"Korte verhandeling over God, de mens en zijn geluk" hertaald en bezorgd door Jan Knol

Zoals ik in het blog over de TIE-cursus schreef konden we de vers van de pers gekomen hertaling door Jan Knol van de Korte Verhandeling aanschaffen. Een nieuw werk van de schrijver van En je zult spinazie eten, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden en Spinoza's intuïtie. Van die gelegenheid werd goed gebruik gemaakt: er was duidelijk belangstelling voor.

Het is aan alle kanten een heel mooie uitgave geworden – vanbinnen en vanbuiten. Een fraai vormgegeven boekje, genaaide katernen, in linnen gebonden met mooie stofomslag en met duidelijke, stijlvolle bladspiegels. En met een leeslint! Een heel handige oplossing is dat de tekst met de aantekeningen van Spinoza op de rechterbladzijden en de vele toelichtende noten van de hertaler en toelichter, Jan Knol, op de linkerbladzijden staan.

We mogen Jan Knol werkelijk dankbaar zijn dat hij dit werk heeft verricht. Zoiets is behoorlijk veel werk – monnikenwerk – om met aandacht te zoeken naar hoe je wat daar in 17e eeuws Nederlands staat in duidelijk hedendaags Nederlands kun weergeven. Dat vraagt heel wat beslissingen, zeker ook waar er diverse duistere passages zijn. En daarbij gaat het niet alleen om een taal uit behoorlijk verre tijden, maar om een andere manier van filosoferen, wat deels ook een vorm is van zoeken hoe de gedachten over te brengen zijn.

Eindelijk hoeven we niet meer jaloers te zijn op onze omringende landen, waarin de KV in hedendaagse taal verkrijgbaar is. Eindelijk heeft Nederland nu ook een heel goed leesbare tekst. En die tekst van de jongere Spinoza is het waard om serieus gelezen te worden, om de vele overeenkomsten maar ook verschillen met aanpak van de rijpere Spinoza te kunnen vergelijken.

Ik heb op meerdere plaatsen het origineel met de hertaalde versie vergeleken en bewonderend kunnen constateren hoe goed die omzetting Jan Knol gelukt is. Via vele toelichtende noten geeft hij vervolgens nog uitleg bij datgene wat, ondanks het hedendaagse Nederlands, voor een beginneling wellicht nog niet direct duidelijk is.

Jan Knol heeft met deze prestatie ons de KV van Spinoza behoorlijk dichterbij gebracht. Je kunt nu lezen en direct verstaan én je kunt doorlezen en zonder opgehouden te worden door de moeilijke taal, en aldus alle aandacht wijden aan de inhoud. En dat is buitengewoon plezierig, want nu spreekt Spinoza je a.h.w. rechtstreeks toe, zonder dat daar een zware, taaie taalslijmlaag tussen zweeft.

Groot voordeel is dat Knol in zijn toelichtingen in beginsel weinig kennis bij de lezer veronderstelt en waar dat nuttig is met toelichtingen uit Aristoteles of de Scholastiek komt. En op vele plekken laat hij zien hoe de tekst wellicht beter te begrijpen is met wat we uit de Ethica weten. Heel plezierig is bijvoorbeeld in  hoofdstuk I.3 (Dat God oorzaak van alles is), waarin de acht aspecten die bij de werkoorzaak te onderscheiden zijn, we ter  toelichting de verwijzing naar Burgersdijk krijgen, iets wat Mignini niet toelicht (bij hem moet iedereen zomaar begrijpen wat een ‘minvoorneem-beginnende oorzaak’ is). Jan Knol legt dat uit. En zo zijn er vele voorbeelden.

Een paar kanttekeningen heb ik uiteraard ook te plaatsen. Juist van een dominee zou je mogen verwachten dat hij erop zou wijzen hoeveel Spinoza aan Calvinistische en oudere theologische teksten over God a.h.w. voor zich heeft liggen om er zijn andere uitleg aan te geven. De volgorde van de KV is precies die van theologische handboekjes: eerst dát God is, dan wát God is, dan dat hij van alles de oorzaak is, dat hij de voorzienigheid is, wat zijn eigenschappen zijn etc. Ook had de toelichting nuttig geweest bij de eerste dialoog tussen 'Verstand, Liefde, Rede en Begeerte' dat Spinoza daar een discussie met het Cartesiaanse substantiebegrip aangaat.

