Julien Busse (1961-2008) over waarom Spinoza geen definitie van de mens geeft

Een jaar geleden ging het hier uitgebreid over de benadering van Lucia Lermond (1950 - 2014) van de vraag naar Spinoza’s visie op de essentie van de mens. Daarop kwamen flink wat reacties. Een vervolgartikel van Adèle Meijer een half jaar later kreeg nóg meer reacties. Onderaan dit blog geef ik de links erheen.

Niemand heeft er toen op gewezen dat de Franse filosoof Julien Busse een heel andere, unieke kijk op dit vraagstuk had gebracht. Vandaag stuitte ik op:

Julien Busse, Le problème de l'essence de l'homme chez Spinoza. Publications de la Sorbonne, 2009 - Publication sur OpenEdition Books: 18 décembre 2014 – books.google

Professeur agrégé de philosophie, Julien Busse (1961-2008) était membre du groupe de recherche sur Spinoza. Il a participé pendant plusieurs années en tant que doctorant aux activités du séminaire Spinoza à l'université Paris 1 Panthéon-Sorbonne.

In het voorwoord van Chantal Jaquet is te lezen dat hij lang met zijn doctorsthese is bezig geweest, gehinderd door een ernstige ziekte. Dat hij zich daaruit opwerkte en in een laatste krachtsinspanning aan het voltooien van zijn studie werkte. Kort voor zijn overlijden kon hij zijn definitieve tekst bij haar inleveren. Zijzelf, Pascal Sévérac en Ariel Suhamy hebben zich vervolgens nog met de tekst en de bibliografie bezig gehouden. Allen waren het er over eens dat deze bijzondere tekst uitgegeven móest worden. Julien Busse heeft het verschijnen van het boek niet meer kunnen meemaken – het verscheen postuum.

Het bijzondere van Busses’ benadering, zo begrijp uit de inleiding van Jaquet, is dat hij in tegenstelling tot alle anderen die probeerden uit Spinoza’s werk zijn visie op de menselijke natuur te ontraadselen, te reconstrueren, vooral positieve argumenten probeerde te leveren, waarom Spinoza, niet toevallig en niet uit onkunde, maar bewust en expres juist geen definitie van het wezen van de mens gaf. God krijgt aan het begin van de Ethica een uitgebreide definitie – de mens krijgt die niet. Uit de TIE weten we dat het Spinoza erom ging om hoe een sterkere menselijke natuur te bereiken. En in het voorwoord van deel IV verwoordt hij de behoefte aan een exemplar humanum, waaraan we ons kunnen optrekken. Dat streven naar een betere natuur en zo’n voorbeeld vraagt om een idee van wat een mens is en wat hij kan bereiken. Het lijkt dus merkwaardig, gezien Spinoza’s project, dat hij dat niet invult.

Degenen die Spinoza wél zo een visie op het wezen of de natuur van de mens willen ontlokken, uit zijn teksten willen reconstrueren doen hem volgens Busse in beginsel tekort. Wie die poging wagen laten zo zien Spinoza in zijn ethische opzet wellicht niet volledig begrepen te hebben. Busse doet zijn best om het zgn. ‘vreemde zwijgen’ van Ethica uit te leggen en minder vreemd te maken. De afwezigheid van zo’n definitie beschouwt hij niet als een tekort, maar juist als het gehoorzamen aan een onmogelijkheid. In plaats van aangrijpingsmogelijkheden voor zo’n definitie te zoeken (in verlangen, de rede, het bewustzijn, de sociabiliteit e.d.), probeert hij de redenen te achterhalen, waarom Spinoza die definitie niet geeft. Hij bouwt daartoe voort op Spinoza’s kritiek op de universalia: die maakt een definitieve definitie onmogelijk, gezien de verschillen tussen mensen (en dieren). Voor hem heeft het lichaam – anders dan in alle voorgaande filosofieën -een doorslaggevende centrale rol en ‘de mens’ of ‘de mensheid’ heeft geen lichaam. Busse tracht naast de redenen voor het ontbreken ook de – positieve – gevolgen ervan aan te geven voor Spinoza’s ethische project. Een definitie zou juist schadelijkzijn voor de nagestreefde ethische bevrijding. Vooral ook daarom kan Spinoza zo’n vaste definitie niet geven. De fundamentele reden voor de onmogelijkheid om het menselijk wezen te bepalen is dat de mens moet worden gezien als een activiteitsstructuur en niet als een onveranderlijke vorm. De sleutel tot de puzzel is derhalve het begrip « structure d’activité ».

Lucia Lermond ontbreekt in dit boek, maar dat hangt mogelijk wellicht juist samen met Busse’s totaal andere aanpak.

Voor hen die Frans lezen en in dit thema geïnteresseerd zijn, geef ik deze vondst graag door. Hier de inhoudsopgave:


Ander werk van Julien Busse

Julien Busse, „Le corrélat corporel de l'activité rationelle dans l''Ethique',“ In: Chantal Jaquet, Pascal Sévérac, Ariel Suhamy (Dir.), La théorie spinoziste des rapports corps-esprit et des usages actuels. Paris: Hermann, 2009: 71-80. [PDF]

Gebruikt in blog: Liberté et activité chez Spinoza

Julien Busse schreef ook voor theater [cf. - PDF met daarin een foto van hem]

_____________

Vorige blogs over de essentie van de mens

20-03-2015: De essentie der dingen [4] de benadering van Lucia Lermond (1950 - 2014)

24-03-2015: De essentie der dingen [5] de zoektocht van Lucia Lermond naar Spinoza’s essentie van de mens

23-05-2015: Is er in Spinoza toch een definitie van de mens te vinden?

