Jean Le Clerc (1657 – 1736) Spinoza zou alleen over Natuur niet over God hebben willen schrijven

Johannes Clericus; kopergravure door Bernard Picart van 1710Le Clerc was een Zwitsers-Nederlandse theoloog die Jonathan Israel indeelt bij de Gematigde Verlichters. Israel geeft veel informatie over Le Clerc; honderden malen komt zijn naam in zijn boeken over de Radicale Verlichting voor – teveel om hier samen te vatten. Le Clerc had het aan de stok met Bayle en met de Franse oratoriaan Richard Simon met wie hij op ’t punt van bijbelkritiek rivaliseerde, terwijl ze toch eigenlijk medestanders moesten zijn daar het hen erom ging het openbaringskarakter van de Bijbel tegen ongelovigen te verdedigen. Maar zij bestreden elkaar en maakten elkaar wederzijds uit voor Spinozist. Zoveel leek Le Clerc toch op de lijn van Spinoza te zitten, b.v. wat betreft het ontkennen van vele wonderen, dat wel meer tijdgenoten in hem een crypto-Spinozist zagen. Zo was er een lutherse theoloog die in Leipzig in 1684 opmerkte dat Le Clerc niet minder dan Spinoza het gedrag van de Schrift ondermijnde. Le Clerc vestigde zijn reputatie in Europa met zijn Sentimens de quelques théologiens de Hollande sur l'histoire critique du Vieux Testament composée par le P. Richard Simon (1685) waarin hij Simon een jood, een verwarde calvinist of een ‘Spinosiste caché’ noemde, die onder het mom van bestrijding op sluwe wijze Spinoza’s ‘sentiments impies’ naar voren bracht. Zelf gaf hij toe – hetgeen hij geleerd had van Spinoza’s TTP – dat er discrepanties in de tekst van de Bijbel waren binnengeslopen. Zodat hij door Simon en Abt Pierre Valentin Faydit op één lijn werd gezien met Grotius en Spinoza, als degenen die de bijbelexegese hadden bedorven. Faydit noemde Le Clerc ‘notre Arminien-Spinosiste’. Net als Spinoza hield Le Clerc overstromingen, stormen en andere calamiteiten in de Bijbel voor gewone natuurlijke gebeurtenissen, waar geen aparte wil van God aan te pas kwam. Geen wonder dus…

Regius schaarde Le Clerc onder degenen die net als Leenhof, Van Hattem, Deurhoff en De Volder, “hadden gezogen aan de tepels van Spinoza.” (Al deze typeringen ontleen ik aan Radicale Verlichting p. 483-486 en 520).

Van de hand van Le Clerc verschenen te Amsterdam tussen 1686 en 1693 25 delen Bibliothèque universelle et historique. En eveneens tussen 1685 en 1731 29 (!) delen van zijn Bijbelcommentaar, Bibliothèque ancienne et moderne. In deel 22 daarvan uit 1724 schrijft Jean Le Clerc dat hij van een geloofwaardig iemand had vernomen dat Spinoza zijn Ethica eerst in het Vlaams schreef en dat hij in die oorspronkelijke versie alleen maar het woord Natuur gebruikte [en dus niet Deus]. Dat hij het ter vertaling in het Latijn aan een medicus, Louïs Meyer (schrijfwijze van Le Clerc), in handen had gegeven en dat die hem van dat idee heeft kunnen afbrengen en hem ervan overtuigde om in de definitieve versie Deus te schrijven waar Natuur stond, daar het anders zou lijken dat hij God ontkende. Spinoza zou daarin hebben toegestemd.

Het moge duidelijk zijn dat hieraan in de secundaire literatuur nauwelijks aandacht is besteed (je komt het weinig tegen) en waar dat wel gebeurde wordt het niet als een betrouwbare mededeling gezien – zo nauw bevriend met intimi van Spinoza was Le Clerc nu ook weer niet dat hij over dit soort “inside information” zou hebben kunnen beschikken. Bovenal is het inhoudelijk buitengewoon ongeloofwaardig. Probeer de Ethica maar eens kloppend te krijgen  met alleen maar Natuur en nergens God.

    Zie hieronder p 135 of anders via deze link naar books.google

Met dank aan Marcel Leduc voor de link naar dit boekdeel.

_____________________

Méér over Le Crerc in Biografisch Portaal van Nederland

Reacties

Het lukt me niet, Stan, om deel 22 te voorschijn te toveren , zodat ik ook p. 136 kan lezen. Staat daar nou juist niet meer op volgens je inleiding? Wie is die Marcel Leduc die je de tip gaf? Een studiosus in deze materie?

