Johann Jakob Brucker (1696 - 1770) eerste historicus van de filosofie had niets op met Spinoza

Deze eerste filosofiehistoricus en daarmee voorloper van Jonathan Israel, zag in Spinoza een atheïstische verderfelijke 'vernieuwer' van de filosofie.


Brucker was geboren in een arm gezin in Augsburg. Hij studeerde in Jena filosofie en tevens theologie bij Johann Franz Buddeus. Door diens broer Carl Friedrich Buddeus met wie Brucker bevriend raakte werd hij ingewijd in de geschiedenis van de filosofie waaraan die bezig was, maar die hij niet kon afmaken. Dat ging Brucker doen. Hij werd directeur van de Latijnse school en evangelische geestelijke in Kaufbeuren waar hij het omvangrijke geschiedwerk schreef, waarin hij neoplatonisme en scholastiek verwierp, Socrates, Aristoteles, Melanchthon en Buddeus ophemelde en vooral de christelijke godsdienst als de aller voortreffelijkste van alle filosofieën bracht, om de lezer tot deugdzaamheid en wilsverbetering te brengenen zo tot in het Rijk Gods. Hem lag het piëtisme na aan het hart.

Hij werd behalve de eerste Duitse Filosofiehistoricus ook – vanuit bezorgdheid om de zielen der kinderen - stichter van een nieuw schoolsysteem. In 1731 werd hij lid van de Preußischen Akademie der Wissenschaften; in 1741 verkreeg hij de doctorstitel in de theologie.

Van Thomasius nam hij de notie van eclecticisme over. Hij onderzocht de geschiedenis van de filosofie systematisch vanuit dit principe van het eclecticisme om het ware van het ‘pseudophilosophische’ te schiften, alsmede ‘Aberglaube’ en ‘sektiererische Philosophie’ van het ‘gesundem Menschenverstand’. Hij wist filosofen uit het verleden in te brengen in het actuele debat. De geschiedenis van de filosofe kon de vooruitgang van de mensheid tonen vanuit de duisternis van sekten naar het licht van de eclecticisten en deed begrip ontstaan voor zowel de mogelijkheden om tot zekere kennis te komen als van de beperkingen van de mogelijkheden van de menselijke rede.

Het aantal van zijn filosofiegeschiedkundige werken is niet gering
Historia philosophicae doctrinae de ideis (Augsburg 1723)
Kurze Fragen aus der philosophischen Historie (Leipzig 1731–1736, 7 Bde.)
Erste Anfangsgründe der philosophischen Geschichte (Leipzig 1736, 1751),
Historia critica philosophiae a mundi incunabulis ad nostram usque aetatem deducta (Leipzig 1742–1744, 5 Bde.; neue Aufl. 1766, mit einem Appendix von 1767). [Bd 4
archive.org]
Institutiones historiae philosophicae (Leipzig 1747)

Zijn werk werd zum Referenzwerk in ganz Europa bis weit ins 19. Jahrhundert [cf.]. "Brucker whose colossal Historia critica philosophiae became the standard work of reference on the history of philosophy before the followers of Kant and of Hegel got to work on rewriting that history in order to place in the foreground the achievements of these latter-day masters." *)

Bruckers houding daarin tegenover Spinoza **)
On the subject of Spinoza’s philosophy, Brucker shows the same hostility and incomprehension as his master Buddeus had done, considering it only from the point of view of atheism: "In this system there are a number of things that are absurd and contrary to both experience and metaphysical notions" (v. p. 694). He singles out a fundamental defect in Spinoza's procedure, that is, the inappropriate moving of the concept of substance from the level of logic to that of ontology: "Here, as we are not able to digress, we simply mention the fact that Spinoza's entire system is founded in the first place on a false idea of substance: that is, that one substance cannot be produced by another, given that existence belongs to its nature; and he proves this by the fact that if things have nothing in common the one cannot be the cause of the other. He assumes this without demonstrating it, confusing substance itself with the concept of substance and therefore, considering it abstractly, he imagines a substance that exists only in the mind and then transfers it inappropriately to the physical and metaphysical system" (v. pp. 694-695). In taking these positions, Brucker reveals himself to be a "moderate" figure of the Enlightenment, an admirer of Leibniz and Newton, and of the advances of modern science, but suspicious towards philosophical systems that historically had had a negative influence on theological themes, at least for the Lutherans, such as Neoplatonism and Scholasticism, or which could bring danger to religious faith. such as Spinozism. The search for a correct balance between rationalism and orthodoxy explains to a great extent the success of the Historia critica and its ability to find its way into different cultural milieux, such as the world of the universities, both Catholic and Protestant, and the circle of the Encyclopaedists.

_____________

*) Cchristopher Brooke, HOW THE STOICS BECAME ATHEISTS. In: The Historical Journal, 49, 2 (2006), pp. 387–402 [PDF]. Heeftveel over Brucker.

**) ontleend aan Mario Longo A "Critical" History of Philosophy and the Early Enligtenhemnt: Johann Jacob Brucker, in: Giovanni Santinello & Gregorio Piaia (Eds.), Models of the History of Philosophy: Volume II: From Cartesian Age to Brucker. Springer Science & Business Media, 2010 - books.google

Bruckers zeer kritische behandeling van Spinoza is b.v. ook goed te zien in de bewerking door

William Enfield, Johann Jakob Brucker, The History of Philosophy, from the Earliest Periods: Drawn Up from Brucker's Historia Critica Philosophi. Printed for J. Johnson, 1791 – books.google en de editie T. Tegg, 1837 – books.google

Ook kwam een Nederlandse bewerking op de markt:

Johann Jakob Brucker, Eerste beginselen van de historie der filozofie. Vertaald door Anthony de Stoppelaar. G. T. en Abr. van Paddenburg, 1778 – books.google - het lijkt wel als een catachismus opgezet.

___________

Johann Jakob Brucker op de.wikipedia

en op de.wikisource

 

http://de.wikisource.org/wiki/Johann_Jakob_Brucker