Libertas philosophandi - Spinoza als gids voor een vrije wereld. Het boek

 

[groter]

Libertas philosophandi. Spinoza als gids voor een vrije wereld.
Amsterdam, In de Pelikaan, 2008

Dit boek verscheen bij gelegenheid van de gelijknamige Spinozadag en werd toen beschikbaar gesteld aan de deelnemers. Het is werkelijk een heel mooi boek. Alleen al zoals het uitgegeven is: de vormgeving (echt met genaaide caterns ingebonden, fraaie typografie, mooie en relevante illustraties) is zoals je het van een bibliofiele instelling als de Bibliotheca Philosophica Hermetica mag verwachten. Ik zag dat het bij de BPH voor €25 verkrijgbaar is. En naar ik aanneem zal het ook via de gewone boekhandel wel te bestellen zijn. Er is een isbn-nummer 978-90-71608-24-7

Ook de inhoud, het belangrijkste van een boek, is heel fraai - een lust om te lezen. Het bestaat uit twee delen. Het grootste deel, na een Woord vooraf van burgemeester Cohen en een Voorwoord van de directeur van de BPH, Esther Oosterwijk-Ritman, bestaat uit dertien artikelen, waarvan een aantal de artikelvorm betreft van de bij de Spinozadag gehouden lezingen en enige overige artikelen. Het tweede deel is de catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in de BPH, bestaande uit 100 items die alle uitvoerig en adekwaat worden toegelicht door Cis van Heertum, die ook de redactie van de hele bundel deed. Zij heeft daarmee een mooi werk geleverd. Dat tentoonstellingsdeel las ik in de trein op weg naar de tentoonstelling en hielp zeer goed de beeldvorming erover vorm te geven. Volgens mij is ook dit tentoonstellingsdeel heel goed los van het bezoeken van de tentoonstelling te lezen en zal het dus ook later z´n waarde behouden.

De inhoud van het boek is als volgt:

Job Cohen, Woord vooraf
Esther Oosterwijk, Voorwoord
Piet Visser, Stad van verdraagzaamheid? Amsterdam als vrijhaven voor andersdenkenden
Steven Nadler, Spinoza en het jodendom.
Abraham Rosenberg, Op welke school leerde Spinoza?
Frank Mertens, Spinoza’s Amsterdamse vriendenkring: studievriendschappen, zakenrelaties en familiebanden
Henri Krop, Oud en nieuw in de bibliotheek van Spinoza
Wiep van Bunge, Spinoza’s filosofische achtergronden
Piet Steenbakkers, Spinoza over vrijheid, dwang en noodzaak
Herman De Dijn, De God van Spinoza
Paul Juffermans, De actualiteit van Spinoza’s 'Theologisch-politiek tractaat'
Miriam van Reijen, Spinoza’s opvattingen over democratie en tolerantie
Leen Spruit, Giordano Bruno en Spinoza: substantie en gelukzaligheid
Carlos Gilly, Böhme en Spinoza van atheïsme beschuldigd
Adri K. Offenberg, Fictie rond Spinoza
Cis van Heertum, Catalogus van tentoongestelde werken
Index

 

De artikelen van Piet Visser, Abraham Rosenberg, Frank Mertens, Leen Spruit en Carlos Gilly zijn meer historisch georiënteerde artikelen en geven informatie over aspecten van het gelovige en intellectuele leven in de 17e eeuw. Je schrikt van de intolerantie in die zo geroemde zogenaamde tolerante Republiek der Nederlanden. Het artikel/de lezing van Carlos Gilly voorzag ik hier op dit weblog al eerder van commentaar.

Meer over Spinoza en met name over zijn filosofie bieden de artikelen van Steven Nadler, Henri Krop, Wiep van Bunge, Piet Steenbakkers, Herman De Dijn, Paul Juffermans en Miriam van Reijen. Ook deze artikelen bevatten soms enig historische informatie.

Het artikel van Steven Nadler vormt een aardige introductie op de recent uitgekomen vertaling van zijn boek uit 2001 De ketterij van Spinoza. Onsterfelijkheid en het joodse denken. [Zie de korte discussie die hij met mij voerde n.a.v. mijn blog over de Spinozadag]

Het artikel van Piet Steenbakkers over hoe Spinoza´s determinisme-opvatting in het geheel niet in strijd is met het vrijheidsbegrip dat zo belangrijk voor hem is, vond ik heel duidelijk en overtuigend.  