Wim,
Als je p. 135 wél te zien krijgt is het een kwestie van met het 'handje' op die pagina doorscrollen naar p. 136.
Ik zal de link naar books.google ook in het blog opnemen.
Marcel Leduc is een Belgische filosoof die deelneemt aan onze Spinoza Kring Limburg.

Nu wel de volgende pagina gelezen. Had van deze mededeling van Leclerc nooit eerder gehoord! Vanwaar weet jij dat men die weinig tegenkomt en dat zij onbetrouwbaar wordt geacht? In ieder geval vind ik haar interessant en wel meer aandacht (een artikeltje) waard. In het algemeen wordt de rol van Meyer in Spinoza's ontwikkeling zeer onderschat en was hij vanaf vrij vroeg tot zijn dood zijn filosofische kameraad in diverse opzichten (fysicalistisch, hermeneutisch, politicologisch). Ik acht het zeer wel mogelijk dat hij in een vroeg stadium Spinoza inzake terminologie heeft geadviseerd. Trouwens, de geleerde Leclerc vertelt ons toch geen sprookjes!? Dat het woord 'God' slechts een 'postiche' is, is een vondst om te onthouden: een soort joker, die de lezer kan inwisselen! Leuk vind ik ook zijn weergave van de relatie tussen onze twee attributen: begrippen met materie 'vermengd'! En dat Spi oza de zaken mathematisch heeft geordend om de lezer extra goed te pakken (sur-prendre, letterlijk 'verrassen'). Maar Leclerc moet zich natuurlijk wel distancieren van Spinoza (zoals ook zijn vriend Van Limborch kwansuis deed): d'r zitten fouten in zijn redeneringen; het is een eeuwige janboel. Mooi stukje, hoor. Dank je, Stan en Marcel.

Sinds ik met dit onderwerp bezig ben, zoek ik wáár in de secundaire literatuur ik erover gelezen had, want ik hád hier eerder van gehoord. Marcel Leduc wees me op de Spinoza-tekst van Fritz Mauthner (vindt blogs over hem via zoekvenster). In inderdaad heeft Mauthner het daarin uitvoerig over Le Clerc's bewering in paragraaf 5 van die tekst. En die had ik enige jaren terug gelezen, zowel in het Duits als later in het Nederlands. Ik ga geheel mee met de kritiek die Mauthner op die mededeling van Le Clerc heeft. En ik ga ook zeker niet mee met de suggestie van Wim dat Le Clerc zich 'kwansuis' van Spinoza distantieerde. Ik ga mee met Jonathan Israel die zeer veel informatie over hem verschaft en hem indeelt bij de Gematigde Verlichters.
Het woord 'God' badinerend een soort joker noemen? Niet eerder een vlaggetje om het woord 'natuur' te verrijken (niet 'vergoddelijken' zoals Yovel erin leest want dat betekent niks). Het zegt dat de natuur niet alleen maar uit simpele materie bestaat, maar dat die "vermengd is met denken". Je kunt op de plaats van ‘God’ uiteraard ‘natuur’ lezen (maar dan wel een rijke, veelomvattende natuur); dat wil volgens mij Spinoza met zijn gebruik van de term ‘God’ en de oneindig vele attributen aangeven.

Jonathan Israel deelt wel meer filosofen, en waarlijk niet de minsten (Locke, Hume) in onder de rubriek 'gematigde verlichters' , die daar beslist niet in thuis horen, maar die zich stuk voor stuk van Spinoza distancieren. "Ever since first reading the TTP in 1681 le Clerc had simutaneously absorbed AND combated Spinoza's criticism" (EC 425). Volgens diverse Italiaanse onderzoekers als L. Simonutti is er wel wat te zeggen voor mijn 'kwansuis'! De beschuldiging van 'redeneerfouten' lag ook in de mond van Leibniz bestorven waar hij iets anders bedoelde.

Ik had in mijn blog al aangeduid én dat hij van de TTP had geleerd én dat hij Spinoza bestreed. Dat citaat uit Enlightenment Contested (waarom toch steeds die raadseltjes, alsof EC algemeen bekend is) Le Clerc nam veel natuurlijke uitleg over, maar bestreed Spinoza's ontkenning van het openbaringkarakter van de Bijbel. En daarom behoorde hij tot de Gematigde Verlichting. Hoe kom je erbij, Wim, dat iemand die een transcendente God aanhing (als deïst of als christen) een Spinozist zou zijn en niet een bestrijder van Spinoza.