Een kwestie van persoonlijke smaak is de keuze van Jan Knol om de attributen aan te duiden niet met Denken en Uitgebreidheid, maar altijd met Geest en Materie. Daarbij heb ik toch niet het gevoel dat daar Spinoza aan het woord is. Maar dat is slechts gewoonte, ik weet het: woorden zijn conventie. Opmerkelijk is ook Knol's keuze dat hij het heel vaak niet eenvoudig over God heeft, maar dat hij dikwijls God-Natuur schrijft - niet alleen in de noten, maar ook in de tekst. Telkens weer lees je: God-Natuur. Het is net alsof de hertaler er niet helemaal op vertrouwt dat de lezer zelf wel door heeft of krijgt dat bij Spinoza God niet de ‘bekende’ christelijke, antropomorfe God is. Het is niet iets wat Spinoza ooit deed (behalve dan op twee plekken spreken over Deus sive Natura en het hebben over de natuurwetten, zijnde de goddelijke wetten). Het zijn kleinigheden, eigenaardigheden die men een bezorger moet gunnen en die zeker geen smetten werpen op een langs alle kanten zeer mooie uitgave.

De 17e eeuwse KV is ons vakkundig en integer opnieuw bezorgd.

Waarvoor oprecht dank.

                                              * * *

De officiële presentatie van deze nieuwe uitgave zal plaatsvinden op dinsdagavond 19 april om 20:15 uur, in de Aula van de Universiteit van Amsterdam, Singel 411. Bij die gelegenheid zullen spreken: Koen van Gulik (directeur van uitgeverij Wereldbibliotheek), Jan Knol (over Spinoza en de vrije wil) en Wiep van Bunge (over de jonge Spinoza).

Reacties

Beste Stan, ik wil graag iets zeggen over het gebruik van Jan van god-natuur. Ik heb nu 5 jaar ervaring met lesgeven in Spinoza's filosofie en het is duidelijk dat het overgaan naar Spinoza's god/natuur niet makkelijk is. Ik begrijp heel goed dat Jan hiervoor kiest, het zal ook zijn ervaring zijn dat mensen daar lang last van hebben en dan is het een goede steun steeds te beseffen dat Spinoza weliswaar dezelfde god als de monotheïsten bedoelt, maar onpersoonlijk en als een technische term, wat precies aangeeft wat Spinoza bedoelt, maar dan moet je steeds goed zijn woordgebruik kennen en weten dat Spinoza's god een duidelijke definitie heeft, die bij het monotheïsme ontbreekt.

Frank, ik heb er begrip voor dat jij dat vanuit je ervaring zegt. Jan Knol heeft mij laten weten dat hij er lang over heeft gedubd, maar dat hij voor deze aanduiding koos, ook op grond van zijn ervaring tijdens zijn vele lezingen dat veel mensen lang blijven vasthouden aan de antropomorfe godsvoorstelling. Ik heb geheel vrede met de keuze (maar moest er wel aan wennen).

Beste Stan en Frank,

Frank schrijft: ' Spinoza bedoelt dezelfde god als de monotheïsten, maar onpersoonlijk en als een technische term', en Stan schrijft waarom niet god gebruiken in plaats van god-natuur.
Wat Frank bedoelt, begrijp ik al helemaal niet. Ik dacht dat voor Spinoza god gewoon de natuur is. Niet meer, niet minder.
En als bij Spinoza god gewoon de natuur is, waarom dan niet gewoon het woordje god weglaten,Stan, en overal gewoon natuur schrijven.
Dat zou toch voor iedereeen duidelijk zijn dat het over de natuur gaat en over niks anders. En dan zou hopelijk die nodeloze, zinloze en eindeloze 'godsdiscussie' kunnen ophouden en die constante misverstanden zouden vermeden worden.
Vriendelijke groet,
Toon Desmarets