Het artikel van Wiep van Bunge schetst compact, mét heel handig een bibliografie per ´stroming´, de diverse filosofische scholen, achtergronden of perioden waardoor Spinoza zich heeft laten inspireren en/of die hem in zijn denken hebben beìnvloed.

Paul Juffermans gaf nog eens in heel grote lijnen, een samenvatting van zijn boek, tevens proefschrift, Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza. Daarbij schrijft hij op een manier die prettig leest daar hij zijn stof als het ware in zijn genen heeft zitten. Hoewel het ´m wellicht toch niet alleen daar in zit, want dat is bij Miriam van Reijen waarschijnlijk ook wel het geval, terwijl mij het gevoel `wat leest dit prettig´ bij haar nooit overkomt.  

En dan dat artikel van Herman De Dijn! Het is niet alleen het onderwerp, De God van Spinoza, het gejongleer bijna van Spinoza op het uiterste topje van het axiomatisch gepresenteerde resultaat van zijn denken in het 1e deel van de Ethica, dat mij moeite doet hebben met De Dijns behandeling, maar het is diens mijns inziens nogal ideosyncratische keuze om geheel tegendraads te benadrukken en te herhalen dat de God van Spinoza een transcendente God is. Meteen corrigeert hij dat wel weer: dat we dat niet moeten uitleggen als een scheppende God die buiten de wereld zou staan. Nee, er is maar één werkelijkheid, er is eenheid van God en wereld. Maar meteen daarop benadrukt hij weer dat die God transcendent is. Terwijl Spinoza toch vooral het immanente karakter benadrukt. Dat is nou ook juist  zo buitengeoon gedurfd en interessant van Spinoza, waar hij stelt in brief 6 `En verder dat ik God niet op die wijze onderscheid van de natuur als allen van wie ik kennis heb, gedaan hebben.` En hoe schrijft hij aan Oldenburg (brief nr 73) "Mijn stelling is dat God de immanente, zoals men zegt, en niet de transcendente oorzaak van alle dingen is. Alle dingen zijn in God en bewegen zich in God, zo verklaar ik met Paulus.` En in stelling 15 van Ethica I: "Alles wat is, is in God, en niets kan zonder God bestaan of worden gedacht." Ook Leen Spruit schijft in dit boek op blz 173 - en dit is toch zo ongeveer consensus - "Spinoza´s monisme onderscheidt zich van eerdere, neoplatonische vormen van pantheïsme door de radicale eliminatie van het idee van een transcendente God of Ene (...)."
Ik begrijp niet wat of welke God De Dijn met zijn benadukken van transcendentie wil redden.
Als het er hem om gaat te benadrukken dat degenen die het Universum of het oneindige totaal van alle eindige dingen volledig laten samenvallen met God (zoals je ook bij Jonathan Israel wel eens leest - maar die is historicus en geen filosoof) dat ten onrechte doen, want dat dat oneindige modi zijn en nog niet de Substantie, dan heeft hij gelijk, maar kan dan toch beter daarvoor niet het transcendentie-begrip van stal halen met alle connotaies die niet bij Spinoza horen van dien.

Enfin, ik begin voor een beetje tegenwicht morgen direct aan Steven Nadler´s "Watever is, is in God": substance and things in Spinoza´s mataphysics.

Maar, mijn eindconclusie blijft: een mooi, interessant en informatief boek - een verrijking van de Spinozabibliotheek.  

 

Dan is er ook nog een aardig artikel, 'Fictie rond Spinoza', waarin Adri K, Offenberg meer te weten probeert te komen over deze staalgravure van J.H. Rennefeld uit de 19e eeuw, getiteld 'Spinoza voor zijne regters', ook wel geïnterpreteerd als: 'Spinoza discussiërend met de rabbijen'.  

