'Jura sunt anima imperii' (TP 10/9).

Vorige week hebben we met onze Spinoza Kring Limburg de bespreking van de Tractatus Politicus aan de hand van de vertaling door Karel D’huyvetters als Staatkundige verhandeling, afgesloten. Een paar maal heb ik de groep erop gewezen hoe Karel er duidelijk problemen mee heeft om mens met geest, multitudo met menigte en anima met ziel te vertalen. Hij zocht dan telkens andere uitwegen en een enkele maal ging hij met zijn omweg de mist in. Het in de kop staande zinnetje vertaalde hij met: “De rechten zijn immers de kern van de staat.” Met kern voor anima leek een niet onaardige oplossing gevonden, hoewel je toch naar mijn gevoel iets mist als het niet ‘de ziel van de staat’ mag wezen. Zie daarover aan het eind van het blog meer. *)

Maar het echte probleem zit in de vertaling van ‘Jura’. Ik citeer een alinea uit Filippo Del Lucchese, “Spinoza and constituent power” [in: Contemporary Political Theory (2016) 15, #2, 182–204] waar ik graag op wijs. Dit tijdschrift stelt namelijk deze tekst vrij beschikbaar [cf. als html en als PDF].

In dit artikel is te lezen:

‘Jura sunt’, Spinoza writes, ‘anima imperii’ (PT X,9). If a State can be said to be eternal, it is because its jura remain intact. This passage has challenged our best translators. Jura has been translated by legislation, laws, constitution, rule of law, and the rights themselves. Rarely, in Spinoza’s lexicon, have the options been so divergent. What is Spinoza suggesting when he says that the jura are the anima imperii? I think that he is applying to the problem of the relationship between politics and law the same solution through which he thinks the radically immanent relationship between soul and body. The jura does not lead the state from above, and does not act on the positive law from above, in the same way that the mind does not guide the body from a superior position. [p. 195, PDF p. 14]

Hierna komt hij nog met een andere uitleg, maar het heeft geen zin die hier te citeren, want daarvoor is kennisneming van het hele artikel nodig.

Del Lucchese zegt Spinoza te lezen door de bril van “radical immanence between ontology and history.” Hij vindt dat Spinoza’s immanentie-benadering van constituerende macht van betekenis kan zijn voor hedendaagse discussies over het ontstaan van de juridische sfeer en de relatie tussen politiek en wet. Hij vermeldt in z’n bibliografie het boek van Martin Saar, maar daarvan is in de tekst op een weinig betekenisvolle verwijzing na, niets te merken.

[ConflictPowerMachiavelliSpinoza.jpg]Het gaat om een niet eenvoudig, maar wel zeer boeiend artikel over Spinoza's politieke filosofie. Aanbevolen!

In 2009 verscheen van Filippo Del Lucchese, Conflict, Power, and Multitude in Machiavelli and Spinoza - Tumult and Indignation. Continuum   

En in 2014 had hij apart ook het artikel “Machiavelli and Constituent Power: The Revolutionary Foundation of Modern Political Thought”[in: European Journal of Political Theory].  

_______________

*) Spinoza’s adagium of axioma "Jura sunt anima imperii" [Letterlijk staat er: Anima enim imperii jura sunt] had mogelijk zijn wortels in en was wellicht een verre nagalm van de Wet der 7e eeuwse Visigothen: “Lex est anima totius corporis popularis.” Het idee van de Wet is eeuwenlang omgeven geweest door een aura van sacraliteit: de ziel die de wet vertegenwoordigde, gaf iets onsterfelijks aan het publieke lichaam. In het kerkelijk denken van de Middeleeuwen ontstond al de opvatting dat een publiek lichaam dat die naam verdiende het bestuur door de wet nodig had: zoals de als superieur beschouwde ziel het lichaam diende te leiden, werd dit tevens een metafoor voor de staat: het te besturen openbare lichaam. De anima was het subject dat leiding gaf aan het object van het corpus publicum. En hieruit ontwikkelde zich het moderne idee van de suprematie van de wet, waaruit in de 18e eeuw het concept van de Rechtsstaat ontstond, waarbij het handhaven van de wettelijkheid leidend is.

Zie hiervoor Walter Ullmann, The Relevance of Medieval Ecclesiastical History: An Inaugural Lecture. CUP Archive, 1966 – books.google

Cf. uit de LEX VISIGOTHORUM [PDF]

II. Quid sit lex.

Lex est emula divinitatis, antestis religionis, fons disciplinarum, artifex iuris, boni mores inveniens adque conponens, gubernaculum civitatis, iustitie nuntia, magistra vite, anima totius corporis popularis.