Jacob Verschoor (1648 – 1700) van Spinozisme beschuldigd, maar wellicht onbekend met Spinoza

Deze nooit tot het predikambt toegelaten godgeleerde uit Vlissingen, stichter van de sekte der "Verschooristen" of Hebreeërs, begin dit jaar tijdens de wintercursus van de Stichting Studie Nadere Reformatie (SSNR) te Veenendaal nog de “kwelgeest van de gereformeerde kerk op Walcheren” genoemd, was mij tot heden onbekend. Maar toen ik gisteren een kijkje nam op de EDBO, de Early Dutch Books Online, op ‘Spinoza’ en ‘Spinosa’ zocht, opende ik dit Vervolg op M. Noël Chomel. Algemeen huishoudelyk-, natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek [Zynde het VIII.(-XVI.) deel van het woordenboek. / By J.A. de Chalmot -negende deel, 1786] een boekdeel van 747 pagina’s op één waarvan de naam van Spinosa voorkomt, waarop het volgende is te lezen:

VERSCHOORISTEN, noemde men in de zeventiende eeuw eene Aanhang van dwaalende Christenen, die hunnen naam ontleent hebben van zekeren Jacob Verschoor, geboortig van Vlisingen, die in den jaare 1680, uit een verkeerd en ongeschikt mengzel der stellingen van Coccejus en Spinosa, een nieuw samenstel van Godgeleerdheid smeedde, even merkwaardig uit hoofde van deszelvs buitenspoorigheid als van wegens deszelvs Godloosheid. Zyne leerlingen en navolgers kreegen ook den naam van Hebreeuwen; ter oirzaake van den yver, met welke zy allen, zonder onderscheidt van jaaren of Sexe, zich bevlytigden in de Hebreeuwsche Taale.” [Bij EDBO]

Van Jacob Verschoor had ik, zoals gezegd, nog niet eerder gehoord. De twee Verlichtings-delen van Jonathan Israel hebben zijn naam niet. Verder zoeken gaf via books.google [ook bij EDBO] een vergelijkbaar bericht in Jacobus Kok: Vaderlandsch Woordenboek: Met Kaarten, Plaaten en Pourtraitten [T - V, Volume 29. Allart, 1793] Ook daarin 1x Spinosa. Jacob Verschoor zou de leer van den “godverzaakenden Benedictus de Spinosa” gevolgd hebben.

Veel is er op internet niet over hem te vinden. En wat er is betreft typeringen vanuit gereformeerd-christelijke hoek, zoals die welke ik boven al noemde. Zo trof ik in het “Overzicht van de gereformeerde kerk in 18e-eeuws Nederland” het volgende aan: “Tenslotte kan men in de 18e eeuw nog nieuwe, kleine stromingen onderscheiden: De hattemisten werden beschuldigt van antinomianisme en pantheïstische mystiek. Ze werden ook wel Verschooristen (naar Jacobus Verschoor) of Hebreërs genoemd. Ze werden door de overheid bestreden vanwege vermeende revolutionaire tendensen.” [hier]

Daarin worden de Verschooristen gelijkgesteld aan de Hattemisten (ten onrechte, zoals ik later zou merken). Dr. H. Visscher had een aantal stukken in het christelijke blad Troffel en Zwaard getiteld EENE BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS VAN JACOB VERSCHOOR, waarvan het eerste op internet is in te zien. Daarin niets over zijn eventuele interesse in Spinoza. [Archive.org]

Als Verschoor zich met Spinoza had bezig gehouden, moest zijn naam niet alleen - in verwerpelijke zin - in een christelijke omgeving vallen, maar mocht hij ook wel eens op een Spinozistisch weblog worden genoemd, vond ik. Alle reden dus om verder te zoeken. Het Biografisch woordenboek Van der A op historici.nl biedt het volgende lemma, waarin niets over mogelijke Spinoza-belangstelling:

VERSCHOORS (JACOB), in 1648 te Vlissingen geboren, studeerde te Leiden in de Theologie, onder Spanheim (de Jongere), die toen reeds gevaarlijke meeningen bij hem meende te ontdekken. Hoe dat zij, zeker is het dat hij zich met ijver op de godgeleerdheid toelegde, doch zich tevens van ouregtzinnigheid verdacht maakte en de klassis van Walcheren weigerde hem zijn proponents-examen af te nemen voor hij zijne dwaling herriep. Ook de klassis van Zuid-Beveland wees hem af. Nu begon hij oefeningen te houden. Aanzienlijke scharen woonden die oefeningen op het kasteel West-Souburg, waar hij zich gevestigd had, bij. Hij onderscheidde zich echter van andere oefenaars, daar hij ernstig op de beoefening der wetenschappen en het onderzoeken en bestudeeren van den Bijbel aandrong, waartoe hij tot het leeren van het Hebreeuwsch opwekte, van haar dat zijn aanhang den kenmerkenden naam Hebreen ontving ofschoon zij zelve liever die der zuivere gereformeerde kerk wilden genaamd worden. Hij schijnt aangenomen te hebben dat  men in de Hervormde kerk op sommige punten van de fondamenteele waarheid was afgeweken. Hij wilde zijne hoorders tot deze terug brengen. En hierbij vond, gelijk doorgaans, plaats dat overdrevene zucht voor regtzinnigheid tot overgroote onrechtzinnigheid voert. Zijne leer begon allengskens meer en meer de aandacht te trekken, vooral toen zich zijn aanhang begon uit te breiden, en toen zij in Zuid-Holland een krachtigen tegenstand bij de regeering vond, begonnen ook de staten van Zeeland zich de zaak aan te trekken. Er had den 1 Maart 1597 [sic, was 1697] te Middelburg ten huize van den burgemeester S. Voet tusschen de predikanten Schorer, Fruytiers en hem, Margaretha van Dijk en Theophylactus van Schoor plaats, tengevolge waarvan Verschoor tot zwijgen zou zijn gebracht. Hij zelf heeft een verslag van deze onderhandeling onder den titel van Conferentie in het licht gegeven.

