Liss portrays relations between the Sephardim and the Dutch as so relaxed and familiar that there appears to be almost no cultural distance between the two groups. The Dutch Republic in the seventeenth century remained an intensely Calvinist society, while the Sephardim were steeped in their very different Iberian sensibility. The cultural significance of these differences, and the very particular early modern flavor of toleration in the Dutch Republic, play little role here.

Nonetheless, certain aspects of the complex identity of the Amsterdam Sephardim are very compellingly conveyed. It stretches credibility to believe that Miguel's wife, Hannah, did not learn of her Jewishness until the eve of her clandestine Jewish wedding in Lisbon. However, her surreptitious visits, together with her Dutch maid, to a Catholic attic church in Amsterdam sensitively capture the unstable, idiosyncratic, and hybrid religious sentiments of many Iberian migrants. Liss also eschews any sentimentalized representation of community solidarity: the fringe population of non-affiliated "semi-Jews" is vividly represented through the mysterious renegade figure Alonzo Alferoda, who plays a key role in the unfolding of the novel's plot. The commercial, cultural, and political modernity of this Amsterdam milieu underpins the familiar fascination of The Coffee Trader. The less recognizably modern aspects of Sephardic life are marginal to Liss's narrative, but they are not overlooked - and it is this that makes his novel most evocative from a historian’s perspective.