Louis Hoyack (1893-1967) schreef 'Spinoza als uitgangspunt' [2]

Louis Johan August HoyackVoor ik over dat boekje begin, breng ik hier eerst bijeen wat ik over de man vind, zoals ik in het vorige blog aankondigde. Hetgeen wel vaker het geval is, wordt ook dit weer de eerste pagina over deze filosoof op internet.

Louis Johan August Hoyack "was een gestudeerd man die in Den Haag woonde, maar ook lang in Frankrijk verbleef. Van levensovertuiging was hij Soefi." [Cf.]. Die weinige informatie is kennelijk gevonden bij Poortman bij wie we ook slechts dit weinige over Louis Johan August Hoyack vinden: "Privaatgeleerde te 's-Gravenhage. Woonde lang in Frankrijk. Soefi." [Cf.]

Z'n vader was Friedrich Carl HOYACK, z'n moeder Brigitte Pauline Barones Sweerts DE LANDAS WYBORGH [Cf.] In het Algemeen Handelsblad van 7 maart 1893 verscheen deze advertentie, waaruit blijkt dat hij in Rotterdam geboren werd en bij de geboorteaankondiging nog geen naam meekreeg. [Cf.]

Zijn vader overleed op 3 april 1916 op 56-jarige leeftijd [Cf. overlijdensadvertentie in het Algemeen Handelsblad]. Op 22 maart 1941 overleed zijn moeder op 77-jarige leeftijd [cf. overlijdensadvertentie in Het Vaderland]

Hij studeerde rechten en behaalde in ieder geval in februari 1915 z'n kandidaatsexamen rechten te Leiden [Cf.] Hij moet echter ook z'n doctoraal gedaan hebben, want je vindt hem ook als Mr. Louis Hoyack aangeduid. In ieder geval in 1915 zat hij in de hoofdredactie van het Algmeneen Nederlands studentenweekblad Minerva [Cf.]

Hij werd een veelschrijver. In Poortman vinden we meer dan 50 titels, waarvan ruim 30 boeken! Dat Poortman Hoyacks werk zo nauwgezet administreerde getuigt van enige affiniteit, die is af te lezen aan het feit dat één van de twee artikelen over Hoyack dat van deze theosoof en tijdgenoot J.J. Poortman (1898 - 1970) zelf is: "Spinoza, Louis Hoyack en het hylisch pluralisme"; tekst van een voordracht gehouden te Oosterbeek op 12 november 1966 en verschenen in Theosofia [Jaarg. 68 (1967, januari), pp. 3-16. - Cf.] (hierop reageerde Hoyak net voor zijn dood in Theosofia, maart 1967, p. 72. – commentaar op deze reactie door Mevr. N. v.d. Schoot, op p. 84 - 1)

Jaren eerder had Hoyack zelf al geschreven over: "De philosophie van J. J. Poortman, een critisch essay [In: Uitzicht, mei 1942, p. 259-266 - zoals geciteerd in 1)].

Hij moet getrouwd geweest zijn. In de tijd dat hij in Frankrijk was ging hij om met Piet Mondriaan. M. van Domselaer-Middelkoop beschrijft in "Herinneringen aan Mondriaan" [In: Maatstaf (1959/1960)] dat ze 'de Hoyacks' in het atelier bij Mondriaan ontmoette. Bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie worden "Brieven en briefkaarten van Piet Mondriaan aan Louis en Ella Hoyack, 1929-1939" bewaard. [Cf.]

De DBNL heeft behalve zijn naam en data geen biografisch gegeven over Hoyack en verder alleen een verwijzing naar een bespreking door Jan Derks van L. Hoyack's ‘De toekomst der machine’, sociologische analyse van den modernen tijd [Uitgave: N.V. Uitgevers-Maatschappij A.E. Kluwer, Deventer]. [Cf.]

Gelukkig is op de achterflap van zijn Spinoza-boek, Spinoza als uitgangspunt [serie Mens en kosmos, N. Kluwer, Deventer, z.j. [1965], meer over hem te lezen:

"Louis Hoyack heeft een vruchtbare pen, hij is iemand, die het schrijven niet laten kan en al noemt hij zijn Spinoza-boek zijn zwanezang, deze nu 72-jarige zal nóg wel enige zwanezangen schrijven als hem tijd om te leven wordt gegeven. Een respectabele lijst van 25 werken staat tegenover de titelpagina.
De auteur begon in het Frans te schrijven, in de tijd, dat hij in Frankrijk woonde en een trouwe bezoeker was van de Summer School van Inayat Khan te Suresnes bij Parijs. Zijn eerste pennevrucht was in de twintiger jaren 'Retour à l'Univers des Anciens', gevolgd door nog zes titels in de Franse taal, waarvan 'Où va le Machinisme' ook in een Nederlandse editie verscheen, onder de titel 'De toekomst der machine'. Dit boek werd o.a. door Henr. Roland Holst zeer geprezen. De auteur was zijn tijd vooruit en waarschuwde toen al tegen de mechanisering van de maatschappij. Er werd toen eigenlijk om zijn boek gelachen, omdat men het gevaar van een getechniseerde wereld niet inzag. Hij heeft gelijk gekregen, want de last van het machinisme drukt zwaar op ons. Ook zijn idee van de keuken-eetkamer vond men toen bespottelijk, nu is dit vrij algemeen.
Inayat Khan heeft het denken van Louis Hoyack sterk beïnvloed, maar toch ook weer niet zo, dat het Soefisme voor hem het enig ware is. Hij gaf een eigen interpretatie aan Inayats leer en bouwde zijn eigen systeem op, waarin hij de Soefi-ideeën op zijn eigen wijze invlocht."

Een verrukkelijk commentaar op Hoyacks cultuuranalyse en verwondering erover dat Henriëtte Roland Holst haar naam verbond aan Hoyacks 'reactionaire utopie' vinden we bij Hans Anten, ‘Knorrende beesten’2): "Hoyacks cultuuranalyse is een vurig pleidooi voor een pre-industriële samenleving waarin contemplatie en ascese de mensheid weer zicht zullen geven op de ‘cosmische wetten’ en ‘eeuwige waarden’ waar zij nu blind voor is. De moderne mens, aldus Hoyack, is een bruut of een geperverteerde cynicus geworden voor wie slechts geld en seks tellen. Men vindt hem uiteraard in de grote stad, maar daar niet alleen. ‘Er zijn thans een hoop luilakken, die hun spleen van de eene badplaats naar de andere dragen.’ Met hun ‘geest der machine’ brutaliseren zij de natuur: ‘Dan stort zich een zondvloed van kramen en tenten, van auto's en touring-cars, van reclame, van theetuinen en dancings over de ongerepte harmonie eener streek.' Lees aldaar over zijn afwijzing van de auto en zelfs de fiets! Ook nog in Anten's "Een kunstleven van de hoogste orde" over Hoyacks afwijzing van de auto "als specimen van mechanisch leven: ‘Wie beweert [...] dat een voorbijsnorrende automobiel even verheffend is als een met twee paarden bespannen rijtuig, bewijst alleen hierdoor reeds, dat hij trilt op een morbide toonhoogte, dat hij leeft buiten de universeele harmonie. Hij staat gelijk met iemand, die een kroeg voor verhevener houdt dan een tempel." [Bij DBNL]

Hoyack werd Soefi [cf.] en had zich aangesloten bij de Soefi-beweging. In het krantenarchief bij de KB zijn vele aankondigingen te vinden over lezingen door hem te geven, uitgaande van die Soefi-beweging - dikwijls over Inayat Khan over wie hij ook een boek schreef. Soefi is de mystieke tak van de islam en ook over de Koran schreef hij een boek. 

Wel aardig is de volgende sympathieke informatie op de website over "The Spiritual Message of Hazrat Inayat Khan" mee te nemen; we lezen erin dat hij bevriend was met zijn uitgever Nico Kluwer:

Hoyack, Louis: - Dutch scholar. One of Pir-o-Murshid Inayat Khan's early mureeds much inspired by his teachings. He wrote many books covering a vast field of thought. His personality as well as his work is well rendered by the following poem written by his friend, the Dutch editor Nico Kluwer, for Hoyack's 60th Birthday (Translation): Louis Hoyack I built myself a system ready made Which has Inayat's teaching as its base, Yet something new and great was wrought by me, On which Hoyack's proud emblem shines. On the Master's Message I gave my own comment, To Western minds I opened the Quran, In Galilea I brought to life a man, You'll find it all in my works' contents. Still my own doctrine daily I amend, In which I'm caught as a spider in its web, My view on boredom I expressed. And yet my deep unconscious self implores: Deliver me, oh Lord, from system and doctrine, This is my soul's true yearning and my aim. The books referred to in the poem are: "De Boodschap van Inayat Khan" (The Message of Inayat Khan), "De onbekende Korn" (The unknown Quran), "Een Man stond op in Galilea" (A Man arose in Galilea) and "De Philosophie van de Verveling" (The Philosophy of Boredom). [Cf.]

