Jan Verplaetse, "Zonder vrije wil. Een filosofisch essay over verantwoordelijkheid"

Hoezo zou de waarheid niet radicaal kunnen zijn? Bekentenissen van een harde incompatibilist.  

Als die termen in de 17e eeuw al bestonden zou Spinoza een harde incompatibilist zijn geweest, iemand voor wie er geen vrije wil, geen schuld, en geen verantwoordelijkheid bestaat – dingen hadden niet anders kunnen lopen dan ze zijn gelopen, en mensen verwijten maken voor hoe het fout liep, heeft geen zin. *) Maar het heeft wellicht geen zin met terugwerkende kracht deze etiketten te plakken.

OmslagIk ga het hebben over dit boek van Jan Verplaetse: Zonder vrije wil. Een filosofisch essay over verantwoordelijkheid. Nieuwezijds, Amsterdam, 2011. In het blog waarin ik het aankondigde heb ik al gewezen op de verstandige wijziging van de titel.

Een fraaie samenvatting van waarover dit boek gaat, vindt je in zijn tekst "Leven zonder schuld en verantwoordelijkheid" waarvan de eerste alinea luidt:

"Een van de grootste misverstanden van het vrije wildebat is dat dit debat over de vrije wil gaat. Dat is niet zo. Het vrije wildebat gaat niet over de vrije wil, dat mysterieuze vermogen om vrij beslissingen te nemen. De vraag is niet of dat vermogen bestaat. Was het maar zo eenvoudig. De vraag is wat de gevolgen zijn van een onbestaande vrije wil. Wat indien de vrije wil niet bestaat? Is verantwoordelijkheid nog wel mogelijk? Kan je schuldig zijn? Heeft het zin om mensen verwijten te maken? Geloof je dat verantwoordelijkheid een vrije wil nodig heeft, dan kom je al gauw tot de radicale conclusie dat schuld en verdienste onmogelijk zijn in een wereld zonder vrije wil. Maar dan kun je niemand nog iets kwalijk nemen." [cf PDF]  

Het boek neemt een stevige positie in midden in het actuele vrije-wil-debat dat door de neurowetenschappelijke bevindingen bovenaan de agenda is geplaatst. Verplaetse, die veel in hun kringen verkeert, begint met enige recente van hun boeken onder uit de zak te geven. Zijn hoofdbezwaar is dat ze helemaal geen oog hebben voor de gevolgen van het niet bestaan van vrije wil en dus verantwoordelijkheid en daar nogal laconiek over doen. Maar goed, dat is ook hun terrein niet. Dat is wel het terrein van filosofen en daaraan gaat dit boek een flink steentje bijdragen.

Om meerdere reden sis het een buitengewoon zinvol en indrukwekkend boek. Volgens mij is het juist ook door Spinozisten te waarderen – niet daar er direct veel Spinoza in voorkomt, het tegendeel is het geval, maar daar het zich, vooral in de laatste twee hoofdstukken, bezighoudt met dezelfde vraagstukken, waar ook volgelingen van de filosofie van Spinoza voor staan en mee worstelen. De naam van Spinoza komt maar éénmaal voor en dan op die manier waarbij je je afvraagt waar Spinoza dat geschreven heeft. We lezen op blz. 24: “Er zijn ook niet veel filosofen die openlijk verkondigen dat verantwoordelijkheid niet bestaat. In het verleden deden Spinoza, Priestley en d’Holbach dat. Kant, Schopenhauer en Nietzsche gingen een flink eind, mee in de redenering, om uiteindelijk toch een andere positie te kiezen.” Ik zou niet weten waar Spinoza dit gezegd heeft, maar in de geest van Spinoza is het wel. En die geest van Spinoza is duidelijk in dit boek aanwezig. Bijvoorbeeld in een zin als: “Wereld en mens te aanschouwen vanuit het licht van de eeuwigheid bezorgt je bijna een mystieke ervaring. De vrije wil is een dankbaar filosofisch probleem.” (p. 22)

Maar daar schuilt meteen ’t praktische en sympathieke aspect van het boek. De auteur schroomt niet als het ware in z’n zolderstudeerkamer – ver van de bewoonde wereld - uiterst radicale stellingen te verdedigen en in een syllogistisch systeem onder te brengen. Maar hij is ook bereid toe te geven dat ’t nog niet eenvoudig is ook zelf zich er keihard achter op te stellen. Hij worstelt niet minder als iedereen die moeite heeft mee te gaan met opvattingen die tegen de gewone (gevoelsmatige) intuïtie indruisen. Het is één ding om als filosoof staalhard te bewijzen dat vrije wil en dus ook verantwoordelijkheid niet bestaan. Iets anders is om vanuit dat inzicht te leven en je weten te gedragen – maatschappelijk en persoonlijk. De schrijver doet dan ook zeer z’n best om te laten zien dat niet de hele wereld instort en dat er eigenlijk helemaal niet zoveel verandert: uiteraard blijven er maatregelen genomen worden om mensen in het gareel te houden en de maatschappij te beschermen. Maar dat is voor het laatste deel van het boek.

