Johannes Monnikhoff (1707 – 1787) en zijn kritische fascinatie voor Spinoza

Al eerder had ik blogs, waarin deze Monnikhoff voorkwam, bijvoorbeeld hier over hoe het aan mededelingen die hij deed in zijn levensbeschrijving van Spinoza te danken is dat later het Spinozahuis gevonden en bewaard kon worden. En we danken aan hem een afschrift en een ‘Korte Schetz’ van de Korte Verhandeling. [cf. komend blog]

Mijn doel met dit blog is vooral te wijzen op de op internet vindbare teksten van Lotte Jensen over Monnikhoff en zijn, zoals zij typeert, ‘complexe relatie tot Spinoza’. Daarbij wil ik er hier nog eens op wijzen hoe leerzaam het kan zijn – zo is mijn ervaring – om (over) oude bestrijdingen van Spinoza’s filosofie te lezen, want veel van het onbegrip voor Spinoza’s filosofie dat eeuwen geleden werd geuit, verschilt niet veel van moeilijkheden die hedendaagse (zeker beginnende) lezers nog steeds met diens filosofie hebben. 

Dat kan dus prima in Jensen´s “Johannes Monnikhoff. Bewonderaar en bestrijder van Spinoza” [In: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland, Jr. 8 (1977) nr. 1/2, 5-32] waarin zij een gedegen inleiding op de “Kritische voorrede” van Monnikhoff geeft die in datzelfde nummer voor het eerst werd gepubliceerd. (Zie de links aan het eind van dit blog)

De chirurgijn Johannes Monnikhoff (1707-1787) die in 1752 in Amsterdam als ‘stadsbreukheelmeester’ werd aangesteld, was ook groot liefhebber van wijsbegeerte en een geboeid maar zeer kritisch bestudeerder van Spinoza. Maar het is niet zijn kritiek maar zijn ijverige verzamelen en overschrijven van teksten van Spinoza, waardoor hij grote verdienste voor het Spinozisme heeft. Het is wellicht moeilijk vast te stellen welke van zijn verdiensten groter was: zijn grote bijdrage aan de herniologie (breukenleer, hij beschreef wel duizend breuken) of die aan het Spinozisme. Maar dat maakt niet uit – er is geen enkele noodzaak voor zo’n wedstrijd. Monnikhoff maakte behoorlijk veel afschriften van werken van anderen; hij had een zeer regelmatig schrift dat weinig fouten bevatte. Zo maakte hij diverse omvangrijke afschriften van werk van Willem Deurhoff (1650 - 1717) voor wie hij grote belangstelling had. Deurhoff was een autodidact die naast zijn werk in de koffer- en bandelierswinkel van zijn vader veel studie van Spinoza en Descartes maakte, veel stichtelijke werken schreef en wekelijkse bijeenkomsten verzorgde voor een groeiende groep enthousiaste aanhangers. Krop ziet Deurhoff als een ‘radicale cartesiaan’ die in sommige ideeën Spinoza volgde, maar ook kritisch tegenover hem stond. Monnikhoff kan door hem beïnvloed zijn.

Monnikhoffs kritiekpunten op Spinoza waren:  

• Dat hij aan God uitgebreidheid toeschreef. Als aan God lichamelijkheid werd toegekend, dan zou God immers ook onderworpen zijn aan lichamelijk lijden, hetgeen tegen alle traditionele voorstellingen van God inging.

• Dat Spinoza schepping uitsloot, stuitte bij Monnikhoff net als veel van zijn tijdgenoten op veel weerstand. In zijn ogen kúnnen eindige modi geen wijzigingen van de substantie zijn, maar alleen door God buiten zich geschapen zijn.

• Dat Spinoza God of de substantie als ondeelbaar beschouwde, maar anderzijds de schepselen als eindige uitdrukkingsvormen van de substantie zag en als deelbaar karakteriseerde beschouwde hij met velen als tegenstrijdigheid. Hoe kon de substantie, waaraan lichamelijke uitgebreidheid werd toegeschreven, nu tegelijkertijd ondeelbaar en deelbaar zijn?