Daarin: Spinoza waagt zich niet aan een definitie van het wezen/de natuur van de mens, of hij doet dat wel, maar aldus: de hele Ethica moet je zien als die "definitie". 
Dit lijkt het resultaat van Julien Busse nabij te komen...

18-11-2015: Adèle’s poging tot onderbouwing van het bewijs dat de mens in essentie God is 

Reacties

Stan, op basis van wat je weergeeft in dit blog van de visie van Julien Busse, kan ik zeggen dat ik het helemaal met hem eens ben. In het uitgebreidere artikel ‘De Samenstelling van de mens volgens Spinoza’, waarvoor je helaas geen link geeft - ondanks dat dit het gastblog was van 22-02-16 – geef ik nu juist precies een activiteitsmodel van wat de (en een) mens is. Toen Lucia Lermond haar thesis schreef (1988) was het boek van Busse nog niet verschenen. Ik herken in haar thesis wel dezelfde aanpak als die van Busse. Ook Lucia Lermond behandelt de onmogelijkheid om de mens als universeel begrip te definiëren, en ook zij stelt het individuele lichaam centraal. En zowel bij Lucia Lermond als bij mij, mondt een definitie van de mens uit in een beschrijving van de mens als resultante van de hele Ethica.

Het verbaast men enigszins, Adèle, dat je bij Lucia Lermond dezelfde aanpak herkent. Volgens mij doet zij erg haar best om uit Spinoza een visie op natuur/wezen van de mens te ontdekken. Zo vindt ze b.v. dat universele begrippen in verstandelijke en reële onder te verdelen zijn, wat ze in dat verband dan toepast.

Dat ik jouw stuk ‘De Samenstelling van de mens volgens Spinoza’ niet meenam, heeft ermee te maken dat je daarin zóveel aan de orde bracht dat ik niet een heldere resultaat onthouden had. Maar jij hebt dat beeld wel en ik neem aan dat je de overeenstemming met Busse onderkent.
Was jou die publicatie van Julien Busse al bekend? Ik neem aan dat je er dan affiniteit mee zult ervaren?

Afgaande op wat jij er in je blog over vermeldt, is Busse niet tegen een definitie op zich maar wel tegen een definitie die geen recht doet aan de bevrijding van de mens. Hij komt blijkbaar zelf met de definitie van de mens als activiteitstructuur. Lermond is weliswaar op zoek naar het wezen van de mens, maar doet dat niet op de manier die Busse laakt. Haar conclusie dat de ‘vorm van de mens’ zowel een individuele als een gemeenschappelijke ‘ens reale’ is, is bij haar een activiteitsstructuur zoals Busse die, naar jouw zeggen, voorstaat. Mag ik je wijzen op wat je zelf daarover schreef in je blogtekst naar aanleiding van de samenvatting van de thesis van Lermond op 23 mei 2015? “Er is dus een 'vorm van de mens' (of wezen, natuur van 'de mens') bij Spinoza te ontdekken. Maar die is niet zo eenvoudig te definiëren als een mathematische figuur als de cirkel. Spinoza waagt er zich niet aan, of hij doet dat wel, maar aldus: de hele Ethica moet je zien als die "definitie". (Hiermee vat je samen wat zij doet in haar thesis). Je liet dat volgen door “Of kijk waar Lermond op uit komt: de ‘vorm van de mens’ is zijn kans om zichzelf te kennen door kennis van en gemeenschap met het geheel. [Maar dit vergt uiteraard weer een heleboel uitleg en toelichting.]” Dat is een activiteitstructuur.

En ja, in mijn stuk heb ik veel aan de orde gesteld, en dat zou op zich geen reden moeten zijn om er niet naar te verwijzen, maar al in de inleiding heb ik de conclusie klip en klaar weergegeven: “De mens blijkt dan in kaart gebracht te kunnen worden als een samenstelling van alle attributen en modi die genoemd worden, plus de essentie van God. Op God zelf na, vormt hij zo de enige synthese van de substantie.” Overigens geeft Spinoza wel een eenvoudige definitie van de mens in E2/11d waarin hij stelt dat de essentie van mens gevormd wordt door zekere modificaties van Gods attributen. Op die manier heb ik het ook beschreven. In de laatste paragraaf volgt de meer specifieke conclusie dat de essentie van een mens zijn aard is; dat onder die aard de mate van verworven realiteit verstaan moet worden op een bepaalde trede van de evolutionaire ladder; en dat ieder mens dat op volstrekt eigen wijze doet. Een dergelijk type beschrijving is precies wat Busse voorstaat, althans voor zover jouw weergave van wat hij zegt correct is en ik jou goed heb begrepen, en het is ook wat Lermond doet.

Adèle, dat Lermond en Busse op hetzelfde lijken uit te komen, daarop had ik zelf op het eind van het blog al gewezen. Ik meende in de aanpak een verschil te zien, maar als jij ook daarin grote overeenkomst ziet, ga ik dat niet bestrijden.
Het doel van het blog was alleen om op een mogelijk interessant boek te wijzen, zoals ik dat eerder met Lermond had gedaan. Dat boek van Busse ken ik alleen van het voorwoord van Chantal Jaquet dat ik navertelde, maar dat iedereen via de gegeven link zelf kan nalezen. Wat je zegt over je eigen stuk neem ik voor kennisgeving (ga ik niet over met je in discussie).