Johannes Bouwmeester (1634 - 1680) Spinoza’s speciale vriend: "Amice singularis"…

… zoals de aanhef van Spinoza’s aan hem gerichte brief [nr. 37] van 10 juni 1666 luidde: “Doctissime Vir, Amice singularis.” 

Johannes Bouwmeester was een arts, filosoof, latinist en toneelkenner en van 1669 tot 1680 lid van 'Nil Volentibus Arduum'. Hij studeerde filosofie en medicijnen in Leiden van 1651 tot 1658 (promotie). Hij was naast vriend van Spinoza, o.a. bevriend met Lodewijk Meijer en Adriaan Koerbagh. Zijn vader, Claes Boumeester, was kleermaker, veel andere familieleden waren muziekinstrumentmakers.

Er is zeker één brief (de al vermelde nr. 37) bekend van Spinoza aan Bouwmeester, en waarschijnlijk een tweede (nr. 28) uit 1665 [cf. blog]. In 1663 schreef Bouwmeester een gedicht in het Latijn bij Spinoza’s Principia Philosophiae Cartesianae en in ca. 1680 het gedichtje bij Spinoza's portret dat de uitgave van diens nagelaten werk siert.

 

Vanaf 1670 was Bouwmeester mikpunt in de zogenaamde pamflettenstrijd; hij komt voor in of heeft meegewerkt aan tenminste 7 pamfletten tot 1678. In 1672 vertaalde en publiceerde Bouwmeester in opdracht van Nil het filosofisch verhaal Het ontstaan van Het leven van Hai Ebn Yokdhan' (uitgegeven door Jan Rieuwertsz). Op 10 mei 1679 ging hij in ondertrouw met Maria Oortmans (1652-1720), dochter van Petronella de la Court en Adam Oortmans) van wie hij waarschijnlijk reeds familie was (in een brief van 23 juni 1667 noemt haar moeders neef Pieter de la Court Johannes Bouwmeester een neef). Op 18 augustus 1680 werd hun zoon Nicolaes Bouwmeester gedoopt die waarschijnlijk kort daarna overleed.

Bouwmeester was betrokken bij de uitgave van het werk van Spinoza in het Latijn. In 1678 werd hij directeur van de Schouwburg van Van Campen samen met Meijer en Jan Pluimer. Bouwmeester werkte samen met de chirurgijn David Lingelbach aan een evaluatie op het werk van Willem Godschalck van Focquenbroch.

Op 22 oktober 1680 werd Johannes Bouwmeester in de Nieuwe Kerk in Amsterdam begraven.

Binnen een half jaar, op 15 april 1681, werden zijn boeken geveild, zoals blijkt uit de veilingcatalogus, waarvan gisteren, 18 januari 2015, de titelpagina door The Spinoza Web i.o. op twitter werd geplaatst.

       

 

[Meeste info van Wikipedia, hier en daar licht gecorrigeerd]

Aanvulling 20 januari 2015

Dit blog werd aanleiding voor Wim Klever om verder op zoek te gaan.  Hij werd erg enthousiast over de vondst en gaf mij de link door naar de Universiteit van Augsburg waar de veilingcatalogus gedigitaliseerd staat.

Hij liet mij weten: "Heb nu de catalogus snel doorgenomen. Imponerende geleerdenbibliotheek, kolossaal boekenbezit. Interessante vondst! De la Court boeken ook aanwezig!
Bij je info-artikel had je ook zinvol kunnen vermelden dat Bouwmeester "alle geheime schriften van Van den Enden' toevertrouwd kreeg (paskwil en Borch)."

Uiteraard heb ik bij het maken van dit blog over Bouwmeester gedacht aan wat Klever, mede aan de hand van brief 28, in zijn artikel "Hoe men wijs wordt", schreef over de invloed die Bouwmeester op Spinoza gehad zou moeten hebben. Die verwijzing liet ik achterwege, daar ik grote moeite met dat artikel heb, zoals ik in het verleden in diverse blogs heb beargumenteerd. 

Het enthousiasme van Wim over deze vondst spat uit het volgende bericht dat hij op Facebook plaatste en waarvan hij mij deze scan gaf, die ik hier graag doorgeef:

 

Johannes Bouwmeester had heel wat meer boeken dan Spinoza, zoals uit de Veilingcatalogus blijkt:

 

Reacties

Heb het blog aangevuld met enthousiaste reacties van Wim Klever.