Leopold Flam (1912-1995) 'Ik beschouw me als een geestelijke erfgenaam van Spinoza'

Tot vanmorgen had ik nog nooit van Flam gehoord. Maar al enige tijd op zoek naar informatie over Adriaan Beverland kwam ik hem tegen. Ik wil al een poosje een keer een blog over (H)Adriaan Beverland schrijven, maar wil daarvoor eerst weten waarop diens zogenoemde ‘Spinozisme’ gebaseerd is. Jonathan Israel schrijft uitgebreid over hem in Radicale Verlichting, maar daaruit blijkt mij zijn Spinozisme nog niet. En Wiep van Bunge schrijft in From Stevin to Spinoza: “The only Dutchman I know who was a 'Spinozist' and a 'libertine erudite' was Adriaan Beverland (1650-1716), the author of the lurid (lugubere) De peccato Originali." Dat hij een libertijn was, blijkt duidelijk alleen al uit de titels van zijn boeken. Maar zijn Spinozisme? Maar goed, ik hoop daar dus nog eens wat meer over te weten te komen.

Leopold Flam (1912-1995)Nu kwam ik dan het gezamenlijke hoofdstuk van de beiden (vrienden) die als enigen over Beverland schreven. In: Willem Elias (red.): Leopold Flam (1912-1995). Een filosoof van gisteren voor een wereld van morgen. Vubpress, 2011, [290 pp] schreven zij, Rudolf Der Smet & Willem Elias, het hoofdstuk “Flam als spinozist, bekeken vanuit de Filosofie van de Eros.”

Het boek is een soort tweede, nu dan postuum, liber amicorum voor deze Vlaamse filosoof. De schrijvers willen hiermee voorkomen dat Flam geheel in de vergetelheid wegzakt, terwijl hij toch veel verdiensten zou hebben gehad. Hij was de oprichter van het Centrum voor de Studie van de Verlichting en de Vrije Gedachte (dat is op dit weblog al eens aan de orde geweest n.a.v. Hubert Vandenbossche's studies over Hendrik Wyermars en Adriaen Koerbagh).

En laat nu precies het hoofdstuk “Flam als spinozist” uit dit boek in z’n geheel bij books.google te lezen zijn. Het geeft een beeld van hoe beide auteurs Flam ervaren hebben, hoe hij een inspirerende invloed op hen had en hoe hij eerst Elias en die vervolgens De Smet aanzette tot bestudering van de erotische publicaties van Beverland. De eerste schreef een (ongepubliceerde) licentiaatsthesis en de tweede een doctoraadsthesis. En beiden schreven nog diverse artikelen in tijdschriften en dictionaires.

In hun artikel gaat het dus over Flam en ze namen er een tekst van Flam in op uit zijn Filosofie van de Eros, Ontwikkeling, (Antwerpen, 1973) en wel zijn hoofdstukje “Het Spinozistisch Pantheïsme”. Maar dat iemand een keer een stukje over Spinoza’s leer schreef, hoe aardig op zich ook, maakt hem nog geen Spinozist. Flam had, zo blijkt, grote belangstelling voor en kennis over ketters, vrijdenkers, atheïsten, vrijgeesten, esprits forts, al die tegendraadse lieden die Jonathan Israel onder de noemer van ‘Radicale Verlichting’ plaatst. En Flam wist, lang voor Israel, dat Spinoza de eerste grote expliciete atheïst is geweest. De auteurs zien hem dan ook als “een soort neospinozist” en vinden dat “al wat hij gedaan heeft rond het vrije denken en het atheïsme een vorm is van actualisering van het spinozisme.”

Maar als dan een paragraaf uit Flam’s Wording en ontbinding van de filosofie wordt geciteerd, brengt mij dat toch weer aan het twijfelen over zijn Spinozisme – of geeft hij daar uitsluitend een impressie van hoe Nietzsche erover dacht en komt hij daarna met een eigen andere visie?

Mijn twijfel groeit. Spinozisme ressentiment van de nederige en mislukte mens? 

Maar gelukkig is er ook nog een bladzijde te lezen van het stuk van Eddy Borms: 'Tussen eenzaamheid en zelfzijn'. En daarin lees ik (bij de eindnoten kom ik niet).

“Zo plaatst hij [Flam] Spinoza tegenover Kafka. Ook Spinoza is een auteur over wie Flam veel schrijft. 'Ik beschouw me als een geestelijke erfgenaam van Spinoza.' Een alinea daarvoor brengt Flam hem in verband met 'mijn bevrijding uit de eenzaamheid.' Spinoza was zoals Kafka alleen. Hij brak met de joodse gemeenschap door de synagoge te verlaten, zonder dat hij zich bekeerde tot een andere godsdienst. Hij maakte ongewild vele vijanden. Na het verschijnen van het Theologisch politiek tractaat, schrijft Flam, 'brak er een storm van beledigingen los.' Hij haalde zich de 'nijd en de haat' van velen op de hals. Hij weigerde de leerstoel in de filosofie die hem te Heidelberg werd aangeboden, omdat hij zich niet wilde inlaten met de 'twistzucht van de theologen'. Flam citeert de brief van Spinoza:

Ik heb ze (de twistzucht) al in mijn privaat en eenzaam leven ervaren, hetgeen nog meer te vrezen valt, indien ik me zou verheffen tot zulke graad van waardigheid. U ziet derhalve, Hoogwaarde Heer, dat het mij niet gaat om de hoop van een beter fortuin, maar om de liefde van de rust (...).

Maar hoewel Spinoza niet blind is voor de wreedheid, de haat, de nijd en de wedijver, hoewel hij zeer goed weet wat men over hem vertelt, betekent de eenzaamheid voor hem iets totaal anders dan voor Kafka.

Een belangrijk verschil is dat Kafka het oordeel van de anderen verinnerlijkt. De beledigingen en vernederingen van zijn vader hebben hem als een zuur doordrongen en laten hem zonder verweer. Hij beschrijft de onredelijkheid, de wreedheid. Hij etaleert de domheid en de gevoelloosheid, zodat ze in een hel licht verschijnen, en geeft zijn uitzichtloosheid aan ons door. De verlatenheid betekent dat 'de innerlijke stem zwijgt'. Er is geen stem die weerwerk biedt. Dat is radicaal anders bij Spinoza. Hij 'verinnerlijkt de intimidatie' niet." (blz 62) 

Dit stukje tekst geeft mij meer beeld van Flam's (mogelijke) Spinozisme dan het hoofdstuk "Flam als spinozist".

                                            * * *  

Zie hie een zeker vervolg in een blog van 5 februari 2014 

Reacties

Meer informatie over (H)Adriaan Beverland op mijn website.