Reacties

Nu ik enkele maanden na verschijning kennis kan nemen van het hier besproken boek, moet het mij van het hart, dat ik daarover toch een heel andere mening koester dan in deze blog wordt weergegeven. Ik beschouw het, althans wat de filosofische bijdragen over Spinoza betreft, als een slecht boek: om over te huilen of erg boos over te worden. Nadler ziet in Spinoza's verhouding tot het Jodendom een 'ingewikkeld probleem'. Hij verzuimt echter te wijzen op Spinoza's bewering dat de Joden in de diaspora hun vervolging aan zichzelf te danken hebben, omdat zij door hun obstinate afwijking (in rituelen en gebruiken) van de lelvenswijze der volkeren waaronder zij vertoefden, hun haat over zich hebben afgeroepen. Geen wonder dat Nadler dit overslaat. Schreef hij niet in de eerste zin van zijn biografie: "On March 30, 1492, Spain committed one of those acts of great self-destructive folly to which superpowers are prone: it expelled its Jews"? Ik wens hier een dik vraagteken bij te zetten. Mertens verschaft enkele details over Spinoza's vriendenkring, maar verzuimt melding te maken van de kapitale en 'formatterende' invloed van de uiteraard wel vermelde Van den Enden op Spinoza's politieke denken, iets waar het publiek nog te weinig van weet. Krops slappe en saaie analyse van Spinoza's huisbibliotheek onderschat daarin de topzware aanwezigheid van de klassieke Latijnse auteurs en van de wis- en natuurkundige vakliteratuur. Volgens Van Bunge zou Spinoza geen spaan heel laten van Ibn Ezra, die hij nu juist als een geniale voorganger ziet inzake de interpretatie van de Schrift. Verder ziet hij de Scholastiek als een 'filosofische achtergrond', terwijl Spinoza zich daar enkele malen nadrukkelijk tegen keert, en beschouwt hij "het spinozisme als de vernietiging van het cartesianisme in plaats van als zijn voltooiing", wat eveneens onjuist is: geen vernietiging, wel opbouwende voltooiing, vooral inzake diens mechanistische fysica. Steenbakkers koestert een naief vertrouwen in de macht van de rede, die ons de mogelijkheid zou bieden de samenleving rationeel in te richten volgens haar 'zelfopgelegde voorschriften', alsof het niet de 'affectus' zijn die als enige factoreen onze politieke organisatie produceren. De Dijn bestaat het om Spinoza met droge ogen te transformeren tot een filosoof die God maakt tot de totaal Andere (Levinas!) en Transcendente, waartoe we een verhouding kunnen hebben. Bovendien is zijn verhaal een enthousiaste (dat wel) rijstebrei van grote woorden en ongerijmde redeneringen, waar geen touw aan vast te knopen is. In ieder geval lijkt het niet te gaan over de mens en zijn godsbegrip. Ook bij JUffermans vind ik niets dan eerste klas gelul dat niets met de TTP of de Ethica te maken heeft Nergens krijg ik de indruk dat hij de tekst en zijn bedoeling goed kent. Verder zou Spinoza in het voetspoor van De Groot treden (quod non), zelfs van Locke (quod impossibile) en zou taal verbeeldingskennis zijn in plaats van een bepaalde lichaamsbeweging, zoals Spinoza stipuleert. Maar ja, wat kun je ook verwachten van iemand die in zijn proefschrift schreef dat Spinoza een 'te rigide functionalistische opvatting heeft van het geloof" zodat "zijn beschouwingen over de religie soms een wat armoedige indruk achterlaten. Wellicht stuiten wij hier om het onvermogen van een godsdienstfilosoof die te zeer overtuigd is van de superioriteit van zijn eigen fiosofie" (p. 470). Van Reyen klaagt dat de 'libertas philosophandi' eigenlijk alleen in het slothoofdstuk (20e) aan de orde komt, maar dat was toch ook niet de hoofdzaak? Volgens Spinoza's eigen aankondiging aan Oldenburg ging het hem in de TTP er primair om de vooroordelen van de theologen te ontmaskeren en dus een andere theologie te genereren en, ten tweede, te weerleggen dat hij een atheist of staatsgevaarlijke figuur zou zijn; vandaar het tweede, het politieke deel waarin betoogd wordt hoe wij in de politiek de ware religie (rechtvaardigheid en naastenliefde) realiseren. Zie nogmaals mijn DEFINITIE VAN HET CHRISTENDOM. SPINOZA'S TTP OPNIEUW VERTAALD EN TOEGELICHT (Delft 1999). Verder accentueert Van Reyen terecht dat Spinoza voorstander van democratie was, maar vergeet zij te vertellen dat dit wel een type democratie was dat hemelsbreed verschilt van onze huidige pseudo-democratie. Zij had dit moeten weten en vermelden, omdat zij mijn boek over DIRECTE DEMOCRATIE heeft gekocht, waarin eenhoofdstuk staat RECONSTRUCTIE VAN SPINOZA'S DEMOCRATISCHE MODEL. - Al met al ben ik zeer teleurgesteld over wat de sprekers te bieden hadden (ik heb niet alle misstappen vermeld) en hoef ik niet te betreuren, dat ik door de Spinozahuis-maffia niet was uitgenodigd om Spinoza zelf, met name zijn nuchtere, uiterst wetenschappelijke want fysicalistische en anti-idelogische analyse van de mens en zijn hypermoderne politieke theorie, aan bod te laten komen.