Het grootste deel van het boek gaat over het argumenteren en bewijzen dat we geen schuld dragen en niet verantwoordelijk zijn voor ons gedrag. En dat het goed zou zijn als we zouden leren ‘verwijtloos’ te leven. We kunnen nog wel idealen en plichten (‘verantwoordelijkheden’) hebben, maar als het fout loopt dragen we geen schuld, want we hadden niet anders kunnen doen dan we deden. Niet wij (zgn. ‘vrije wij’), maar het ‘causaal netwerk’ veroorzaakt de dingen. Verplaetse is door en door een harde incompatibilist.

Dat systematische deel is uiteraard het moeilijks en vergt het meest van de lezer. Verplaetse doet daar wat hij belooft: hij laat de lezer zien en ervaren wat het handwerk van de filosoof is. Een sterke vondst en een krachtige kapstok om het hele filosofische debat over de vrije wil aan op te hangen, is dat hij zijn filosofische positie (de verst gaande, die van het harde incompatibilisme) presenteert in de vorm van een syllogisme. Daarmee brengt hij de andere posities in één bouwwerk onder. Door de gehanteerde begrippen uit te leggen en de verschillende posities en argumenten met betrekking tot zijn premissen (hij heeft er drie nodig), is hij in staat de vele verschillende filosofische richtingen aan de orde te stellen en te laten zien welke gedachte-experimenten er zoals verzonnen zijn om redeneringen te onderbouwen of te ondergraven. En aldus krijgt hij de breed uitgewaaierde discussies in een overzichtelijk gareel. Dat is echt een gouden greep. Het heeft weinig zin het syllogisme hier uit te schrijven, daar ik dan ook de gehanteerde termen en méér zou moeten uitleggen en daarvoor teveel van het boek zou moeten navertellen.
Aan de rondleiding waarin Verplaetse je meeneemt langs de verschillende premissen en daarin gehanteerde begrippen, krijg je een indruk dat je het mijnenveld enigszins kunt overzien. Die indruk wordt wel weer enigszins onderuit gehaald (een kaart is immers niet het gebied) als je aan het eind de geselecteerde beredeneerde bibliografie langsloopt. En zeker helemaal aan het eind als je probeert de formele bewijsvoering van het syllogisme aan de hand van de symbolen gebruikende modale propositielogica te volgen. Enfin, dat kun je beschouwen als meer zijn verantwoording naar collega deskundigen toe en laten voor wat het is.

Nadat de auteur in drie hoofdstukken de lezer van het niet bestaan van verantwoordelijkheid overtuigd heeft (laten we dat aannemen), volgen twee hoofdstukken van heel andere aard: over wat dit dan betekent voor het samenleven en het persoonlijke leven. Een beetje een nadeel vind ik dat in dat maatschappelijke deel alleen het juridische terrein besproken wordt. Daar kun je aan zien dat de auteur werkzaam is aan een juridische faculteit. Ik geloof ook zeker dat de rechtspraak, straf- en civielrechterlijk, het belangrijkste terrein is. Door de ‘schuld-regel’ die er zo diep ingebakken zit, loopt anders omgaan met schuldloosheid en niet-verantwoordelijkheid tegen veel weerstand op. Maar toch. Zeer interessant is hoe de schrijver kan laten zien hoe al meer en meer maatregelen en voorzieningen worden genomen los van schuld. Hij maakt geloofwaardig dat deze tendens verder zal doorzetten. Maar graag had ik gezien dat ook iets behandeld zou zijn wat schuld- en verantwoordelijkheidsloosheid in opvoeding, onderwijs, gezondheidszorg, arbeidswereld, etc. zou betekenen, maar die andere sectoren komen niet echt aan bod.

Voor de duidelijkheid: Verplaatse ofwel een harde harde incompatibilist ontkent niet het nut van idealen en van mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid – om zich in te zetten voor goede doelen, het milieu, dierenwelzijn e.d. Hij zal (denk ik toch) niet hard gaan lachen als in augustus de vertaling uitkomt Het principe verantwoordelijkheid, waarin Hans Jonas pleit voor het zó omgaan met de wereld dat mensen er ook in de toekomst nog op kunnen leven. Maar hij zal erop wijzen dat als we daarin falen, we er geen verantwoordelijkheid voor dragen.  