• Hij had moeite met Spinoza's opvattingen over de verhouding tussen substantie en de attributen. Hoe kon een substantie meer dan één attribuut hebben, of hoe kunnen een oneindig aantal attributen één substantie constitueren? Vanuit een cartesiaans perspectief was zoiets onmogelijk. Elk attribuut was reëel onderscheiden van het andere attribuut en elk attribuut was essentieel voor de natuur van een substantie. Om die reden kon iedere substantie ook maar één attribuut hebben.

• Hij heeft moeite met de geometrische ordening. Volgens hem ging Spinoza uit van willekeurige definities en axioma’s , waardoor hij slechts tot pseudobewijzen komt.  De methode berust dus op drijfzand.

Na een uitvoerige bespreking van deze kritiek die Monnikhoff in zijn Voorrede publiceert, laat Lotte Jensen eerst zien hoeveel van zijn kritiekpunten overeenkomen met contemporaine tegen Spinoza gepubliceerde bezwaarschriften. Veel daarvan, uit Pierre Bayle, Christophorus Wittichius, Willem van Blyenbergh, Bernard Nieuwentijt, Nicolaas Hartman e.a., is terug te vinden in Monnikhoffs Voorrede. Vervolgens laat ze zien hoe in de loop van de tijd in diverse publicaties van Monnikhoff zelf er grote continuïteit in zijn kritische opvattingen t.o.v. Spinoza te lezen is. Op grond daarvan concludeert zij dat hij dan weliswaar een grote belangstelling voor Spinoza had, maar dat Monnikhoff diens ideeën in zijn kritische Voorrede in de eerste plaats afkeurde.

                                                                  * * *

Links naar de Monnikhoff-teksten van Lotte Jensen

'Johannes Monnikhoff. Bewonderaar en bestrijder van Spinoza'. In: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland. Jr. 8 (1977) nr. 1/2, 5-31 [PDF]

Kritische voorrede door Johannes Monnikhoff. Inleiding en redactie door Lotte Jensen. In: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland 8 (1997), 32-43. [PDF]

'Spinoza's godsopvatting gekritiseerd door Johannes Monnikhoff (1707-1787). Hertaling van J. Monnikhoff, Voorrede.' [Klik hier voor de tekst; toen de link daar verdwenen bleek, document opgezocht op Internet Archives en PDF geplaatst]

BESCHRIJVING VAN SPINOZAS LEEVEN Door JOHANNES MONNIKHOFF. Transcriptie Carl Gebhardt, in: CHRONICON SPINOZANUM IV. [als djvu-bestand op caute.tk]

________________________________________________


Tenslotte hierna het Lemma 'Johannes Monnikhoff'
door Lotte Jensen. In: The Dictionary of Seventeenth and Eighteenth-Century Dutch Philosophers. General editors Wiep van Bunge, Henri Krop, Bart Leeuwenburgh, Han van Ruler, Paul Schuurman, Michiel Wielema. London: Thoemmes Press, 707-709. [
PDF]

                         MONNIKHOFF, Johannes (1707-87)

Johannes Monnikhoff was baptized on 10 August 1707 in Amsterdam, and buried there on 28 June 1787. Like his father Willem he was a physician. In 1730 Monnikhoff was allowed to practise by the authorities. Shortly after that he wrote an important medical treatise on fractures, Ontleed- heel- en werktuig-kundige zamenstelling ... der scheursels of breuken, first published in 1750. In 1752 he was appointed stadsbreukmeester (herniotomist) of the city of Amsterdam. He contributed much to herniology during his life, and he made sure that medical research would continue after his death. Nine months before he died he established a foundation, which existed until 1853. The proceedings of this trust were collected into two series Verhandelingen (1797-1815, 7 vols) and Nieuwe verhandelingen (1811-51, 7 vols).

During his entire life Monnikhoff took a great interest in philosophical and theological matters. Only one of his many treatises was published, the Volzeekere en bondige betooging (1760), a prize-winning essay, in which he proved the existence of God by a posteriori arguments. His philosophical legacy consists of a large collection of handwritten documents. He is best known as the writer of the B manuscript of SPINOZA'S Korte Verhandeling. For this transcription Monnikhoff probably used the older A manuscript, in which he made some notes and corrections. The B manuscript also contains a Dutch translation of the notes Spinoza added to his Tractatus Tbeologico-politicus and a Voor-reeden or introduction consisting of some reflections on Spinoza's thoughts, a short biography and a summary of the Korte Verhandeling.

