J.H. Leopold (1865 - 1925) en Spinoza [2]

In januari had ik een blog over de dichter J.H. Leopold. Ik vermeldde toen o.a. dat Fokke Akkerman over ‘Leopold en Spinoza’ schreef [In: P.M.Th. Everard & H. Hartsuiker, (red.), Ontroering door het woord: over J.H. Leopold, Groningen: Historische uitgeverij, 1991, 13–47] en schreef: “Ik ben benieuwd of - als ik het ooit onder ogen krijg – het beeld van Leopolds bemoeienis met Spinoza veel anders zal blijken te zijn dan ik het hier uit internetgegevens bijeensprokkel.” Intussen kreeg ik het betreffende hoofdstuk van Akkerman te pakken. Dat gaat vooral in op Leopold als filoloog. Hij ziet Leopold als ‘een baken van filologische precisie’. Het is nogal een artikel voor deskundigen, zowel latinisten en neerlandici. De neolatinist Akkerman bespreekt er de kritiek van Leopold, die werkte met de Bruder-uitgave van Spinoza’s werken, op de uitgave van J. van Vloten en J.P.N. Land, zoals hij die formuleerde in zijn boekje Ad Spinozae opera posthuma ¨Martinus Nijhoff, Den Haag, 1902

Ook deed Leopold veel studie naar de bronnen van Spinoza’s filosofie. Hij was nogal tevreden te kunnen aanwijzen hoe Spinoza veel van de stoïci had [in: Spinoza en de Stoa. In: De Nederlandsche Spectator 1905, No. 22, p. 462 – 470]. Hij besprak daarin een artikel van Dilthey van tien jaar eerder en betuigde ´zijn warme instemming met de poging van Dilthey om de essentie van Spinoza´s Ethica terug te voeren tot de antieke en moderne Stoa´.

 

Ook besprak hij een hoofdstuk over de Stoïcijnen in het boek van Paul-Louis Couchoud, Benoît de Spinoza (Parijs 1902]. Die had ook de wijzigingen aangegeven die Spinoza de leer van de Stoa liet ondergaan, maar daarin had Leopold geen interesse. Hem interesseerde “langs welken weg en in welken vorm dat ideaal den Hollandschen wijsgeer bereikt had.” Ook Akkerman valt op dat Leopold het niet over “het bijzondere en het nieuwe van Spinoza” had.

Ook gaat Akkerman na of er sporen van Spinoza te vinden zijn in de poëzie van Leopold. Echt duidelijke referenties zijn er niet. Dus alle ruimte voor het opwerpen van veronderstellingen over diep verborgen sporen. Om dat te kunnen doen gaat hij de aantekeningen en strepen na die Leopold in zijn Bruder-deeltjes maakte die nu in de Rotterdamse Gemeentebibliotheek bewaard worden. Leopold blijkt intensief studie van Spinoza gemaakt te hebben en moet diens filosofie goed gekend hebben. Vervolgens gaat Akkerman na hoe Spinoza terug te vinden zou zijn in het gedicht ‘οινου ενα σταλαγμον’ (‘Eén druppel wijn’), bekritiseert hij andere interpretaties, vooral die van Piet Schrijvers, maar noemt hij tenslotte als andere inspiratiebron het psychisch monisme van Heijmans. Het is allemaal voer voor specialisten.

Aan het vorige blog kan ik vanuit dit hoofdstuk van Akkerman nog toevoegen dat Leopold van 1908 (elders las ikj: 1907) tot aan zijn dood in 1925 bestuurslid Van de Vereniging Het Spinozahuis is geweest. In het jaar voor zijn dood, 1924, maakte hij nog plannen voor een kritische uitgave van Spinoza. Akkerman vraagt zich af of Leopold dan niet op de hoogte was van de op handen zijnde Gebhardt-editie (1925) en of Gebhardt, die hem vaak citeert, nooit contact met Leopold heeft gezocht.

Anderen die zich de voorbije jaren met Spinoza in Leopold hebben bezig gehouden zijn

J.D.F. van Halsema (1943, emeritus hoogleraar nieuwe Nederlandse Letterkunde), Dit eene brein. Opstellen over werk en dichterschap van J.H. Leopold. Historische Uitgeverij Groningen, 1999

Daarin J.D.F. van Halsema, 'Eén druppel wijn. Het einde van de geschiedenis volgens Leopold'
[cf. bij DBNL

D. van Halsema - “Een begin van kalmte” (over o.a. Leopold en Spinoza), in: Liesbeth Korthals Altes, Dick H. Schram (Red.): Literatuurwetenschap tussen betrokkenheid en distantie. Uitgeverij Van Gorcum, 2000, 409 pagina's

 

 

J.H. Leopold  over Spinoza

Spinoza en de Stoa. De Nederlandsche Spectator 1905, No. 22 [bij DBNL]

Brieven van Spinoza
Nachbildung der im Jahre 1902 noch erhaltenen eigenhändigen Briefe des Benedictus Despinoza. Herausgegeben von W. Meyer, Haag. 1903. fol.
In: De Nederlandsche Spectator, 1903, no. 43 [bij
DBNL]

Over J.H. Leopold  

Bij DBNL 

Bij de KB  

Knuvelder over J.H. Leopold [Bij de DBNL]