Een tak van "niet-wetenschappelijke" wijsbegeerte?
Cornelis Verhoeven die zelf ook een veelschrijver was, beschreef - met enig dedain - in Parafilosofen. Wijsbegeerte buiten de school [1974; het is het tweede artikel dat genoemd wordt bij Poortman] ook Hoyack, volgens mijn informant "met weinig waardering en zonder veel achtergrondkennis van de persoon of zijn werk." Wel vond Verhoeven in het Repertorium der Nederlandse Wijsbegeerte van J.J. Poortman méér over hem dan door de KB als "lange presentatie" uit Poortman op internet is gezet, namelijk: "privaatgeleerde te 's-Gravenhage - vanouds een centrum van occultisme, esoterisch geloof, spiritisme en broos voortschuifelende kosmische wijsheid -, woonde hij lange tijd in Frankrijk, waar hij ook een aantal boeken publiceerde, en was hij soefi." Verder stelde Verhoeven over Hoyack: "Hij laat zich inspireren door oosterse wijsheid en symboliek en lijkt daarbij zover te gaan dat hij symbolische gedachtengangen gelijk stelt aan natuurwetten: ook de natuur denkt symbolisch en het natuurgebeuren is daarvan een uitdrukking." Verhoeven ziet Hoyacks teksten "een hoog mythologisch gehalte" hebben.

Aan E.W. Beth moet Hoyack in de zomer van 1943 een brief hebben geschreven n.a.v. een artikel van B. Uit de brief die Beth op 28 augustus 1943 aan L. Hoyack terugschreef zien we waarover dat moet zijn gegaan. Beth schrijft over: "[Wetenschappelijke wijsbegeerte], te weten een wijsbegeerte die zich ontwikkelt in nauw verband met de vakweten-schappen en die slechts van de in de vakwetenschappen gangbare werkwijze en betoogtrant gebruik maakt," maar gaf ook toe: "Dat er naast de wetenschappelijke wijsbegeerte in dezen zin, die ik in mijn artikel bij uitsluiting op het oog had, behoefte bestaat en plaats is voor een niet-wetenschappelijke (maar daarom niet noodzakelijk onweten-schappelijke) wijsbegeerte, geef ik gaarne toe." Waarmee dus een mening geuit werd over de manier van filosoferen van Hoyack. 3)

Fout in de oorlog?
Adriaan Venema typeert hem in een opsomming in Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie (1988) kort als volgt: "Louis Hoyack was filosoof en bewoog zich in de kringen van Zwart en Nationaal Front. Hij was bevriend met Wouter Lutkie, in wiens Aristo hij na de oorlog publiceerde" [Bij DBNL] Dit klinkt enigszins verontrustend, maar meer valt er over hem bij Venema niet te lezen, terwijl anderen uit de lijst uitvoeriger besproken worden.
Verder kwam zijn naam voor in de Bijlage VI in dat boek met de lijst van de door de Ereraad voor Letterkunde opgelegde uitsluitingen tot 5 mei 1946 [DBNL]

In het artikeltje van Louis Hoyack "Sur la métaphysique de la lumière" dat na zijn dood verscheen in Revue La pensée soufie [Année 1973 No 46] en vorig jaar op internet werd geplaatst [cf.], heeft hij 't wel over Hazrat Inayat en meerdere filosofen, maar vermeldt hij Spinoza niet.

In de "Chronique générale" van de Revue philosophique de Louvain [1967, Volume, 65, Numéro 88, pp. 635, cf.] komt een programma van de Haagse Kring voor Wijsbegeerte voor, waarin Hoyack vermeld stond en wel in het gezelschap van Nuchelmans, Beerling en Duintjer... Hoyack stond geboekt voor de lezing "Spinoza, mysticus of rationalist?" op 16 november 1966. Misschien heeft hij die bijna twee maanden voor zijn dood nog kunnen geven?

 

Boeken van Hoyack:

Retour a l'univers des anciens : Etude astrologique et philosphique (1929)
Ou va le machinisme? : Analyse sociologique des temps modernes (1931)
De toekomst der Machine. Symbolisme in den staat : Sociologische analyse van den modernen tijd (1931)
Tijdgeest. Een cultuurphilosophische studie (1931)
Autarkie. Een oeconomisch-ethische studie (1932)
Ideeën over Kunst en Schoonheid (1934)
De Grondslagen der Economische Autarkie (1935)
Klinkend Heelal. Natuur- en geestesphilosophische synthes op mystiek-religieusen grondslag (1937)
Wereldziel. Hoofdstukken eener panpsychistische philosophie (1938)
De grote Ontdekkingsreis. Studie over de toestanden der ziel in het hiernamaals (1939)
Schets eener Spontaneïteitsphilosophie (1940)
Een man stond op in Galilea. Beschouwingen over den persoon en de leer van Jezus Christus. ['s-Gravenh., Servire, 1942]
De Boodschap van Inayat Khan (1946)
De onbekende Koran (1947)
De Vloek van het Imperialisme (1948)
En het Woord is scheep gegaan. Beschouwingen over leer en leven van Paulus (1951)
De Philosophie der Verveling (1954)
De Weg maakt een Cirkel (1956)
Heeft het Leven een doel? (1957)
Gedachten en Aphorismen (1960)
Homo Adorans. Beschouwingen over godsdienst en mythologie (1963)
Spinoza als uitgangspunt [1965]

In het volgende blog zal het gaan over dit laatste boek dat overigens niet zijn laatste was: postuum verscheen nog zijn Schopenhauer, waarheid en dwaling (1968). Dat had de schrijver van bovenstaande achterflaptekst goed gezien. Op de achterflap van het Schopenhauer-boek lezen we dat het in februari 1967 was dat de auteur overleed.  


Advertentie verschenen op 21 juni 1932 in: Nieuwsblad voor den Boekhandel [KB-tijdschriften]

Noten

1) zo is te lezen in het merkwaardige proefschrift van Christian Vandekerkhove, Johannes Jacobus Poortman, het Hylisch Pluralisme en de Multicorporaliteit als mogelijk epistemologisch sluitstuk in de kloof tussen wetenschap en religie en tussen de religies onderling [Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen Wilrijk-Antwerpen, 2006 - PDF]

2) in: Hans Anten, Het bekoorlijk vernis van de rede. Over poetica en proza van F. Bordewijk. Historische uitgeverij, Groningen 1996 - DBNL

3) In E.W. Beth als logicus, Academisch Proefschrift van Paul van Ulsen [2000] [PDF]

Reacties

In zijn driedelige OCHEMA vermeldt Poortman zijn Haagse collega-privaatgeleerde herhaaldelijk als een medestander inzake zijn 'hylisch pluralisme'.
Proficiat,Stan, -tot zover reeds- voor wat je boven water haalt. Menige titel die je van Hoyakck vermeldt, zou ik Uit nieuwsgierigheid graag inzien.

Nog uit de tekst op de achterflap van zijn late Spinozaboek blijkt hoe zwaar de auteur moet hebben geleden onder de kritiek op zijn uitgesproken reactionaire cultuurkritiek. In de tijdschriftendatabank van de Koninklijke Bibliotheek is o.m. de spot om zijn 'keuken-eetkamer' na te lezen, zoals in "Het landhuis", jrg 27, 1932, no 16 (03-08-1932): http://tijdschriften.kb.nl/nl/view/index/query/hoyack/coll/dts/image/dts%3A551015%3Ampeg21%3A0037/page/2/maxperpage/10/sortfield/dateasc. Het is inderdaad moeilijk om de erudiete Spinoza-commentator te rijmen met bepaalde citaten die je daar leest... Zwei Seelen in einer Brust?

Bedankt, Kurt De Tollenaere, voor het wijzen op nóg een zoekbron - naar Hoyack in dit geval.

Wellicht dat deze toevoeging de moeite waard is: in het tijdschrift Leven en Werken, voor meisjes en jonge vrouwen, publiceert de schrijfster Annie Salomons in 1933 een groot besprekingsartikel over de toen geruchtmakende roman 10 PK. Het leven der auto's van de Russische auteur Ilja Ehrenburg. (Annie Salomons, 'Mensch en machine'. In: Leven en Werken 18 (1933), p. 149-158; p. 196-203) Omdat ze deze reportageroman vooral zag als een waarschuwing tegen de modere tijd van dehumanisering door mechanisering, refereert ze met instemming nadrukkelijk aan het gedachtegoed van Hoyack als uiteengezet Tijdgeest. Zie onder meer daarover mijn bijdrage in het boek Neue Sachlichkeit and Avant-garde. Rodopi. Amsterdam - New York 2013, p. 203-228, in het bijzonder p. 216.

Dank, Hans Anten, voor deze interessante aanvulling.
Ik zag bij Amazon dat de titel van uw bijdrage luidt:
"A book such as 'Automobile' is only written onze in a lifetime". Ilja Ehrenburg's 'The life of the automobile' as benchmak in the discussion of New Objectivity in Dutch literature
Verder werden er twee hits met Hoyack gegeven.