Monnikhoff’s interest in Spinoza's life and works might suggest that he was a Spinozist, but the opposite is true: both in his introduction to the B manuscript and in other writings he criticized Spinoza. He ridicules the ordo geometricus or mathematical method of Spinoza's Ethica, and attacks the Spinozist idea that all things should be regarded as attributes or modes of one unique substance. He does agree with the concept of God as an eternal, infinite, and immutable substance that does not need an external cause for its existence, but he strongly opposes the idea that finite, changeable things should be regarded as part of the divine. Monnikhoffs arguments contain few surprises: they are a blend of anti-Spinozistic arguments used by earlier authors such as Pierre BAYLE, Isaac Jaquelot, Willem van BLYENBERGIL Nicolaas HARTMAN, Christophorus WITITCHRS and Bernard NiEuwentijt. Monnikhoff, for instance, followed the latter in the idea that the existence of God could be deduced from the order and the apparent finality of nature.

The main influence on Monnikhoff, however, came from the Amsterdam merchant and philosopher Willem DEURHOFF. Many fragments of his work can be traced directly to the writings of this non-academic and self-taught thinker who managed to gather a group of passionate adherents around him. Monnikhoff made a great effort to collect all the lectures and writings of Deurhoff. He copied countless pages with notes taken by people attending weekly meetings at Deurhoff's home, transcribed several of his works, and wrote two biographies of Deurhoff. Being a real Deurhovist, Monnikhoff went to great lengths to dispute Spinoza's ideas, but, paradoxically enough, he is now mainly remembered for having enabled one of Spinoza's works to survive.

BIBLIOGRAPHY

Ontleed- heel- en werktuig-kundige zamenstelling; ter ontdekking van de bizondere plaatsen, oorzaaken, kenteekenen, toevallen, en geneesingen der scheursels, of breuken (Amsterdam, 1750; rev. edn with additions by Aardewijn Nieuwenhuis, Amsterdam, 1792).

‘Vol-zeekere en bondige betooging', in Quatuor dissertationes, quibus efficitur, ex eo, quad aliquid est, sequi Deum esse (Leiden, 1760), pp. 73-108; repr. in Dissertationes Latinae et Belgicae adtheologian naturalem spectantes: Pro praemio legati Sto!piani conscriptae (Leiden, 1766-84), vol. 1, pp. 73-108.

Collections of MSS at the Royal Library, The Hague, and at the Rotterdam Municipal Library.

Other Relevant Works

Deurhoff, Willem, Overnatuurkundige en schriftuurlyke zaamenstellinge van de H. Godgeleerdheid, 2 vols (Amsterdam, 1715). Spinoza, Benedictus de, Korte Verhandeling van God, de Mensch en deszelvs Welstand (Halle, 1852; Amsterdam, 1862; English trans. in Edwin M. Curley (ed.), The Collected Works of Spinoza, vol. 1, Princeton, NJ, 1985).

-------- Tractatus theologico-politicus, continens dissertationes aliquot, quibus ostenditur libertatem philosophandi non tantum salva pietate et reipublicae pace posse concedi, sed eandem nisi cum pace reipublicae ipsaque pietate tolli non posse (Amsterdam, 1670; English trans. in Samuel Shirley (ed.), Tractatus Theologico-Politicus, Leiden, 1989). ,

-------- Ethica ordine geometrico demonstrata, in Opera posthuma (Amsterdam, 1677; English trans. in Edwin M. Curley (ed.), loc. cit.).

Further Reading

Bunge, Wiep van, Monnikhoff, Deurhoff en Spinoza (Guest-Lectures and Seminar Papers on Spinozism, vol. 5, Rotterdam, 1988).

Jensen, Lotte, 'Johannes Monnikhoff: Bewonderaar en bestrijder van Spinoza', Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland, vol. 7 (1997), pp. 5-31. , `

-------Kritische voorrede door Johannes Monnikhoff’, Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland, vol. 7 (1997), pp. 32-43.