Sedert dien tijd breidde zijn aanhang zich niet meer zoo voorspoedig uit. Deze gaf een werkje in het licht, onder den titel van Het opregte gereformeerde gevoelen van de vervolgden door de Classen van Walcheren. Verschoor overleed in 1700 en werd door zijn aanhangen met een zilveren penning vereerd. Zijne schriften zijn vereenigd uitgegeven.

Verzameling der Werkjes van den Heer Jacob Verschoor en eenige zijner discipelen. Amst. 1734. 4o. [p. 190-191]” [Van historici.nl]

En toen dacht ik aan het boek van Michiel Wielema, The March of the Libertines. Spinozists and the Dutch Reformed Church (1660-1750) [ Verloren, Hilversum, 2004] Ik had dit boek al een poos in huis, maar was aan lezen nog niet toegekomen. En laat nou het eerste hoofdstuk geheel aan hem en zijn beweging gewijd zijn: ‘Ennemies of God’s Law’. Jacobus Verschoor and the Hebrew movement [p. 19- 52].

Een informatief en interessant hoofdstuk, waarbij vooral gebruik werd gemaakt van de gereformeerd-kerkelijke archieven. Het gaat om een aantal mensen die duidelijk afweken van de orthodoxe hoofdlijn. Verschoor verzorgde Hebreeuwse lessen vanuit de overtuiging dat gelovigen de gelegenheid moeten hebben zelf de grondtekst van de Bijbel te lezen om niet afhankelijk te zijn van de officieel aangestelde predikanten. Dat sloeg aan. Daarnaast ontwikkelden ze een eigen kijk op de verzoeningsleer: door Christus’ dood zijn de zonden ‘betaald’ en zijn de gedoopte gelovigen definitief gered. Het is niet nodig om berouwvol aan het avondmaal deel te nemen, maar dat kan in blijheid - en bidden om deelhebben in de verlossing is ook niet nodig, want om wat je al hebt hoef je niet meer te bidden. Vooral wegens het feit dat ze veel nadruk legden op pedagogisch en didactisch verspreiden van hun leer in bijeenkomsten (conventikels) die ze hielden, vormden ze een bedreiging voor de openbare religie.

Uit de beschrijvingen die Wielema biedt, blijkt duidelijk dat het om onafhankelijke, geëmancipeerde personen ging, waaronder een aantal zelfbewuste vrouwen, onder wie vooral Grietje van Dijck bekend is geworden [zie hier]. In die zin hebben ze wellicht op hun manier bijgedragen aan de Verlichting.

Maar nergens in het hoofdstuk valt de naam van Spinoza (alleen 1x op blz 31 waar de “Spinozistische” volgelingen van Pontiaan van Hattem worden genoemd als de 'agitators' waarmee de kerkelijke autoriteiten van doen hadden, nadat de beweging van de Hebreeërs was geluwd). En opvallend is dat Wielema nergens aangeeft, waarom deze beweging, waaraan niets Spinozistisch is te bespeuren (althans daarover wordt geen enkele informatie gegeven), wordt behandeld in een boek dat toch als onderwerp heeft “de Spinozisten en de Nederlands Hervormde Kerk”. Dat draagt onuitgesproken bij aan de suggestie dat er ‘iets Spinozistisch’ kleefde aan die beweging.

Mijn indruk is dat Jacob Verschoor een fraai voorbeeld is van de behoefte bij vertegenwoordigers van de 'publieke kerk', de ‘orthodoxen’, om in hun ogen gevaarlijk afwijkenden in de leer maar gewoon van Spinozisme te beschuldigen. Als dit eenmaal is begonnen – de biografische woordenboeken schrijven elkaar over (dat gaat precies zo als tegenwoordig op internet) – is zo’n beeld, hoe onterecht ook, niet meer weg te krijgen. Michiel Wielema heeft daar op zijn beurt met dit inhoudelijk zeer interessante hoofdstuk aan bijgedragen. Alleen degene die er speciaal op let, ziet dat er helemaal niets Spinozistisch aan op te merken valt. Het gaat gewoon om gelovigen van een iets andere snit, die wellicht nog nooit van Spinoza gehoord hadden.

                                                * * *

Zie recensies van The March of the Libertines

Recensie in Trouw van 22 mei 2004 en in Historisch Huis waarin Han C. Vrielink dit 'spinozistisch vertrekpunt'  gewoon aanneemt.

Reacties

Mooi stukje research!