Luis de Góngora y Argote (1561 - 1627) haalde de Ethica

Luis de Góngora, geportretteerd door Diego VelázquezDeze beroemde Spaans dichter en toneelschrijver werd wel met Homerus vergeleken. Hij kwam uit een rijke familie, z’n vader was rechter. Als dichter nam hij de achternaam van zijn moeder om het ‘puur christelijke’ te benadrukken. Op vijftienjarige leeftijd begon hij aan de universiteit van Salamanca een rechtenstudie. Toen hij in 1585 op 24-jarige leeftijd La Galatea publiceerde werd hij als buitengewoon dichter erkend door schrijver Miguel de Cervantes(van Don Quijote). In 1605 werd hij priester gewijd; een tijdje werkte hij als kapelaan van koning Filips III. Met de dichter Quevedo (die tegenwoordig als de grootste uit deze periode wordt gezien) voerde hij een levenslange felle vete. In 1626, een jaar voor zijn dood, werd hij ernstig ziek, raakte in coma en toen hij weer bij bewustzijn kwam bleek zijn geheugen ernstig te zijn aangetast.

Spinoza bezat twee exemplaren van diens dichtwerken, zo blijkt uit de inventarislijst die na zijn dood door de notaris is opgemaakt. Aan het einde van dit blog citeer ik de beschrijvingen uit de recente catalogus van het boekenbezit van Het Spinozahuis.

Het is dan ook uiterst waarschijnlijk*) dat Luis de Góngora de “Spaanse dichter” (Hispano Poëtâ) is, waarnaar Spinoza verwijst in het scholium bij stelling 39 van het vierde deel van de Ethica. In dat scholium licht Spinoza toe wat hij verstaat onder “het sterven van een lichaam”: “het moment dat zijn delen in zo een toestand terechtkomen dat hun verhouding van beweging en rust verandert.”

Interessant is dan dat hij onder sterven niet alleen ‘de overgang in een lijk’ (dood), maar ook het aannemen van een volledig andere natuur verstaat (“met behoud van de bloedsomloop en de andere verschijnselen die men als wezenlijk voor een levend lichaam beschouwt.”) - een zodanige verandering dat niet te zeggen is dat iemand dezelfde is gebleven. Om dat duidelijk te maken, komt hij dan met zijn voorbeeld: “Over een Spaanse dichter heb ik bijvoorbeeld horen vertellen dat hij zich na herstel van een ernstige ziekte van zijn vorige leven zo weinig herinnerde, dat hij niet geloofde dat de door hem geschreven verhalen en tragedies van hem waren. Men had hem voor een volwassen kind kunnen houden als hij ook zijn moedertaal was vergeten. Dit lijkt misschien ongeloofwaardig, maar hoe staat het met kinderen? Een volwassene meent dat zijn aard zozeer van de hunne verschilt dat hij moeilijk kan geloven ooit kind geweest te zijn als hij dit niet op grond van andere mensen zou moeten vermoeden. Om bijgelovigen geen aanleiding tot doorvragen te geven, laat ik de zaak hier liever rusten.”

Waar die laatste zin op slaat? Ik vermoed met vragen die ontstaan over wat dit voor onze 'identiteit' of voor ‘de ziel’ betekent – voor degenen die geloven in een zelfstandige ziel. Hij raakt hier aan de kwestie van onze ervaring van identiteit door alle veranderingen heen, waarin we stadia onderscheiden, maar niet de tijdstippen van de 'metamorfosen' kunnen aangeven. Zoals veel onderwerpen is ook sterven voor Spinoza dus iets gradueels en geleidelijks. Het is moeilijk te zeggen wanneer precies het kind ‘sterft’ en de volwassene ontstaat, of op welk moment iemand - al wel of nog niet - dement is. Het procesmatige, ook in geval van ‘veranderingen van natuur’, is iets dat bij Spinoza sterk speelt. Die functie vervult het voorbeeld van de Hispano Poëtâ.

Dat Luis de Góngora y Argote de Ethica haalde is niet een aspect van zijn roem dat je in de Nederlandse, Engelse of Spaanse wikipedia over de dichter aantreft.

*) Dit verzin ik niet zelf, maar las ik bij Henri Krop, die het weer heeft van Curley, die het weer had van Gebhardt...

                                            * * *

Uit: De boeken van Spinoza. Samengesteld door Jacob van Sluis & Tonnis Musschenga (2009, PDF)

 

[Quarto] 37. Todas Lasobras de de Gongora. Madrid. 1633.
Todas las obras de don Lvis de Gongora en varios poemas / recogidos por don Gonzalo de Hozes y Cordoua, natural de la ciudad de Cordoua; Dirigidas a don Francisco Antonio Fernandez de Cordoua, marques de Guadalcazar, &c. – En Madrid: en la imprenta del Reyno … a costa de Alonso Perez, librero de su Magestad, 1633. Auteur: Luis de Góngora y Argote (1561-1627); Gonzalo de Hozes y Cordova; Francisco Antonio Fernandes de Cordova
Drukker: Imprenta Real, Madrid
Omvang: [12],234 bl.
Catalogus Te Winkel nr. 061 (= Freudenthal 063, Aler 051)
Exemplaar Spinozahuis geschenk van G. baron Rosenthal.

[Duodecimo] 41. Obras de Gongora.
Titel laat zich niet identificeren.
Auteur: Luis de Góngora y Argote (1561-1627)
Catalogus Te Winkel nr. 159 (= Freudenthal 161, Aler 50)
Exemplaar Spinozahuis ontbreekt nog. – Vergelijk quarto 37 (Te Winkel nr. 061 = Aler 051)

                                          * * *

Literatuur 

Roberto Diodato: Vermeer, Góngora, Spinoza. L'estetica come scienza intuitiva. B. Mondadori in Milano, 1997

Enrique Espinoza, ‘Spinoza y Gongora’. In: Repertorio Americano (San José, Costa Rica), nr. 15 [gezien bij Miriam van Reijen: Het Argentijnse gezicht van Spinoza. Passies en politiek. 2010]

Tijdens de 36e jaarlijkse conferentie van The Southern Comparative Literature Association die van 21-23 oktober 2010 aan de Louisiana State University werd gehouden, sprak Christopher Johnson (Harvard University) over: “Góngora sive Spinoza: Reading a Baroque Library” [zie programma]