Beste Toon, je bent niet de eerste en enige die uiting geeft aan dit gigantische misverstand dat God voor Spinoza "gewoon de natuur is". Toen Spinoza de Ethica een poos liet liggen en in hoofdstuk 6 van de TTP God als natuur identificeerde, schreef hij er wel in een voetnoot bij: “Ik versta hier onder natuur niet alleen de materie en haar verschijningsvormen, maar behalve de materie nog oneindig veel andere dingen.” Hoevelen zullen bij 'natuur' niet volstaan met een eenvoudige voorstelling (dat wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit...)? Hoeveel zullen beseffen dat Spinoza bij de gelijkstelling van God met de Natuur de Natura Naturans voor ogen heeft, waaruit oneindig veel dingen op oneindige wijzen voortvloeien (de Natura Naturata)? Zo eenvoudig als jij het meent te kunnen voorstellen is het echt niet, Toon. Als er dingen geschreven worden zoals jij hier doet (en nogmaals, je bent de enige niet) zal "die nodeloze, zinloze en eindeloze 'godsdiscussie'" gevoerd moeten blijven worden. Spinoza's Godsidee is toch rijker dan jij hier voorstelt.

Beste Stan,

Voor mij zijn natura naturans en natura naturata 1 en hetzelfde, dus synoniem . Al die oneindig andere dingen is een metafysica die niet aan mij besteed is.Waarover men niet spreken kan,...
Het is misschien een simpele visie, maar tot nu toe zie ik vanuit wetenschappelijke hoek geen enkele andere mogelijkheid, integendeel.

Vriendelijke groet,
Toon

Beste Toon, als je er eigenlijk geen zin in hebt: niemand dwingt je toch om metafysische uitspraken te doen? Maar als je je wél op dat pad begeeft, zoals je in je reacties doet, mag je beantwoord worden.

Natura naturans en natura naturata zijn bij Spinoza zeker niet hetzelfde en bepaald niet synoniem. En we hebben het toch over de filosofie van Spinoza? Ze zijn wel een hetzelfde 'ding', te weten de Substantie resp. God, dat nu eens op de ene en dan weer op de andere manier beschouwd wordt: God quatenus natura naturans, resp. God quatenus natura naturata. Zoals lichaam en geest niet hetzelfde (niet identiek) zijn, maar wel verschillende aspecten van hetzelfde ding (deze mens), dat nu eens zu en dan weer zo wordt beschouwd.
Over welke "wetenschappelijke hoek" heb jij het eigenlijk? Hier gaat het over filosofie - waarover men spreken kan...

Dag Stan, ik denk niet dat je kunt zeggen dat natura naturans en natura naturata een en hetzelfde ding zijn (we hebben al eens eerder een discussie gehad over het 'quatenus', maar ik weet niet meer waar het staat). Volgens mij wordt de natura naturata voortgebracht door de natura naturans en dat is wat anders dan een verhouding als van lichaam en geest.

Beste Stan,
Je schrijft : ' ze zijn wel een en hetzelfde ding, te weten de substantie resp. god'.
En god is niets anders dan de natuur. Conclusie: deze beide naamgevingen zijn dus niets anders dan die ene natuur.( waar wij een menselijke classificatie in maken)
Vriendelijke groet,
Toon

@ Henk (leuk je weer hier op het weblog tegen te komen),
Je hebt gelijk ik zie bij Spinoza regelmatig deze denkfiguur terugkomen, maar er ís uiteraard verschil: geest wordt niet door het lichaam voortgebracht, terwijl de natura naturata wordt voortgebracht door de natura naturans - goed dat je daar op wijst. Maar dat gebeurt niet 'overgaand' (maar immanent blijvend). "God als oorzaak" en "God als gevolg" blijven in een eenheid verstrengeld. Vandaar dat ik meen dat je kunt zeggen dat het om "een en hetzelfde ding" gaat. Maar ik geef toe: dat geeft snel misverstand, want sommigen denken dan dat gezegd is dat wijzelf God zijn.