Wat zijn dan die bekentenissen van een harde incompatibilist? Dat hij het er ook moeilijk mee heeft.

Heel interessant vond ik de persoonlijke en sterk inlevende manier waarop in het laatste deel de gevolgen behandeld worden van te proberen verwijtloos te leven. Daar is het ’t moeilijkst, omdat niet-erkennen van schuld en geen ‘verantwoordelijkheid nemen’ zo hard aankomen. Daar is de botsing met onze emoties en onze gewone dagelijkse intuïties het sterkst. Knap vond ik hoe de auteur zorgvuldig zoekend en tastend – met toegeven van zijn eigen twijfels -  een weg zocht om én rekening te houden met de behoefte aan schuld-erkenning en sorry-uitingen aan de slachtoffers en toch eraan vast te blijven houden dat dingen niet anders hadden kunnen gaan dat ze zijn gegaan – dat niemand anders had kunnen handelen. Het zijn dezelfde vragen die spelen tijdens Spinoza-cursussen waarin het gaat om de rationele stellingen die Spinoza inneemt t.a.v. bijvoorbeeld berouw, medelijden e.d. Die zoektocht illustreert Verplaetse aan de hand van twee verhalen, een over een joodse onderduikster en een uit de Dubliners van James Joyce, die beide heel ontroerende passages opleverden. Ik kreeg daar, vooral via het Joyce-verhaal zelfs de indruk alsof de schrijver op zijn manier een amor Dei intellectualis in zijn vijfde deel wist te bereiken. Heel knap weergegeven.

Wat mij betreft gooit dit boek straks hoge ogen bij de toekenning van de Socratesprijs voor het beste filosofieboek van 2011.

________________

Eerdere boeken van Jan Verplaetse:

VoorkantJan Verplaetse: Het morele brein: een geschiedenis over de plaats van de moraal in onze hersenen. Garant, 2006.

VoorkantJan Verplaetse: Het morele instinct. Uitgeverij Nieuwezijds, 2008

Jan Verplaatse, deelnemer aan het Project The Moral Brain

Gesprek van Theodor Holman met Jan Verplaetse over zijn boek in Human/OBA Live op vrijdag, 24 juni 2011 19:02 op Radio 5 is hier te beluisteren.

 

Update 28 juni 2011

*) Op deze plaats had ik het volgende zinnetje tussen haakjes staan: (Spinoza was niet een compatibilist zoals De Dijn). Ik kreeg een vraag waar ik dat had gevonden of waaruit ik dat had afgeleid. Ik meende dat ooit tegengekomen te zijn, maar wist niet meer terug te halen waar. Daar het zinnetje voor het betoog niet van belang is, heb ik het boven weggehaald. Om de historie geen geweld aan te doen, laat ik het hier met deze toelichting staan, waardoor ik het in feite als onbewezen terugneem.

Update 1 juli 2011

Ik vond de plaats terug waaraan ik mijn indruk w.b. De Dijn's compatibilisme had ontleed. Ik voeg die hier toe. Zie ook dit blog van 3 dec. 2009.

In 2009 hield het tijdschrift Kritika & Kontext voor een Spinoza-special een e-mail-enquête. Ik geef het antwoord van De Dijn op de volgende vraag van Kritika & Kontext: Do you think that Spinoza's denial of free choice makes morality impossible?

Herman De Dijn: Many philosophers think that determinism and morality can go together (see also Hume). Spinoza clearly thinks so, and probably with good reason in view of his conception of morality.[2] Furthermore even if one has a more Human understanding of morality, compatibilism seems perfectly defensible, as is clear from Strawson's famous paper "Freedom and Resentment".[3]

[2] See: Herman De Dijn, "The Possibility of an Ethic in a Deterministic System like Spinoza's" in Jon Wetlesen (ed.), Spinoza's Philosophy of Man. Proceedings of the Scandinavian Spinoza Symposium 1977. Oslo-Bergen-Tromso, Universitetsforlaget, 1978, 27-35.

[3] See Herman De Dijn, "The Compatibility of Determinism and Moral Attitudes" in E. Giancotti (ed.), Spinoza nel 350 Anniversario della Nascita. Atti del Congresso (Urbino 4-8 ottobre 1982) – Proceedings of the First Italian International Congress on Spinoza. Napoli, Bibliopolis, 1985, 205-219.

Reacties

Hierbij meld ik an het eind een update aan het blog te hebben toegevoegd.

Dank voor de informatie en vooral voor de link naar het interview van Verplaetse door T.Holman.

Ik las het boek en kan het aan iedereen aanbevelen die zich betrokken voelt bij het vrijewil-debat. Bestudeerders van de filosofie van Spinoza zouden het zeker moeten lezen.